ECB maakt Duitse banken rijker

Duitse banken krijgen gezamenlijk ongeveer 1 miljard gulden per jaar extra aan inkomsten als gevolg van de beslissing van de Europese Centrale Bank (ECB) om voortaan rente te betalen over de verplichte kasreserve....

Van onze verslaggever

Ferry Haan

AMSTERDAM

Op dit moment moeten de Duitse banken ongeveer 45 miljard gulden aanhouden bij de Bundesbank. Als zij dezelfde kasreserve moeten aanhouden van de ECB als de EMU van start gaat, ontvangen zij jaarlijks ongeveer één miljard.

Toch zijn de Duitse banken nog niet tevreden over de ECB-beslissing. Een woordvoerder van de Deutsche Bank in Frankfurt laat weten dat zij nog steeds een nadeel hebben ten opzichte van de concurrentie uit Engeland en de Verenigde Staten. Daar hoeven banken namelijk geen reserve aan te houden.

Sylvester Eijffinger is hoogleraar algemene economie aan universiteiten van Tilburg en Berlijn. Volgens hem hebben de Duitse banken de ontbrekende rentevergoeding van de Bundesbank altijd als een extra belasting gezien. Door de EMU worden de verhoudingen in euroland gelijk getrokken. Het is logisch dat banken in sommige landen profiteren, terwijl anderen erop achteruit gaan. Voor de Nederlandse banken zal er niet veel veranderen, omdat het ECB-systeem erg op het Nederlandse lijkt.

Eijffinger is het volledig eens met de beslissing van de ECB: 'Banken pleiten altijd tegen de kasreserve, omdat het ze geld kost. Maar de kasreserve is nodig als monetair instrument van de ECB.'

De kasreserve is ook een stapje in de keuze voor de uiteindelijk monetaire strategie van de ECB. Later dit jaar maakt Duisenberg bekend hoe de ECB zal zorgen voor Europese prijsstabiliteit. De twee kanshebbers zijn het geldhoeveelheidsbeleid, dat in Duitsland in zwang is, en het Engelse inflatie-targetting. Voor het geldhoeveelheidsbeleid is het hebben van een kasreserve onmisbaar.

Eijffinger legt uit waarom het kasreserve-instrument zo handig is. De centrale bank richt zich op een brede geldhoeveelheid die M3 heet. Hierin zitten verschillende categoriën geld, zoals spaartegoeden, deposito's en hypotheken. De ECB verplicht de banken om van deze categoriën verschillende kasreserve-percentages aan te houden variërend van 1,5 tot 2,5. Dit percentage is hoger naar mate de geldsoort meer op echt geld lijkt, dat wil zeggen sneller contant kan worden gemaakt.

Het is logisch om vrijwel contant geld zwaarder te belasten dan geld dat langer vaststaat, omdat contant geld een groter risico voor inflatie met zich meebrengt. Bij verschuivingen naar meer liquide (contante) geldsoorten, wordt de kasreserve groter, en de geldhoeveelheid (het geld in omloop buiten de banken) kleiner.

Over de winst voor de Duitse banken stelt Eijffinger: 'Het grote bedrag dat de Duitse banken extra ontvangen zal in de zakken van de klanten verdwijnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden