Ecologische Hoofdstructuur in de verdrukking

Waarom zou er nog meer boerenland moeten verdwijnen? Het offensief van Agrarisch Nederland tegen de Ecologische Hoofdstructuur heeft alles te maken met geld en onkunde, aldus de ecoloog....

In de door drieletterwoorden gedomineerde discussie over de inrichting van ons land komt het nu aan op NBV, vindt Tammo Beishuizen. NBV staat voor ‘Nuchter Boeren Verstand’. Daar zou LNV eens naar moeten luisteren. Als het om de EHS gaat. Vindt althans Tammo Beishuizen van LTO.

De Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO), belangenbehartiger van agrarisch Nederland, vindt dat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) duidelijk moet maken hoeveel de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) tot dusverre heeft gekost. En hoeveel geld er nog tot 2018 in de EHS wordt gepompt.

‘Het ministerie zegt dat niet in beeld te kunnen brengen’, weet Beishuizen. Dat ergert hem. Zijn eigen organisatie durft wel cijfers te noemen. ‘Voor de EHS moet nu nog bijna 40 duizend hectare agrarische grond worden aangekocht. Met de huidige landbouwprijzen gaat dat tussen de twee en vier miljard kosten.’

Dat is veel geld om bijvoorbeeld een egeltje ongestoord van Vlissingen naar Groningen te kunnen laten lopen, vindt LTO. ‘Want dat is de grondgedachte achter de EHS.’

In zijn kritiek heeft Beishuizen inmiddels een Haagse pleitbezorger gevonden en weer gaat het om een drieletterwoord. Geen partij die het zo voor de boeren opneemt als het CDA.

De Ecologische Hoofdstructuur is een netwerk van aaneengesloten natuurgebieden waarmee de daling van biodiversiteit een halt moet worden toegeroepen. Die gebieden natuur nemen de plaats in van agrarische grond. Dat de belangenbehartiger van agrarisch Nederland sinds enkele maanden een ‘offensief’ is begonnen tegen de EHS heeft alles te maken met de ‘toenemende voedselvraag’ en met geld. Als hun grond wordt opgekocht om bebouwd te worden, ontvangen boeren beduidend meer geld dan wanneer die grond een ‘groene’ bestemming krijgt.

Ook een ‘blauwe’ (water) bestemming voor landbouwgrond levert minder op. LTO bestookt de politiek met kritische vragen over de EHS omdat het volgens de organisatie de spuigaten uitloopt met het verdwijnen van boerenland. Beishuizen: ‘Want het blijft niet bij die EHS. Daarbuiten wordt steeds meer grond geclaimd.’

Volgens Beishuizen eist de overheid nog eens 70 duizend hectare agrarische grond op voor zogeheten ‘nieuwe natuur’, als compensatie voor bijvoorbeeld ontpolderingen, voor de Tweede Maasvlakte en voor bebouwing in stedelijk gebied. Als in een stedelijk gebied wordt bijgebouwd, móet elders meer groen komen en dat wordt gevonden door boeren uit te kopen, zegt Beishuizen.

LTO vindt het zo wel mooi geweest met de EHS, zegt Beishuizen. Het gaat boeren tegenwoordig veel beter dan pakweg tien jaar geleden, dus waarom moet er nog meer boerenland verdwijnen?, stelt hij de retorische vraag. Dan: ‘Het voedselargument. Onze gronden produceren veel. Nederland is ’s werelds genetische kraamkamer op het gebied van zaden en pootgoed. Wat wij inzaaien, komt overal van pas.’

De meeste boeren willen helemaal niet uitgekocht worden, verzekert Beishuizen, ‘een boer wil boeren’. Hij maakt zich vooral zorgen om boeren in de provincies Gelderland, Zeeland en Zuid-Holland. ‘Die drie provincies roepen dat het niet hard genoeg gaat met de Ecologische Hoofdstructuur en vinden dat er ‘massaal en actief’ onteigend moet worden.’

Wat Beishuizen vooral stoort, is dat boeren altijd als vijand van de natuur worden gezien. ‘Alsof zij de schuld zijn van de afname van de biodiversiteit.’ De LTO-voorman wijst er op dat de Ecologische Hoofdstructuur past in een schakel van Europese natuurgebieden. ‘Maar er heerst een groot misverstand: de EHS verplicht helemaal niet om landbouwgrond om te zetten in natuur.’

Wij zijn het landschap, zegt Beishuizen over ‘zijn’ boeren. De boer heeft het Nederlandse cultuurlandschap gemaakt. Waarom moet er ineens overal ruige natuur komen? ‘De burger snapt het ook niet. De burger heeft wat met boerenland. Waarom is zo’n programma als Boer Zoekt Vrouw zo populair? Daarbij: die schitterende natuurgebieden zijn vaak niet eens toegankelijk voor de mensen.’

Dat het kleine Nederland nu een enorm areaal aan natuurgebieden krijgt, vindt Beishuizen onbegrijpelijk. ‘Frankrijk heeft maar twee EHS-gebieden. Rara, waar? In het Centraal Massief natuurlijk. Daar woont helemaal niemand.’

‘Drie, vier boeren bepalen het beleid’

Ecoloog Frans Vera (59) heeft een krantenberichtje bij zich waar boven staat: ‘Rijk koopt minder land voor natuur; natuurbeheer vaker door boeren.’ Hij heeft twee citaten van CDA-kamerlid Ad Koppejan onderstreept: ‘De mooiste natuur is vaak landbouw.’ En: ‘Wij gaan voor kwaliteit in plaats van kwantiteit.’ Vera kan er niet bij: ‘Je moet maar durven zo met je onkunde te koop te lopen.’

Frans Vera kan zijn boosheid over het ‘slopen’ van het natuurbeleid niet onderdrukken. Het is dan ook voor een groot deel zijn gedachtengoed dat nu wordt ‘verhaspeld’ en ‘uitgehold’. Samen met collega-ambtenaar Fred Baerselman ontwikkelde Vera al in de jaren tachtig de grote lijnen van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), het te ontwikkelen aaneengesloten netwerk van natuurgebieden. Doel: het verlies aan biodiversiteit stoppen.

In 2018 moet die groene infrastructuur klaar zijn, maar de laatste jaren stokt het omzetten van landbouwgrond in natuurgebied. En niet alleen dat: in veel aangekochte gebieden blijven terreinbeheerders als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer ‘boertje spelen’, aldus Vera. En niet aangekocht landbouwgebied wordt onder het mom van agrarisch natuurbeheer inmiddels ook tot de EHS gerekend.

Onlangs besloot minister Verburg die moeizame praktijk dan maar tot beleid te promoveren. ‘Bizar’, vindt Vera, die benadrukt dat hij op persoonlijke titel praat als bedenker van de EHS en dus niet als medewerker/ambtenaar van Staatsbosbeheer. Vera: ‘Ik vraag me weleens af: waarom hebben de christenen in het CDA toch zo de pest aan de schepping? Waarom zijn zij het altijd die de natuur slopen?’

Hij weet zelf het antwoord wel: natuurbescherming in Nederland is altijd onlosmakelijk verbonden geweest met de landbouw. En de landbouw weer met het CDA. Vera: ‘Drie of vier boeren bepalen op dit moment in de Kamer het natuurbeleid.’

Die koppeling van landbouw aan natuur is ‘een absurditeit’, vindt Vera. ‘Wij hebben juist altijd gezegd: geen landbouw in de natuurinfrastructuur. Zo was het plan; het scheiden van functies. Onze analyse was: de landbouw heeft de grote problemen met biodiversiteit juist veroorzaakt. Landbouw is selectie.

‘In heel Europa hebben we de natuurlijke ecosystemen ontmanteld. De boeren hebben eruit gehaald wat ze nodig hadden. Uit de zeven soorten inheemse, wilde hoefdieren die hier leefden , hebben ze er drie geselecteerd, het varken, het rund en het paard, en die zijn gedomesticeerd en vermeerderd. De rest is over de kling gejaagd. Het absurde is nu: de schamele resten hebben we tot natuur verheven en de veroorzaker van het leed noemen we nu producent van natuur. Dat is hetzelfde als roepen: die ene olifant die nog in de palmolieplantage in Maleisië wordt aangetroffen, is er zeker dankzij die palmolieplantage.’

Toch kan Vera ook best wat zegeningen tellen. De ‘verkennende studie’ Natuurontwikkeling die hij twintig jaar geleden samen met Fred Baerselman schreef, werd leidraad in het natuurbeleid. Met dank aan de Oostvaardersplassen. Het gebied met de Oostvaarderplassen was bestemd voor industrie, maar op de braakliggende grond ontwikkelde zich spontaan natuur, waarin allerlei planten- en diersoorten terugkeerden. Vera: ‘In de Oostvaardersplassen ging de natuur zonder ingrepen weer lopen volgens de oude dienstregeling. En het was nog goedkoop ook. Je hoefde alleen maar de goede voorwaarden te scheppen.’

Vera en Baerselman noemen zichzelf ‘systeemdenkers’. Vera: ‘Wij gaan ervan uit dat als je de oude eco-systemen weer de kans geeft zich te ontwikkelen, dat dan de plantjes en dieren vanzelf terugkomen. Zoals nu de zilverreiger en de zeearend in de Oostvaardersplassen.

Het oude natuurbeeld was: de kaasstolp gaat eroverheen en niks meer veranderen. Het nieuwe natuurbeeld was: er is een heleboel ruimte voor dynamiek, er valt weer wat te winnen.’

Naar analogie van het hoofdverkeerswegennet ontwikkelden de twee ecologen een ecologische infrastructuur in Nederland. Een grove mal, waarbinnen de natuur zich vrij kon ontwikkelen. Vera: ‘En buiten dat netwerk kon de landbouw zich vrij ontwikkelen. Sterker: de contramal was een agrarische infrastructuur. Veel boeren vonden dat een goed idee. Zij waren blij met de duidelijkheid die het plan gaf.’

Maar ja, het plan werd, aldus Vera, in de praktijk uitgekleed. Het Rijk droeg de uitvoering over aan de provincies, de gewenste robuuste verbindingszones zijn vaak niet meer dan ‘jaagpaden’ (Vera: ‘Alsof die dieren tegen elkaar zeggen: kom op jongens, even snel rennen naar het volgende natuurgebied.’) en de landbouw bleef hinderlijk aanwezig.

En nu de boeren sinds een half jaar weer goed kunnen leven van het boeren, verliezen velen hun (gesubsidieerde) interesse in natuurbeheer en is de bereidheid om te verkopen voor natuurgebied of om elders verder te boeren kleiner geworden. De boerenorganisatie LTO speelde op, het CDA volgde en volgens Vera ging CDA-minister Verburg direct overstag. ‘Het schokkendst vond ik de beweringen dat we nu opeens al die landbouwgrond nodig hebben om de honger te bestrijden. De volgende dag zei een boer op televisie: ik hou mijn graan vast zolang de prijs nog verder stijgt. Dus dat hele hongerargument is schandalig. Ik trok het me ook persoonlijk aan. Het Agrarisch Jongerencontact beweerde dat mensen als ik een misdaad plegen tegen de mensheid. Dat stond voorop het Agrarisch Dagblad. Terwijl juist door de gesubsidieerde Europese landbouw de landbouw in ontwikkelingslanden kapot is gegaan.’

Maar, is de vraag, zijn we in Nederland niet gewoon gehecht aan ons agrarische cultuurlandschap?

Vera: ‘Dat is een andere discussie. We zijn opgevoed in agrarisch landschap, we hebben geen herinnering meer aan ruigere natuur. Cultuurlandschappen kunnen ook mooi zijn; niemand zegt dat het allemaal weg moet. Maar daarmee is het nog niet goed voor de biodiversiteit.’

Toch: misschien is de behoefte aan ‘echte natuur’ niet zo groot?

Vera: ‘De mens is in wezen conservatief. Alterra heeft onderzoek gedaan naar de veranderingen in de uiterwaarden bij Nijmegen. Ze vroegen mensen wat ze vonden van het omvormen van cultuurlandschap naar natuurlijk landschap. Wat bleek: vooraf was bijna iedereen tegen, achteraf was een grote meerderheid voor.’

Maar Vera maakt zich weinig illusies. ‘Ik zie het cliëntelisme terugkeren in de politiek. Veel boeren denken nu: we gaan voor eens en voor altijd afrekenen met die natuurjongens. En de politiek volgt. De nacht van de lange messen is aangebroken. Schrijf dat gerust op.’

En dan?

‘Dan wordt Nederland tot de orde geroepen door Europa, omdat we de biodiversiteitsdoelen niet halen. Maar ja, wat dan nog? Zimbabwe stoort zich ook niet aan internationale wetten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden