Een brief aan de koningin

Niets dan begrip en hulpvaardigheid ontmoetten Olga en Grigori Pasternak, toen ze begin jaren negentig uit de Sovjet-Unie naar Nederland emigreerden....

door Hella Rottenberg

GRIGORI Pasternak haalt een meterslang lint tevoorschijn dat van onder tot boven is volgeprikt met medailles: gouden, zilveren, koperen, ronde, vierkante, dikke, dunne, lelijke en mooie. Het zijn evenzovele bewijzen van zijn vroegere successen als schietkampioen. In Nederland, waar hij sinds zijn vertrek uit Odessa in 1991 woont, worden zijn eretekens niet op waarde geschat. De schietsport in Nederland ontstijgt het amateurisme niet. Hij heeft zich er bij neergelegd, maar niet voordat hij jarenlang vergeefs geprobeerd had Nederland warm te maken voor zijn passie.

Pasternak (39) is iemand met een sterke wil en doorzettingsvermogen. Zonder die eigenschappen had hij in zijn voormalige vaderland, de Sovjet-Unie, nooit de top in zijn tak van sport bereikt, zeker niet als jood. 'Ik was gewend te knokken voor mijn rechten en instanties te dwingen om de regels na te leven', legt hij uit.

In Nederland dacht hij zijn vechtlust niet meer nodig te hebben. Alles leek prachtig geregeld. Met zijn vrouw Olga en hun twee kinderen kreeg hij een uitkering, een huis, meubilair, taallessen en ontmoette niets dan hulpvaardigheid en vriendelijkheid. Er waren regels, er waren wetten en een overheid die ze nakwam. Olga (37), van wie hij intussen gescheiden is, maar met wie hij nog samen de kinderen opvoedt: 'Nederland was voor ons een sprookje. Tot we met Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming te maken kregen.'

Het begon als gewone ruzie tussen een puberdochter en haar ouders. Irina (nu 15 jaar) was in 1991 met haar ouders en broer naar Nederland geëmigreerd. Ze leerde de taal snel en paste zich gemakkelijk aan. Het ging goed, tot ze op de middelbare school onder invloed kwam van een 'slechte' vriendin. Haar cijfers kelderden, ze ging spijbelen, bleef tot 's avonds laat weg, en waaraan vader Grigori zich het meest ergerde: ze was nog maar 14 en smeerde make-up op haar gezicht. 'Ze leek wel een hoer', vindt hij. 'De kinderen in Nederland hebben meer vrijheid dan bij ons', zegt Olga. Volgens haar is dat de bron van het conflict.

Irina accepteerde het gezag van haar ouders steeds minder. 'Waarom mag Lo wel laat thuiskomen en ik niet? Waarom krijgt zij veel geld en ik niet?' Irina deed haar vriendin in alles na. Net als zij wilde ze een rijke man trouwen, en net als zij model worden. Grigori en Olga gruwden van het gedrag en de toekomstplannen van hun dochter. Olga: 'Ze begon zich thuis vreselijk te gedragen. Ze had het er over dat ze een eigen flat wilde. Ze was een verwend kind, dat in alles haar zin doordreef.'

In 1997 liep Irina naar de Stichting Jeugdzorg. Haar moeder: 'Ik weet niet van wie ze de informatie kreeg. Er bestaat hier een Kindertelefoon voor kinderen in nood. Wij hebben lang moeten speuren om te snappen hoe het werkt. Een Oudertelefoon is er niet.'

Olga en Grigori begrepen niet waarom hun dochter naar vreemden liep. Ze had het toch goed? Thuis hoefde ze niet te helpen, het enige wat van haar verlangd werd, was dat ze op school haar best deed. Ze werd in de watten gelegd. Lustte ze niet wat haar moeder kookte, dan ging ze naar haar vader om bij hem te eten.

Olga wees de maatschappelijk werkster van Jeugdzorg niet de deur. Maar de gesprekken over Irina brachten geen soelaas. Irina liep weg. Op een vrijdagavond laat werd Olga gebeld: uw dochter zit in de crisisopvang. Olga was geschokt. De nieuwe maatschappelijk werkster van Jeugdzorg, aan wie het geval van de weerspannige puber was toebedeeld, overtuigde Olga ervan dat het beter was Irina een tijdje in het opvanghuis te laten wonen. Olga ging akkoord, op voorwaarde dat het niet langer dan zes weken mocht duren en er in de tussentijd een psychologisch onderzoek naar Irina's gedrag werd gedaan.

Olga: 'Dat was een grote fout. Ik had nooit toestemming moeten geven. Er zijn ook goede medewerksters, maar wij kwamen terecht bij iemand die alles wat Irina zei zonder meer geloofde. Bij ons thuis is ze nooit komen kijken. Jeugdzorg wil klanten, want dan krijgt die club meer subsidie.'

De Pasternaks was verteld dat de minderjarigen zich in het opvanghuis aan strikte regels moesten houden. Ze zouden leren dat gezag telt en vrijheid grenzen heeft. Op een avond zag Grigori zijn dochter op straat met een volwassen man. Wat waren dat voor regels bij die crisisopvang? Werd er wel op Irina gelet?

Vader, moeder en grootvader Pasternak vonden het welletjes. Ze togen naar het opvanghuis, praatten twee uur lang met de leiding en namen Irina, tegen haar zin, mee naar huis. Irina protesteerde hevig en trapte 's nachts een scène. De volgende dag stonden er een wijkagent en nog eens twee agenten van de jeugd- en zedenpolitie op de stoep. Olga: 'Ze zeiden dat wij Irina in haar vrijheid belemmerden. We hadden de buitendeur op slot gedaan, zodat ze niet wegliep. We kenden de regels niet. Nu weet ik dat ik had moeten weigeren haar met hen mee te laten gaan.'

Van bureau Jeugdzorg kreeg Olga te horen dat haar dochter op een veilige plek verbleef. Plaats noch telefoonnummer werd aan de Pasternaks verstrekt. Hun dochter was naar hun gevoel geroofd. Olga: 'Ons kind moest beschermd worden, daarom gingen we voor hulp naar de Raad voor de Kinderbescherming. Maar die zei dat hij niets voor ons kon doen.'

Grigori begon zich te verdiepen in de materie. In de stadsbibliotheek vond hij twaalf boeken over jeugd- en kinderbescherming in Nederland. Grigori: 'Dat is het verschil met de Sovjet-Unie. Daar kon je nooit de regels achterhalen. Hier vraag je in de bibliotheek naar de wetstekst en dan geven ze je die!'

Gewapend met de boekenkennis besloten ze het systeem te lijf te gaan. Ze dienden een klacht in bij de Jeugdzorg over de 'onwettige geheimhouding' van de verblijfplaats van Irina en namen een deskundige in de arm die al vaak conflicten over voogdij had uitgevochten.

Jeugdzorg droeg de zaak over aan de Raad voor de Kinderbescherming. Volgens de Pasternaks omdat Jeugdzorg de hete aardappel kwijt wilde. Volgens de Raad voor de Kinderbescherming omdat Irina per se niet terug naar huis wilde en de ouders koppig bleven weigeren daarmee in te stemmen.

Pijlsnel volgde een uitspraak van de kinderrechter. Wegens 'onmiddellijke en ernstige dreiging voor haar lichamelijke en zedelijke ondergang' werd Irina voor drie maanden onder toezicht gesteld. De Pasternaks waren verbijsterd. De bewering van Irina dat ze werd mishandeld klopte niet en was niet eens onderzocht. Hoe kon een rechter hun dochter dan uit huis plaatsen? Was die soms corrupt? Ze hadden niet de kans gehad tot weerwoord op het verzoek van de Raad. En tijdens de zitting luisterde de rechter niet naar hún verhaal.

Een ontmoeting tussen Olga en haar dochter op het kantoor van de Raad liep spaak. Olga wilde alleen komen als ze onder vier ogen met Irina kon spreken, Irina - naar overtuiging van de Pasternaks daartoe aangemoedigd door de Raad - eiste dat er iemand van de Raad bij aanwezig zou zijn.

Het was een van de redenen voor de rechter om Irina vervolgens voor een jaar uit huis te plaatsen. Olga: 'Zit je eenmaal in de molen van de kinderbescherming, dan is er geen ontsnappen meer aan. Ze geven nooit toe dat er een fout is gemaakt.' De Pasternaks strooiden klachten in het rond. Ze luisterden niet naar adviezen van Nederlandse kenners van het bureaucratische labyrint, dat je moet wachten tot je antwoord hebt, alvorens je bij een volgende instantie aanklopt. Olga: 'Dan duurt het vijf jaar voor je iets bereikt, dat weet ik uit ervaring. Je moet een schot hagel op ze afvuren.'

De Pasternaks schreven de rechter aan, de Raad voor de Kinderbescherming, de Jeugdzorg, de wethouder, de Tweede Kamer, de Ombudsman, de koningin. Na een tijdje merkten ze dat al die brieven - tegen de zestig in totaal - op het bureau belandden van een en dezelfde ambtenaar van justitie. Ze wendden zich tot Straatsburg, tot het Europese Hof voor de Mensenrechten.

Helpen deed het niet. De Pasternaks werden behandeld als querulanten, die niets van de Nederlandse regels en verhoudingen snapten. 'Als onze wetten u niet bevallen', kregen ze toegevoegd, 'dan vertrekt u maar naar een ander land.' Grigori: 'Die Raad heeft een enorme macht. Iedereen is er bang voor. Advocaten, rechters en voogdij-instellingen. Zodra mensen die ons verhaal gehoord hadden, belden met de Raad, veranderde hun houding op slag. Ze keerden zich van ons af. Wat werd hun verteld?'

Terwijl ze in afwachting waren van het hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling, keerde Irina onverwacht terug naar huis. Op 10 april belde ze uit zichzelf haar vader. Ze had genoeg van het opvanghuis, zei ze. Een paar uur later stond ze bij hem voor de deur. Ze is niet meer weggegaan.

Na acht maanden strijd zijn Grigori en Olga Pasternak opgelucht. Ze hebben veel geleerd over Nederland. En één ding staat vast: voor opvoedingsproblemen zullen ze nooit meer te rade gaan bij een officiële instelling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden