De ondernemingNijsen

Een duurzaam Luilekkerland voor varkens en kippen

Veevoer is het grootste obstakel om tot een duurzame varkens- en kippenhouderij te komen. Nijsen heeft de oplossing: voer uit 100 procent voedingsresten.

Werknemer bij Nijsen/Granico in Veulen (Limburg) die de toast-resten in de verwerkingsmachine doet. Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Werknemer bij Nijsen/Granico in Veulen (Limburg) die de toast-resten in de verwerkingsmachine doet.Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Zure matten komen per strekkende kilometer binnen. Chocoladebrokken in formaat motorblok. Vette plakken bladerdeeg als deurmatten. Stroopwafels in manshoge bulten.

Nijsen Company, het bedrijf in het Limburgse plaatsje Veulen, lijkt het walhalla voor de zoetekauw. In werkelijkheid is het de landelijke beerput voor alles wat wordt gemorst in de voedingsmiddelenindustrie. Met als eindresultaat van een reeks hakkende, schuddende en mixende machines: een cilindervormig brokje dat smaakt naar een oud, nattig biscuitje. Varkens zijn er dol op.

Nijsen heeft de oplossing voor het grootste probleem in de vee-industrie. Het voer. Grofweg 70 procent van de uitstoot bij de vleesproductie ontstaat bij de productie van het voer, schreef minister Carola Schouten eind vorig jaar in haar Nationale Eiwitstrategie. Het gevolg van onder meer het gebruik van kunstmest, waarvoor veel energie nodig is om het te maken, en ontbossing voor de productie van soja als veevoer.

Circulair varkensvoer

‘Varkens en kippen die met 100 procent reststromen worden gevoerd, leveren wetenschappelijk aantoonbaar een enorme bijdrage aan de reductie van de CO2-emissie en het sluiten van kringlopen’, schrijft de minister, gevolgd door een eervolle vermelding voor het bedrijf uit Veulen, deel van ‘varkensgemeente’ Venray. ‘Het Nederlandse bedrijf Nijsen loopt hierin voorop met de productie van circulair varkensvoer.’

In een van de vele hallen ruikt het alsof je een Jamin snoepwinkel binnenloopt. ‘Volgens mij zijn ze mentholsnoep aan het verwerken’, zegt John Geurts (58) over de mierzoete lucht die er hangt. De bedrijfseconoom vormt samen met Jack Nijsen de directie van het familiebedrijf.

John Geurts, directeur van Nijsen/Granico toont producten die bewerkt worden tot veevoer.  Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
John Geurts, directeur van Nijsen/Granico toont producten die bewerkt worden tot veevoer.Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Het Limburgse bedrijf gaat terug tot 1854, toen het actief was in het malen van graan voor omliggende boeren. In 1938 vestigde het zich op de huidige locatie in een oude steenfabriek en verwerd het langzaamaan tot een veevoerbedrijf.

In 1989 ontving voormalig directeur Pierre Nijsen een man met een plak bladerdeeg onder zijn arm. Of ze met het vetrijke restproduct iets konden. Het was het begin van waar Nijsen nu de grootste van Nederland in is: veevoer produceren zonder dat daar speciaal landbouwgrond voor wordt gebruikt.

Op zijn rekenmachine rekent Geurts uit dat zij nu zo’n 450 duizend van de 11,5 miljoen Nederlandse varkens voeden met niet anders dan reststromen. Niet dat die andere varkens geen resten uit de voedingsmiddelenindustrie eten, maar Nijsen heeft een product dat uitsluitend uit reststromen bestaat.

Gekkekoeienziekte

Ruimte voor groei is er voldoende. Meer dan 90 procent van het rantsoen voor het Nederlandse varken bestaat nog altijd uit gewassen die speciaal voor deze dieren groeien. De aanwas van afgedankt eten is het grootste probleem om de reststromen in het voer op te schalen. Keukenafval mag bijvoorbeeld niet, want daarin zitten mogelijk vleesresten. Sinds de gekkekoeienziekte is kannibalisme in de veesector verboden.

