INTERVIEWDirk Bezemer

Econoom Dirk Bezemer: ‘We moeten afkicken van onze verslaving aan geld, want de arbeidsmarkt wordt te onveilig’

Dirk Bezemer is hoogleraar economie aan de Universiteit van Groningen. In zijn vorig jaar verschenen boek Een land van kleine buffers pleit hij voor een andere benadering van kapitaal. Beeld Ivo van der Bent
Dirk Bezemer is hoogleraar economie aan de Universiteit van Groningen. In zijn vorig jaar verschenen boek Een land van kleine buffers pleit hij voor een andere benadering van kapitaal.Beeld Ivo van der Bent

Nederland is verslaafd aan sparen en vermogensopbouw, vindt econoom Dirk Bezemer. Daar moeten we volgens hem vanaf, want deze doorgeschoten kapitaallust maakt de arbeidsmarkt onveilig. Gelukkig liggen de verbeterplannen al klaar.

Meteen aan het begin van het digitale vraaggesprek kijkt econoom Dirk Bezemer naar de boekenkast die achter de interviewer staat. ‘Dat rode boek daar! Het goede leven. Dat is de centrale vraag! Wat is het goede leven? Hebben we de economie zo ingericht dat we het goede leven kunnen realiseren?’

Hij denkt van niet.

‘We zijn te veel met geld oppotten bezig. Dat is misschien gek om van een econoom te horen, maar het is een misvatting te denken dat geld opgepot in vermogens, aandelen, pensioenen en huizen het goede leven bevordert. Integendeel.’ Geld in een spaarpot, dat ongebruikt ligt te wachten op de toekomst, creëert te vaak schijnzekerheid, volgens Bezemer. En dat terwijl we in het heden veel geld moeten investeren in duurzaamheid en het bestrijden van sociale ongelijkheid.

Prof. dr. Dirk Bezemer is hoogleraar economie aan de Universiteit van Groningen, en schrijver van het vorig jaar gepubliceerde boek Een land van kleine buffers. Er is genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd. Hij studeerde in Wageningen, promoveerde in Amsterdam en werkte in Londen, het walhalla van de financiële markten. In Groningen doet hij onderzoek naar de gevolgen van de financiële structuren van de economie voor het functioneren van de economie en de samenleving.

Bezemer heeft een column in De Groene Amsterdammer waarin hij veelvuldig verklaringen aandraagt voor het feit dat een rijk land als Nederland, dat in allerlei lijstjes in de wereldtop staat, toch met steeds meer maatschappelijke problemen, stress en opkomend populisme te kampen krijgt. Zijn stelling: te veel sparen leidt niet tot het goede leven, maar tot een groeiende tweedeling. Populisme is een gevolg van de groeiende sociale en economische ongelijkheid, die weer deels te wijten valt aan onze overdreven aandacht voor het oppotten van geld.

Twee heilige huisjes moeten daarom per direct om, stelt Bezemer. ‘We moeten af van de verslaving aan sparen en vermogensopbouw, én van het idee dat we niet daarvan kunnen afkicken. Dit moet in het belang van de toekomst van de jongere generaties.’

Dit zal de prudente Nederlanders vreemd in de oren klinken: we sparen te veel, we potten te veel op.

‘Prudent? Nederland is een belastingparadijs. Daarmee ondermijnen we de overheidsfinanciën elders, ook binnen de eurozone. Binnen Nederland zijn we ook niet prudent bezig. Bedrijven sparen te veel door te veel van hun verdiensten door te geven aan aandeelhouders en te weinig te investeren in innovatie, productiviteit en werk en lonen.

‘De overheid faciliteert dat door loonmatiging en arbeidsmarktflexibilisering aan te moedigen, waardoor nu miljoenen Nederlanders als flexwerker of zzp’er een financieel onveilig bestaan leiden. Velen hebben daardoor te weinig financiële buffers, betalingsachterstanden of echte schuldproblemen. De publieke sector is intussen financieel uitgekleed, doordat er al zeker tien jaar te weinig in wordt geïnvesteerd, zelfs de rechters klagen over geldgebrek. Hetzelfde geldt voor de gemeentelijke financiën.

‘En dan heb je nog de vastgoedmarkt waarin we veel te veel sparen. De financiële waarde van huizen is in 25 jaar verdrievoudigd, vooral doordat we zo veel lenen, gestimuleerd door de hypotheekrenteaftrek, lage rentes en lage vermogensbelasting.

‘Dat is wat ik bedoel met een structuur waarin financiële boven reële waarden gaan, waarin vermogensopbouw en de prijzen van aandelen en huizen voorrang krijgen boven lonen en investeringen. Hoe prudent is dat eigenlijk?’

En tegenover al dat sparen staan kosten, maatschappelijke kosten?

‘Al dat opgepotte geld gaat naar een te kleine groep die steeds rijker wordt. Nog afgelopen week rapporteerde het CBS dat de vermogensongelijkheid zeer groot is in Nederland. Ook de ongelijkheid in inkomens stijgt flink, vooral door groeiend inkomen uit vermogen dat aan een te kleine groep rijkere Nederlanders toevalt.

‘Intussen zijn er reële tekorten aan mensen en middelen. Je ziet dat aan schoonmakers die flexcontracten hebben, leraren die voor te grote klassen staan, zorgmedewerkers en politieagenten die onderbetaald zijn, mensen in de creatieve sector met dalende inkomens, jongeren die geen huis kunnen kopen.’

Is dit typisch Nederlands?

‘Ja, Nederland heeft hogere huishoudschulden en een flexibelere, en daardoor onveiligere arbeidsmarkt dan andere Europese landen. We romen ook veel meer van het inkomen af door ons pensioenstelsel.’

De complexiteit van die systemen is enorm. Complexiteit die tegenwoordig vaak als legitimatie wordt gebruikt om niets te veranderen. U stelt in uw boek dat het wel te veranderen is.

‘Natuurlijk. Zo complex is het niet om en paar grote, belangrijke veranderingen door te voeren. Grappig om dát nu complex te noemen. Toen we de arbeidsmarkt flexibiliseerden en de schulden de pan uit lieten rijzen en een belastingstelsel optuigden waarin loon veel zwaarder wordt belast dan vermogen, hoorde je toen iemand klagen dat al die veranderingen te complex waren om door te voeren? Wat een drogreden!

‘Het idee dat dit niet te veranderen is, is zo’n heilig huisje. De plannen hiervoor liggen zelfs klaar: het rapport van de commissie-Borstlap voor de arbeidsmarkt en het ontwerp voor een beter belastingstelsel onder leiding van Sijbren Cnossen en Bas Jacobs. Er is geen excuus.’

Waarom doen we het dan niet?

‘Dat komt door de overheersende ideologie en door lobby’s. Met ideologie bedoel ik een set ideeën die de feiten gaan overheersen. Bijvoorbeeld dat de afname van de loongroei Nederland concurrerend heeft gemaakt en dat dat uiteindelijk goed is voor onze welvaart. Uit onderzoek blijkt juist dat hoger betaalde werknemers productiever zijn. Bovendien zijn lagere lonen en lagere bestedingen ook nog eens slecht voor de economie.

‘Ook de ideeën omtrent overheidsschuld zijn enorm ideologisch beladen. Voor de meeste Nederlanders, ook voor ambtenaren en politici, staat het buiten kijf dat overheidstekorten slecht zijn, terwijl dat aantoonbaar niet klopt. Overheidsschuld is iets anders dan private schuld. Private personen moeten hun schuld afbetalen, omdat ze een keer doodgaan. De overheid niet, want de staat gaat niet dood. De Nederlandse staat heeft sinds haar ontstaan in 1814 altijd overheidsschuld gehad.’

Maar minder schuld is toch beter?

‘Nee, dat hoeft niet. Waarom hameren op het aflossen van de overheidsschuld als het geld beter gebruikt kan worden om bruggen, wegen, onderwijs en rechtsspraak te financieren? Dat is geen verlies voor Nederland, dat is investeren in de toekomst van Nederland. Bovendien: de helft van de staatsschuld is in Nederlandse handen, bijvoorbeeld bij de pensioenfondsen. Dus dat is geen last voor onze kinderen, die gaan die afbetaling juist ontvangen.’

Waarom is die ideologie zo sterk in Nederland?

‘Doordat Nederland toch een een van de draaischijven van het mondiale financieel kapitalisme is. Private investeerders zien liever een lage staatsschuld en hoge private schulden waaraan te verdienen valt. Gaat dat fout, dan kan de staat bijspringen. Het opjagen van schulden bij huishoudens en ons belastingparadijs zijn daar symptomen van. Als je daarmee je geld verdient, zoals het rijkere deel van Nederland doet, ontstaat er vanzelf een ideologie die dit ondersteunt.’

Ik was tien jaar correspondent in Italië. Als ik het in de krant over Berlusconi of de maffia had, kreeg ik vaak de reactie: bij ons gebeurt dat niet. Maar feitelijk faciliteert de Zuidas magnaten als Berlusconi en maffiosi die geld willen witwassen. Dat verheven zelfbeeld van Nederland in de wereld lijkt verandering ook wel te bemoeilijken.

‘Ja, dat is zeker zo. Het is echt raar hoe zelfgenoegzaam Nederland is. Internationaal staan we helaas ook zo bekend. Nederlanders stellen zich graag ten voorbeeld aan anderen. Je kunt heel moeilijk andere landen op hun belastingmoraal gaan aanspreken en zelfs ambtenaren naar Griekenland sturen om ze uit te leggen hoe ze hun belastingsysteem moeten inrichten, terwijl ons eigen land een belastingparadijs is. Dat is het al jaren, ook al schilderen we het af als heel deugdzaam.’

Italiaanse economen zeiden mij altijd dat Nederland een van de hoogste private schulden heeft en dat als je de staatsschuld en schulden van bedrijven en huishoudens optelt dat de schuld van Nederland net zo hoog is als die in Italië.

‘Wij hebben inderdaad de hoogste huishoudschulden ter wereld, die maken ons kwetsbaar. Nederland heeft er mede daarom, en door bezuinigen om de staatsschuld omlaag te brengen, zeven jaar over gedaan om te herstellen van de financiële crisis van 2008. België, Frankrijk en Duitsland maar drie. Hoe goed is ons systeem eigenlijk?’

Hoe zit het met de inkomensongelijkheid in Nederland?

‘Die neemt toe, blijkt uit onderzoek. Een heleboel van wat in de bovenste lagen wordt verdiend, denk aan inkomen uit kapitaal zoals dividend en waardestijging van beleggingen en onroerend goed, is slecht zichtbaar in de statistieken of valt erbuiten. Die groei van vermogen én inkomen uit vermogen valt toe aan de rijkste toplaag van Nederland, terwijl vooral de lagere middeninkomens al twintig jaar vrijwel stilstaan. Het CBS publiceerde vorige week een studie waarin dat wordt ontkend, waarop er een controverse over ontstond, want het is toch echt zo.’

Wat moet er in de arbeidsmarkt veranderen?

‘Ten eerste het idee dat loonmatiging goed is, een overtuiging die in het dna van iedere Nederlandse politicus en ambtenaar zit. Dat was veertig jaar geleden misschien voor een deel de oplossing voor problemen van toen. Maar het is volledig doorgeschoten. De lonen zijn te lang achtergebleven. Daaraan gekoppeld is de arbeidsmarktflexibilisering ook veel te ver doorgeschoten.

‘Van de negen miljoen werkenden in Nederland is tweeënhalf à drie miljoen flexwerker of zzp’er. De meerderheid heeft gewoon een financieel onveilig bestaan. Veel mensen in de journalistiek, zorg, logistiek, horeca, schoonmaak, bouw, tuinbouw of het transport zijn als zzp’er teruggekomen in werk dat ze vroeger als werknemer deden, maar toen met veel meer financiële veiligheid.

‘De rechten van werknemers, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, worden dagelijks geschonden. Tussenpersonen en uitzendbureaus die dit mogelijk maken moeten worden verboden, stelt Borstlap. Zijn analyse en oplossingen zijn heel concreet. Die moeten we alleen nog uitvoeren. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dat rapport in januari 2020 in ontvangst genomen. Daar is niets mee gebeurd, mogelijk door corona, maar de stilte is zorgelijk.’

En dan is er volgens u ook nog een herziening van het belastingstelsel nodig.

‘Klaas Knot, nota bene de president van De Nederlandsche Bank, zei vorig jaar september in de HJ Schoo-lezing dat het wel heel opvallend is dat in Nederland vermogen relatief laag wordt belast in vergelijking met arbeid en ondernemerschap. In Nederland is een soort rentenierseconomie ontstaan ten bate van de rijkere mensen en tot schade van de rest.

