INTERVIEW

'Economie moet als een religie worden behandeld''

De Tsjechische econoom Tomáš Sedlácek betreurt het dat een macro-economisch advies uit de Bijbel in de wind wordt geslagen: spaar in de vette jaren voor de magere.

De Tsjechische econoom en filosoof Tomáš Sedlácek te gast bij Arnon Grunberg in De Balie in 2012. Beeld Hollandse Hoogte

God is dood, dat wil zeggen: de God van de markt. Het economische geloof in de onzichtbare hand, de homo economicus en de profetieën van modellenmakers moet op de mestvaalt van de wetenschapsgeschiedenis worden gezet. Dat schrijft de Tsjechische econoom Tomáš Sedlácek (1977) in zijn meeslepende boek De economie van goed en kwaad, waarin hij als een soort intellectuele collagekunstenaar 4.000 jaar cultuur aan elkaar plakt: van het Gilgamesj-epos naar Adam Smith, van het Oude Testament naar The Matrix.

Het is de laatste jaren populair om economie als godsdienst te beschrijven. Ook de Duitse literatuurwetenschapper Joseph Vogl (Het spook van het kapitaal) en de Amerikaanse econoom Robert Nelson (Economics as religion) beschrijven economen als de theologen van de markt.

Vanwaar die gretigheid om economie te ontmaskeren als een religie?

'Omdat het belang enorm is: als economie een religie is, moet ze ook als een religie worden behandeld. Zodra economen tekenen van godsdienstwaanzin vertonen, hou je ze liever een beetje op afstand. En je wantrouwt wat ze zeggen, zeker wanneer ze het met hun profetieën steeds volstrekt bij het verkeerde eind hebben gehad, maar toch blijven volhouden dat hun geloof het summum van rationaliteit is.

'Economen doen net alsof ze een neutrale, waardevrije wetenschap beoefenen à la natuurkunde. In werkelijkheid heeft economie een sterk moreel programma, dat stelt dat egoïsme goed is, dat de mens op aarde is om zijn persoonlijke nut te maximaliseren, dat emoties onderdrukt en dat alleen spreekt over waarden waarop een cijfer kan worden geplakt. Dan begeef je je als wetenschap op heel dun ijs.'

Niet dat er per se iets mis is met religie, zegt Sedlácek, die doceert aan de Karelsuniversiteit en werkt bij de Tsjechische bank CSOB. In De economie van goed en kwaad verwijst hij vaak naar de Bijbel als bron van economische kennis: de oorsprong van het vooruitgangsdenken plaatst hij bijvoorbeeld bij de joden, die een cyclisch tijdsbesef inruilden voor een lineair. Waar het Nieuwe Testament een verachting voor rijkdom ademt, is de God uit het Oude Testament bijna een kapitalist, die in tientallen passages zijn zegen uitspreekt over het vergaren van rijkdom.

'Voor dingen die niet duidelijk zijn hebben we geloof nodig, of dat nu in Adam en Eva, de Big Bang of een ander verhaal is dat we overtuigend vinden. Dat is een keuze. Geen enkele wetenschap stelt de vrijheid van het individu zo centraal als de economie. Tegelijkertijd gunnen we onze economiestudenten niet de vrijheid om zelf hun stroming te kiezen. In plaats daarvan hersenspoelen we ze met de heersende ideologie, totdat hun geloof sterk genoeg is. Als bonus laten we ze daarna zien dat er nog een paar andere manieren zijn om tot God te komen.'

Voelt u zich nog prettig bij het predicaat 'econoom', een vakgebied dat u in uw boek beschrijft als een samenraapsel van sprookjes, mythes en bijgeloof?

'Ik hou van economie en ik ben er trots op een econoom te zijn. Als een filmcriticus een film haat, wil dat toch niet zeggen dat hij de hele cinematografie haat? Economie is een veel bredere en mooiere wetenschap dan haar beoefenaars over het voetlicht brengen. Het programma van de Verlichting was: het spectrum van kennis is veel te groots en complex om door één persoon doorgrond te worden, dus laten we ons specialiseren: ga jij biologie doen, jij filosofie, jij economie, enzovoort. Daarna bespreken we hoe ze met elkaar verbonden zijn. We zijn zeer succesvol geweest in het specialiseren, maar de tweede stap, de kennis samenbrengen, blijft dikwijls achterwege. De economie is een imperiale wetenschap: we denken dat onze methode superieur is en dat we alles in ons eentje kunnen begrijpen.'

Is er iets veranderd in de jaren sinds uw boek is verschenen?

'Ik denk dat economie wel iets is veranderd. Tien jaar geleden geloofde de meerderheid van de economen en politici in de goddelijke macht van de markt. Markten reguleerden zichzelf, gedreven door een Onzichtbare Hand, daar konden we blindelings op vertrouwen. Nu zien we in dat markten, net als alles in het leven, menselijk, al te menselijk zijn. Economen zijn iets nederiger geworden, staan iets meer open voor andere perspectieven. We hebben onze fetisj voor economische groei iets beter in bedwang. Vergeet niet dat economie goedbeschouwd een zeer jonge wetenschap is. Denk eens aan hoe de geneeskunde er voorstond toen ze 300 jaar oud was.'

Economie verkeert in het stadium van aderlaten en schedelboringen?

'Aderlaten doet me denken aan hoe we omgaan met schulden. We hadden een schuldenprobleem en probeerden dat op te lossen met nog meer schulden. Eerst waren het schulden van banken en burgers, daarna van de staat. Ik vind het amusant dat er nog steeds het idee leeft dat de economie een soort zelfstandige macht is. De reddingspakketten van de crisis hebben dat idee tot een farce gemaakt.

'Laatst nam ik deel aan een debat in Duitsland, met als titel: 'Hoe moeten we de economie helpen?' Niemand in het panel betwistte dat de economie hulp nodig had. De economie is dus allerminst zelfstandig, want we zitten in jaar zoveel sinds de crisis en stellen onszelf nog steeds deze vraag. En wie moet de economie helpen? De staat. Budgetten voor musea en wetenschap worden gekort omdat de economie hulp nodig heeft. Dat is geen teken van kracht, als kunstenaars de economie uit de brand moeten helpen.'

De allereerste macro-economische voorspelling uit de geschiedenis staat in de Bijbel, in het beroemde verhaal over de droom van de farao, schrijft Sedlácek. Jozef, de zoon van Jakob, interpreteert de droom van de farao over de zeven vette en zeven magere koeien als een macro-economische voorspelling: er zal een cyclus komen van zeven jaren hoogconjunctuur, gevolgd door zeven jaren laagconjunctuur. Jozef adviseert de farao het voedseloverschot uit de vette jaren te bewaren voor de magere jaren, 'opdat het land door den honger niet te gronde worde gericht'. Dit was keynesianisme avant la lettre, schrijft Sedlácek, die werkte als adviseur van de Tsjechische president Václav Havel. Ook de econoom John Maynard Keynes adviseerde om in de vette jaren overschotten op te bouwen voor de magere jaren. Maar de meeste staten houden er een soort 'bastaardkeynesianisme' op na: geld in de economie pompen als het slecht gaat, maar geen overschotten oppotten als het goed gaat. Ze slaan Jozefs advies in de wind.

Sinds 1970 heeft Nederland slechts zes keer een begrotingsoverschot gehad. Tegelijkertijd was de gemiddelde jaarlijkse groei in die periode 2,3 procent. Wat vindt u daarvan?

'Het falen om onszelf in balans te houden, laat zien dat de economie labiel is. Als ik tienduizend euro leen, zal alleen een idioot denken dat ik tienduizend euro rijker ben. Maar als hetzelfde op macro-economische schaal gebeurt, roepen we hallelujah. De regering steekt zich ter waarde van 3 procent van het bbp in de schulden, en warempel, vervolgens groeit de economie. Kunnen we dat groei noemen? Dat is alsof je iemands lichaamslengte meet terwijl hij op stelten loopt.

'Het debat over bezuinigingen ging alleen om de vraag: bezuinigen, ja of nee? Maar de echte vraag was niet wel of niet, maar wanneer wanneer is het juiste moment om schulden terug te betalen? Schuld is de financiële uitdrukking van een psychologische onbalans. Schulden maken betekent het probleem naar de toekomst verschuiven, naar je kinderen en kleinkinderen. Ik heb geen geld om een snelweg aan te leggen, maar ik wil de belastingen niet verhogen, dus eureka! ik leen het geld. Betalen doe ik mañana wel. Maar als de mañana's zich opstapelen, krijg je vroeg of laat een crisis.

'Schulden maken een economisch systeem erg kwetsbaar. In de jaren voor de crisis hebben we stabiliteit verpatst om groei te kopen. De crisis heeft doen omvallen wat toch al uit balans was.'

U pleit ervoor dat landen in goede jaren verplicht worden een begrotingsoverschot te hebben.

'Er is geen enkele reden waarom we in goede jaren een begrotingstekort van 3 procent zouden mogen hebben. Het gebod dat ons begrotingstekort niet hoger mag zijn dan 3 procent is in ons hoofd langzaam veranderd in: zolang we binnen de marge van 3 procent blijven, doen we het goed. Dat is verkeerd. We zouden alleen een tekort mogen hebben in moeilijke tijden, als de economie het nodig heeft.'

Hoe zou u dat aanpakken als u minister van Financiën was?

'Een begrotingsoverschot hebben betekent dat je meer aan belastingen binnenkrijgt dan je nodig hebt om de verplichtingen van de staat te betalen. Dat is een soort economische pornografie. Een linkse minister van Financiën zou onmiddellijk in de verleiding komen de uitgaven te verhogen, want de ambtenaren en brandweerlieden willen ook wel eens een salarisverhoging. Een rechtse minister van Financiën zou onmiddellijk in de verleiding komen de belastingen te verlagen. Zelfs goede ministers zou het zwaar vallen dergelijke verlokkingen te weerstaan.

'Daarom zou ik hetzelfde doen met het begrotingsbeleid als wat we met monetair beleid hebben gedaan. Staatshoofden of regeringsleiders kunnen niet meer in de verleiding komen om geld te drukken, want daarvoor hebben we centrale banken in het leven geroepen als onafhankelijke instituten. Maar politici kunnen als het ware nog wel steeds 'schulden drukken'. Die macht zou ik de politiek uit handen willen nemen.'

Een scheiding tussen schuld en staat?

'Ik denk dat dit realistisch is. Ik heb een aantal jaren op een ministerie van Financiën gewerkt. Wat als een idioot benoemd wordt tot minister van Financiën? Die dingen gebeuren. In plaats van dat we bidden dat de minister zich redelijk gedraagt, kunnen we maar beter de verleiding weghalen.'

Maar kiezers zouden dan ook niets meer over de staatsschuld te zeggen hebben.

'Kiezers moeten kunnen stemmen over wat er met het belastinggeld moet gebeuren. Maar politieke partijen zullen niet meer vals kunnen spelen door lage belastingen of hoge uitgaven te beloven, wat alleen maar mogelijk is door je in de schulden te steken. Dit zal democratieën democratischer maken. Natuurlijk is er altijd een precair evenwicht. Maar democratie rust op pijlers die zelf ook niet 100 procent democratisch zijn. Zoals centrale banken of de rechterlijke macht. Als het hele volk over een crimineel zegt dat z'n kop eraf moet, zal de rechter dat toch moeten negeren. Zo zou het ook met schulden moeten zijn.'

Jozef spaarde in de zeven vette jaren voor de zeven magere. Sedlácek betreurt dat dit niet meer gebeurt. Beeld Gees Voorhees

Lezing Tomáš Sedlácek houdt vrijdag 7 november om 16.30 uur in de Martinikerk van Groningen de 32ste Van der Leeuwlezing. Coreferent is Barbara Baarsma, hoogleraar economie en directeur SEO Economisch Onderzoek. De lezing is een initiatief van de stad, de provincie, de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool, de Martinikerk en de Volkskrant. Gratis kaarten zijn te bestellen op vanderleeuwlezing.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden