Economie De onderneming

Een bouwbedrijf runnen mét knalroze bouwhelm: ‘Als ik bij beurzen rondloop, denken ze dat ik de secretaresse ben’

Souad El Markhous, directeur van bouwbedrijf De Combi. Beeld Katja Poelwijk

Souad El Markhous nam tijdens de crisis het bouwbedrijf over waar ze ooit als schoonmaker was begonnen. ‘Als vrouw in de bouw sta je eerst met 10-0 achter, maar kan je vervolgens wel echt een verschil maken.’ 

Laat haar torenhoge naaldhakken, zorgvuldig aangebrachte make-up en roodgelakte nagels u vooral niet op het verkeerde been zetten. Souad El Markhous (49) runt een bouwbedrijf. Mét knalroze bouwhelm op haar lange, gekrulde lokken. ‘Ik vind dat elke vrouw in de bouw een roze exemplaar zou moeten hebben. Laat ze maar zien dat je vrouw bent. Want de bouw kan veel meer vrouwen gebruiken.’

‘Wat moet die barbiepop hier? De afgelopen jaren zag ik het ze denken als ik aanschoof bij een bouwvergadering. Als ik bij beurzen rondloop, denken ze dat ik de secretaresse ben. En een klant e-mailde me een half jaar lang ‘Geachte heer El Markhous’. Tot we koffie gingen drinken. Hij ging zitten en bekeek me met zo’n uitdagende blik van: kom maar op. Pas toen ik over staalconstructies begon te praten, dacht hij: shit, ze heeft wel inhoud.’

Een kasteel verbouwen, een kerk restaureren of een woning renoveren; het bedrijf van El Markhous sleutelt voornamelijk aan bestaand vastgoed. Tot de opdrachtgevers behoren Hema, Shell en Albert Heijn en het bedrijf schrijft na een faillissement en doorstart inmiddels weer zwarte cijfers. Het gaat goed met De Combi én de directeur. Maar El Markhous bewandelde niet bepaald de makkelijkste weg.

Studeren geen optie

Het is september 1989 als in de Noord-Marokkaanse havenstad Larache om 5 uur ’s ochtends een auto de straat inrijdt. Zenuwachtig staat de 18-jarige Souad met haar koffer te wachten op haar nichtje en diens vriend uit Nederland. Ze brengen haar in het geniep naar Amsterdam. Weg van Marokko, weg van haar nietsvermoedende vader die haar verbiedt te studeren.

Ze mag bij haar Marokkaanse tante wonen, maar ook daar is studeren geen optie. Ze moet werken en meehelpen in het huishouden. De buurman weet wel een baantje voor haar: schoonmaken bij een bouwbedrijf.

Ze spreekt geen woord Nederlands. Begrijpt niets van de grapjes die de bouwvakkers maken. Iedere woensdagochtend maakt ze in alle vroegte het kantoor van de directeur schoon, want dan is hij er niet. ‘Stiekem deed ik de deur dicht en zette ik mijn emmer met sop naast het bureau. Heel eventjes ging ik dan op zijn blauwe, leren bureaustoel te zitten terwijl mijn vingers over het toetsenbord van zijn computer gleden.’ Dat die directeursstoel dertig jaar later van haar zou zijn, had ze nooit durven dromen.

Tot die ‘onbereikbare, grote, boze boeman’ onverwacht zijn kantoor binnenstapt op een woensdagochtend, blikt El Markhous terug. In een combinatie van gebrekkig Nederlands, Engels en Frans vertelt ze hem desgevraagd haar verhaal. Wie ze is en waar ze vandaan komt. Met als gevolg dat ze naar school wordt gestuurd om taallessen te volgen en bedrijfsadministratie te studeren. ‘Hij bewonderde mijn doorzettingsvermogen en zag de potentie in mij.’

’s Ochtends maakt ze schoon, ’s middags gaat ze stiekem naar school. Haar tante gelooft de smoes dat ze extra uren mag schoonmaken. In drie jaar tijd rondt ze haar studie af, wordt ze administratief medewerker en niet veel later boekhouder. Ze schopt het tot hoofd van de administratie en is niet van plan het daarbij te laten.

‘Willie, we zijn gered!’

Maar dan slaat in maart 2014 de crisis toe. De Combi – uitgegroeid tot een bedrijf met 350 man personeel en elf vestigingen – dreigt failliet te gaan als gevolg van de slechte marktomstandigheden. De vestiging in Amsterdam wordt verkocht aan de Coen Hagendoorn Bouwgroep. ‘De Combi betekende zo veel voor me, het voelde alsof ze mijn kind wilden afnemen. Ik kon het gewoon niet afstaan.’ Twee dagen staat het bedrijf op naam van Hagendoorn. Tot El Markhous en vestigingsmanager Willie van Dijk besluiten om samen een poging te doen de vestiging over te nemen.

Binnen 24 uur moet het tweetal met een bod komen. Er wordt gebeld, gepraat. Maar investeerders blijven uit. ‘De crisis, de bouw, een vrouw die zo’n bedrijf wil overnemen die dan óók nog eens Marokkaans is? Niemand durfde dat aan.’ Maar dan komt dat verlossende telefoontje van een anonieme investeerder. ‘Toen hij mijn verhaal hoorde en wat De Combi voor mij betekent, vroeg hij slechts hoeveel geld we nodig hadden. Hij geloofde in ons en ineens was ik samen met Willie directeur van het bedrijf. Ik riep: Willie, we zijn gered!’

Dat is inmiddels vijf jaar geleden. De Combi liep een flinke deuk op door het faillissement. ‘Maar gelukkig hadden we een goede naam opgebouwd. Oud-klanten zoals Arcadis en Vesteda vertrouwden ons, lieten ons oude opdrachten afmaken en gaven ook gelijk weer nieuwe.’ Volgens El Markhous komt dat doordat De Combi ‘meer adviseur dan aannemer’ is. ‘Als je door mij je huis wil laten verbouwen, ga ik met je sparren alsof het mijn eigen huis is. En wat ook best bijzonder is voor een aannemersbedrijf: wij komen onze beloften na. Altijd. De opleveringsdatum is heilig, wat er ook gebeurt.’

Werknemer Mariëlle Dreijerink van De Combi. Beeld Katja Poelwijk

Kippetje tussen de hanen

Al blijft de krapte in de bouw een pijnpunt. ‘Iedere amateur die een hamer vast kan houden, noemt zich tegenwoordig al timmerman. Goed personeel is moeilijk te vinden’, vertelt de directeur. Daarom gaat ze persoonlijk scholen af om stagiairs te zoeken. Het liefst vrouwen. ‘Als vrouw in de bouw sta je eerst met 10-0 achter, maar kan je vervolgens wel echt een verschil maken.’ Volgens El Markhous kunnen vrouwen de ‘harde bouwwereld’ verzachten. ‘We hebben een creatieve geest en ruime denkwijze. Bij vergaderingen zorgt een kippetje tussen de hanen voor een gemoedelijke en oplossingsgerichte sfeer.’

Wat had ze graag gewild dat haar vader haar nu had kunnen zien. ‘Als Marokkaanse zakenvrouw in mijn eigen kantoor. In plaats daarvan heeft hij alleen gehoord dat ik schoonmaker was geworden. Hij zei: heb je je leven in Marokko weggegooid om Nederlandse toiletten te poetsen?’ Jarenlang wilde hij haar niet spreken.

Toen ze hem opzocht met in haar tas de krant waarin stond dat ze directeur was geworden, herkende hij haar niet meer. Haar vader overleed in 2016 aan de gevolgen van alzheimer. Hij heeft het nooit geweten. Niet dat ze directeur werd van De Combi. Niet dat ze eind vorig jaar Etnische Zakenvrouw van het Jaar werd. Niet dat ze een onderscheiding kreeg van de Marokkaanse koning. ‘Mijn vaders waardering zal ik nooit meer krijgen. Ik weet dat hij teleurgesteld in me was, maar ik weet ook dat ik iets heb bereikt waar hij trots op zou zijn.’

Profiel

Bedrijf: De Combi

Waar: Amsterdam

Sinds: 1972

Aantal werknemers: 25 (van wie 11 vast)

Jaaromzet: 4,7 miljoen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.