‘Dat is op te lossen. Er is een zogeheten Ontwerp voor een beter belastingstelsel gepubliceerd, een boek dat is geredigeerd door Sijbren Cnossen en Bas Jacobs. Dat zijn de meest vooraanstaande autoriteiten als het om belasting en economie in Nederland gaat. Hun voorstel: belast vermogen zwaarder. Met extra belasting op vermogens en vastgoed kun je echt procentpunten van de loonbelasting afhalen. Dat heeft grote voordelen voor werkend Nederland. Nu is het zo dat niet-werken en van je vermogen leven wordt beloond en werken en ondernemen wordt afgestraft. Dat zijn verkeerde prikkels.’

En dat gaat ook de woningmarkt helpen?

‘Denk maar even mee. Wat hebben we nu? Schaarste op de woningmarkt. Maar wat is schaarste? Dat er te hoge prijzen moeten worden betaald, zodat midden- en lagere inkomens en mensen met onzekere banen als eerste buiten de boot vallen. Die hogere prijzen zijn er door te veel leenruimte en door speculatie, niet alleen doordat er zo weinig is gebouwd, hoewel dat ook. Maar daar wordt op dit moment helemaal niet over gedebatteerd; men praat alleen maar over bijbouwen.’

Wat moeten we dan doen?

‘Door de waardestijgingen van huizen te belasten met een vastgoedwaardebelasting snijd je het speculatieve motief uit de woningmarkt. Als iemand nu een huis van vijf ton zou kopen en er over drie jaar drie ton op verdient, dan zou de staat kunnen zeggen: 50 procent van je winst wordt belast. Dan wordt het een stuk minder aantrekkelijk voor de mensen die voor winst in huizen investeren. De vraag die dan overblijft, is de echte woonvraag. Dan kun je bekijken of er echt woningschaarste is, en of er werkelijk een miljoen huizen bijgebouwd moeten worden.’

Maar dit ligt heel gevoelig.

‘Jazeker, hier spelen grote belangen. De Britse econoom Avner Offer beschrijft in zijn artikel ‘The Market Turn’ hoe de woningmarkt een centrale rol is gaan spelen in het neoliberale afbouwen van de welvaartsstaat. Het idee van een ownership society, waar iedereen voor zichzelf zorgt en een eigen huis bezit, is een heel sterk neoliberaal ideaal. Neoliberalisme is een soort antihuurdersideologie. Dat is in de VS, het Verenigd Koninkrijk en Nederland heel sterk, maar in Duitsland en Midden- en Zuid-Europa veel minder.

‘Als je je samenleving hebt opgebouwd rondom eigen woningbezit en daar ook vermogensopbouw en oudedagsvoorzieningen indirect aan koppelt, worden mensen natuurlijk angstig als het om huizenprijzen gaat. Ze klampen zich in de onveilige neoliberale marktsamenleving vast aan hun huizen, kopen er liever een bij, waardoor de prijzen stijgen en de ongelijkheid en onveiligheid alleen maar groeit. Dan zit je in een slechte dynamiek.’

Verwacht u dat een kabinet met VVD, CDA en D66 dit zal aanpakken?

‘De verkiezingsuitslag laat weinig veranderingsgezindheid zien. Toch blijf ik vol goede moed. VVD-premier Rutte heeft zich in het verleden heel buigzaam betoond als de maatschappelijke opinie over een onderwerp verandert. Kijk naar de dividendbelasting of Zwarte Piet. En D66 noemt zich sociaal-liberaal. Sigrid Kaag heeft geloof ik gezegd: we moeten handelen alsof het huis in brand staat. Ze leggen de nadruk op duurzaamheid en sociaal beleid. De afgelopen kabinetten hebben ze dat niet erg laten zien, maar hopelijk onder nieuw leiderschap wel veel meer.’

Bas Mesters zet op vrijdag 21 mei om 16.30 uur het gesprek met Dirk Bezemer voort in een digitale bijeenkomst in debatcentrum De Tussenruimte in Den Haag. U kunt dan ook vragen stellen. Aanmelden kan op emma.nl/tussenruimte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden