D66-leider Alexander Pechtold deelt flyers uit tijdens de campagne in Den Haag in aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen.
D66-leider Alexander Pechtold deelt flyers uit tijdens de campagne in Den Haag in aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen. © ANP

Een beetje econoom heeft de PvdA verlaten voor D66

Alexander Pechtold moet premier worden en Wouter Koolmees minister van Financiën - als het aan economen ligt. Vier van de tien Nederlandse economen zeggen politiek voor D66 te kiezen: een partij die naar links en rechts kan buigen, duidelijk eurofiel is, voor bezuinigingen en beperking van de hypotheekrente-aftrek en vermindering van de ontslagbescherming steunt.

Met 40,6 procent van de stemmen is D66 onder economen groter dan VVD, PvdA en CDA samen. Dit blijkt uit een op website Me Judice gepubliceerde enquête van de economen Harry van Dalen, Arjo Klamer en Kees Koedijk onder vakgenoten: 450 economen verbonden aan de Nederlandse universiteiten en 403 economen die lid zijn van de Koninklijke Vereniging voor de Staatshuishoudkunde. De conclusie is van belang, nu de kiezers economie als het belangrijkste onderwerp van deze verkiezingen zien.

Terug naar het midden

Dertig jaar geleden werd een vergelijkbaar onderzoek gehouden. Toen stemden de meeste economen op de PvdA, een partij die in die periode fors linkser was dan de huidige PvdA.

Maar economen zijn teruggekeerd naar het midden. In de 19de eeuw waren de economen bijna allemaal liberaal. Volgens de Britse econoom Alfred Marshall had het economisch beleid cool heads but warm hearts nodig. Er heerste een heilig geloof in de zelfcorrigerende invloed van de markt.

Dat veranderde door de crisis van de jaren dertig. Marhalls landgenoot John Maynard Keynes zei dat de overheid de markt moest bijsturen. Economen waren bijna allemaal keynesianen. De bekendste Nederlandse naoorlogse econoom Jan Tinbergen was naast keynesiaan maar ook een echte socialist.

Populisme

In de jaren zestig, zeventig en tachtig waren de meeste invloedrijke economen PvdA'ers: Jan Pronk, Jo Ritzen, Flip de Kam, Jan Pen en Hans van den Doel, en in de jaren negentig Rick van der Ploeg, later ook Coen Teulings. Volgens de auteurs 'laten onze collega's Jan Tinbergen steeds meer los en verschuift hun blik naar een Angelsaksisch, en dus liberaler wereldbeeld'.

Economen haten populisme. De PVV krijgt onder academische economen geen enkele stem, net zo min als one-issuepartij 50Plus. Ook de socialistische visie van de SP kan weinigen bekoren.