Nederland probeert in Europees verband de reststromen uit te breiden. Een mooi begin zou volgens Geurts de goed gescheiden resten uit keukens van bijvoorbeeld cateraars zijn. Maar met een uitzondering voor supermarktbroden, blijft het voorlopig bij fabrieksrestanten. Ongebruikte kapjes van toastjes, verkeerd verpakte wafels, verkeerd gesneden snoepgoed.

In coronatijd was er even een dip in de levering. Afgekeurde broodjes van een gesloten fastfoodketen - merknamen mag Geurts niet noemen - vielen bijvoorbeeld weg. Bij Nijsen dachten ze zelfs bewijs te zien voor de conclusie van het RIVM dat meer mensen in coronatijd gezonder zijn gaan eten. ‘We zagen een teruggang in chocoladeresten en afgekeurde donuts.’

Nijsen is in staat een constant product te distilleren, omdat grofweg 90 procent van alle afgedankte resten die dagelijks binnenkomen in Veulen vaststaat. Met de juiste verhouding suiker, zetmeel, vet en eiwitten. Het gros gaat naar varkenshouders, maar voor de melkveehouderij hebben ze nog een soort Red Bull-shot uit voormalig snoepgoed, dat als energiedressing over de wintervoorraad gras kan. Nijsen is ook de leverancier voor Kipster, de circulaire eierenproducent die kippen enkel voedingsresten geeft.

Kringloopworst

Geurts barst van de Kipster-achtige ideeën. Tegen Unilever zegt hij: jullie hebben een Unox rookworst, maar maken ook pasta en andere deegwaar. Waarom die resten niet aan de varkens geven en je hebt een echt ronde (kringloop)worst? Of een willekeurige supermarktketen, die de eigen broodresten kan voeren aan kippen. Het circulaire ei is zo gelegd, wil hij maar zeggen.

Maar Geurts ziet veel koudwatervrees. ‘Duurzaamheidsmanagers reageren altijd enthousiast, maar uiteindelijk blijkt het altijd een soort wadlopen, waarbij je steeds verder wegzakt in de bureaucratie van die grote bedrijven.’

Terwijl er prima geld mee te verdienen valt. ‘Nijsen had destijds echt geen visioen van groenigheid’, zegt Geurts. ‘Wat ze zagen was een prachtig product; voor humane consumptie worden immers de beste grondstoffen gebruikt. In de resten liggen voor dieren de nutriënten voor het oprapen. Wanneer geef je een varken nou roomboter?’

De tijd dat Nijsen met ritjes door het land gratis resten kon ophalen, is voorbij. ‘Het woord afval gebruiken wij niet meer.’ Toch zijn ze concurrerend in prijs met andere veevoeders. Die schrikken volgens Geurts wel terug voor het aantal fietsen en auto’s op het terrein. Want er zijn weliswaar uitpakmachines om beschuit of koekjes uit de verpakking te halen, het productieproces van Nijsen vergt hoe dan ook veel mensenwerk.

Veestapel moet gehalveerd

Baart het Geurts geen zorgen dat de veesector waaraan hij levert zo onder druk staat? De veestapel moet gehalveerd, vindt verkiezingswinnaar D66. Het klimaat, stikstof, biodiversiteit, geuroverlast: bij alle problemen kijkt men naar zijn klanten.

‘In elke directiekamer in onze sector weet men: de veestapel gaat kleiner worden’, zegt hij. ‘De vraag is: met hoeveel en hoe snel.’ Maatschappelijke druk speelt volgens hem een rol, maar ook de concurrentie uit andere varkenslanden. Rusland en China worden rap zelfvoorzienend, weet Geurts, terwijl in Brazilië en de Verenigde Staten de regels minder streng zijn. Ook in Europa denkt hij dat Nederland het gaat afleggen tegen varkenslanden als Roemenië en Spanje.

Wat blijft er voor Nederland dan over? ‘Varkens die voor ons alleen nog de restjes opruimen’, zegt Geurts. ‘En daarin heeft Nijsen een mooie rol in te spelen.’

Waar: Veulen

Sinds: 1854

Aantal werknemers: 124

Jaaromzet: 35 miljoen euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden