Een drogist op beeldscherm: goedkoop en effectief, of levensgevaarlijk?

Drogist zonder oogje in het zeil

Wie te veel geneesmiddelen wil kopen, of in een rare combinatie, komt bij de drogist niet ver. Maar bij filialen van Albert Heijn is de drogist vervangen door een beeldscherm. Is dat vragen om moeilijkheden?

Raadplegen van de drogist op afstand bij een filiaal van Albert Heijn in Amsterdam Foto Simon Lenskens

Last van reuma, jicht, of gewoon flinke koorts? Dan kunt u vast een ontstekingsremmende pijnstiller gebruiken. Anders dan een paracetamolletje, dat alleen een deel van de pijn wegneemt, bestrijden geneesmiddelen als diclofenac en naproxen ook de achterliggende kwaal.

Deze ontstekingsremmende pijnstillers zijn echter niet zonder gevaar. Neem te veel van deze medicijnen of combineer ze op een verkeerde wijze met andere pillen en je kunt ernstig ziek worden of zelfs overlijden.

Middelen als diclofenac en naproxen hebben daarom de UAD-status: het zijn Uitsluitend in Apotheek en Drogisterij te verkopen middelen. Daar krijg je de toelichting die nodig is om ze veilig in te nemen.

Toch liggen de pijnstillers sinds afgelopen november in de schappen van supermarktketen Albert Heijn, tussen de potten pindakaas en zakken chips, zonder dat er een gediplomeerd drogist in de winkel hoeft te zijn. Wil het AH-publiek meer weten over het middel, dan kan het informatie opzoeken op een beeldscherm dat aan het schap hangt. Daarmee kunnen klanten ook een videogesprek voeren met een van de drogisten die op het hoofdkantoor in Zaandam zitten. De drogist op afstand, noemt Albert Heijn dat.

Een drogist die als een geest uit een fles op een beeldscherm verschijnt: het klinkt als een effectief en voor de supermarkt goedkoop alternatief voor een drogist ter plekke. In werkelijkheid is het levensgevaarlijk, zegt Ruud Coolen van Brakel, directeur van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Vorige week stelde het IVM een petitie op om zware medicijnen uit de supermarkt te verbannen. Ook het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD) maakt zich zorgen. Het CBD heeft al in november een handhavingsverzoek bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) neergelegd, zegt voorzitter Marten Hummel. 'Daarop hebben we nog niets gehoord.'

Geen hond

'Albert Heijn hangt een schermpje op en denkt zo aan de wet te voldoen', zegt Coolen van Brakel. 'Maar het is niets anders dan de wet oprekken. Geen hond maakt gebruik van die schermen. Je gaat niet midden in de Albert Heijn een drogist op afstand bellen om te vragen naar de kans op trombose.'

De IVM-voorzitter wijst op een pilot van Albert Heijn zelf in 2016. Drie maanden lang experimenteerde de supermarkt met de drogist op afstand in drie filialen. Per week stelde slechts een handjevol klanten vragen. De meeste klanten zullen dus zonder advies de supermarkt verlaten, stelt Coolen van Brakel. 'In drogisterijen en apotheken vragen medewerkers altijd of de klant bekend is met het product. Wil een klant te veel medicijnen of een rare combinatie, dan zal zo'n expert er iets van zeggen.' Bij Albert Heijn is die check er niet. 'En volgens ons is dat in strijd met de wet.'

Met 'de wet' bedoelt Coolen van Brakel de Geneesmiddelenwet uit 2007. Daarin staat dat 'in het verkooppunt voldoende drogisten en assistent-drogisten' aanwezig moeten zijn om klanten te kunnen voorlichten over een zelfzorgmedicijn. Toch zijn in de 197 Albert Heijn-filialen, waar sinds november een schermpje bij het medicijnschap hangt, geen (assistent-)drogisten fysiek aanwezig. Daarmee voldoet Albert Heijn niet aan de wet, vindt ook voorzitter Hummel van het CBD. 'Klanten moeten niet onopgemerkt met vier pakken diclofenac de deur uit kunnen lopen.'

Albert Heijn ziet geen probleem in het aanbieden van adviezen via een beeldscherm. De supermarkt verkocht altijd al geneesmiddelen als diclofenac vanuit het schap, zegt een woordvoerder. 'Toen hing er een kaartje, waarop stond dat men informatie kon vragen aan de drogist in het filiaal. Nu hangt in bijna 200 van onze winkels op die plek een scherm.' Volgens Albert Heijn vragen klanten juist vaker advies over medicijnen via het scherm dan aan de drogisten in de winkel. Van het overtreden van de wet is volgens de supermarkt geen sprake. 'Wij houden ons aan alle richtlijnen.'

Spoor bijster

De instantie die toezicht houdt op de verkoop van medicijnen, de IGJ, lijkt intussen het spoor bijster. 'De combinatie van een gediplomeerd (assistent-)drogist per filiaal en de informatieverstrekking via een scherm heeft de inspectie beoordeeld als voldoende', antwoordt een woordvoerder in eerste instantie op vragen van de Volkskrant over de situatie bij Albert Heijn. Later, na vervolgvragen, schrijft een woordvoerder dat al bij IGJ duidelijk was dat er in de schermfilialen van Albert Heijn géén drogist fysiek aanwezig is. 'De drogist hoeft ook niet altijd aanwezig te zijn. Van belang is wel dat er altijd een drogist beschikbaar is', aldus de IGJ. 'Dat mag ook via een telefonische verbinding.'

IVM-voorzitter Coolen van Brakel is 'verbijsterd' door de reactie van de IGJ. 'De inspectie zou veel beter onderzoek moeten doen. Deze pijnstillers kunnen bij verkeerd of overmatig gebruik heel schadelijk zijn en daarom moeten we voorkomen dat het impulsaankopen worden. Het zijn geen Snickers.'


Categorieën

Of een supermarkt een zelfzorgmedicijn mag verkopen, hangt af van de categorie. Sinds de invoering van de Geneesmiddelenwet in 2007 zijn er drie. UA-medicijnen mogen Uitsluitend in een Apotheek worden verkocht, terwijl AV-medicijnen Algemeen Verkrijgbaar zijn, onder andere bij supermarkten. De categorie ertussenin is die van de UAD-medicijnen. Die zijn Uitsluitend in Apotheken en Drogisterijen te koop.