Economen: stresstest banken is niet streng genoeg

Het grootste deel van de Europese banken is goed door de stresstest gekomen, maar dat betekent niet dat de banken een echte financiële crisis zoals die in 2008 kunnen doorstaan, zeggen economen.

Het hoofdkwartier van de Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main. Beeld AFP
Het hoofdkwartier van de Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main.Beeld AFP

'We weten nu dat de banken mogelijk bestand zijn tegen een milde recessie, maar dit is geen test op een echte ramp', zegt de Rotterdamse hoogleraar economie Ivo Arnold. Hoogleraar banking en finance in Tîlburg, Harald Benink: 'Het uitgangpunt van de test is verkeerd. De buffers bij de banken zijn in werkelijkheid historisch nog veel te laag.'

De Europese bankentoezichthouder EBA heeft gisteravond de resultaten van zijn stesstest bij 51 Europese banken gepresenteerd. Los van enkele banken, waaronder de Italiaanse probleembank Monte dei Paschi, kwam het gros redelijk goed door de test. De zogeheten kapitaalbuffers bleven ondanks een daling van soms vele procenten toch ruim overeind. Zelfs Deutsche Bank, door IMF als groot risico voor het financiële systeem aangeduid, doorstaat het testscenario nog. Daarmee lijkt de boodschap van de EBA: los van een paar rotte appels is het bankwezen in Europa stabiel.

In het negatieve scenario van drie jaar tegenslag gaat de EBA uit van bijvoorbeeld een krimp van de Europese economie in het eerste jaar van 1,2 procent, in het tweede jaar van 1,3 procent en een groei in het derde jaar (0,7 procent). 'Maar dit is geen recessie zoals we die in 2009 hebben gehad', zegt Arnold, toen kromp de economie veel harder. Ook gaat de test uit van een crisissituatie waarbij de rentes op staatsleningen in Spanje en Italië naar rond de 3 procent zullen stijgen. Bij de eurocrisis in 2011 stegen de rentes op staatspapier in die landen naar meer dan het dubbele daarvan.

Referendum

'Wat als er in Italië en Frankrijk het komende jaar partijen aan de macht komen die net als Groot-Brittannië een referendum uitschrijven? Dit kan een nieuwe eurocrisis veroorzaken, maar daar wordt geen rekening mee gehouden in de test', zegt Benink. Bij zo'n crisis is het volgens de economen veel waarschijnlijker dat de rentes in die landen opnieuw door het dak gaan en er dan weer een situatie ontstaat waarbij de overheidschuld in een land als Italië onhoudbaar wordt. 'Dit heeft dan mede gevolgen voor Nederlandse en andere Europese banken.'

De test laat zaken buiten beschouwing die juist nodig zijn om een goed beeld te kunnen krijgen of banken een crisis kunnen doorstaan. Gemiddeld daalden de buffers in het slechte scenario bij de Europese banken naar 9,4 procent. Dit lijkt gezond. Maar deze zogeheten kapitaalratio laat bewust bepaalde risico's buiten beschouwing, zeggen de economen.

Lees ook

Wat staat er op het spel bij de testen van de belangrijkste Europese banken? Zeven vragen over de grote bankentest (+)

De bankenwereld gaat bij de bepaling van die ratio uit van 'gewogen risico's'. Een lening aan een bedrijf telt bijvoorbeeld voor 100 procent mee in de rekensom. Een bedrijf kan immers failliet gaan en zijn lening niet meer terug betalen. Een staatsobligatie uit Italië telt echter voor nul procent mee in de weging. De rekenaars gaan ervan uit dat Italië, net als bijvoorbeeld Duitsland, altijd zijn leningen terugbetaalt, ook al heeft het Zuid-Europese land een overheidschuld die vele malen groter is dan volgens de Europese regels is toegestaan.

Gezonde buffer

Het is veel beter om van de zogeheten solvabiliteit uit te gaan, zegt Benink. En die ratio ligt gemiddeld lager, zo rond de 3 tot 4 procent. De solvabiliteitsratio geldt in het gehele bedrijfsleven als de graadmeter om te bepalen hoe gezond een bedrijf is. Afhankelijk van de bedrijfstak geldt een percentage tussen de 15 en 30 procent als een gezonde buffer. Lange tijd was dit bij banken niet anders, maar gaandeweg hebben ze een uitzonderingspositie verworven.

Voor het uitbreken van de crisis in 2008 was dit percentage gezakt naar 2 tot 3 procent, een belangrijke reden waarom beleggers in de paniek schoten. Het heeft ertoe geleid dat een groot aantal banken in Europa de afschrijvingen op slechte leningen niet konden opvangen, failliet dreigden te gaan en gered moesten worden.

Onder grote druk vanuit de samenleving, de politiek en de centrale banken zijn de buffers inmiddels dus aangevuld. Maar ze zijn nog steeds veel te laag, zeggen Benink en Arnold. Eigenlijk zouden ze weer in lijn moeten komen met wat als normaal en gezond is in de rest van het bedrijfsleven. Ook bij geteste Nederlandse grootbanken, zoals ING, ABN Amro en Rabobank, geldt volgens Benink dat de solvabiliteit historisch nog veel te laag is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden