columnpeter de waard

Duwen stijgende prijzen van grondstoffen uiteindelijk de tandpasta uit de tube?

null Beeld

Eén jaar geleden kon nog een vat ruwe olie worden aangeschaft met 40 euro toe. Toen wilde niemand olie hebben uit angst het stinkende goud nergens op te kunnen slaan.

Wie er een in de berging had gezet zou er nu 65 dollar voor kunnen krijgen. Dat zou een winst van ruim 100 dollar zijn. Nu is de vraag zo enorm dat de grootste opslagtanks bijna leeg zijn.

En ook andere grondstoffen zijn niet aan te slepen. De koperprijs kwam vorige week boven de 10 duizend dollar per ton, de hoogste prijs in meer dan tien jaar. De prijzen van staal, kunststof, chips, koffie, hout, soja en graan hebben ook recordhoogten bereikt. Dat heeft te maken met de hoge verwachtingen over het economisch herstel, de enorme stimuleringsplannen van de Amerikaanse president Biden en met logistieke problemen. Het kan wel eens zo zijn dat de procentuele stijging van de grondstoffenprijzen een van de hoogste zal zijn in de geschiedenis. Sommige zijn in een jaar over de kop gegaan.

De prijsstijgingen zullen worden doorberekend in de eindproducten: auto’s (staal), mobiele telefoons (chips), een kop cappuccino bij Starbucks (koffie), meubels (hout), soja (vlees) en brood (graan). Die worden allemaal duurder. Maar dat hoeft niet meteen tot inflatie te leiden.

Ten eerste zijn die prijsstijgingen lang niet allemaal structureel. De olieprijs zou weer kunnen dalen als gevolg van de verduurzaming. Die van koper lijkt daarentegen verder te kunnen stijgen. Voor de productie van elke elektrische auto is 90 kilo koper nodig, bijna vier keer zoveel als voor een benzine-auto. Als 95 procent van alle verkochte auto’s per jaar elektrisch worden, zou dat 20 miljoen ton koper vergen, wat twee keer zoveel is als de huidige jaarproductie.

Daar komt bij dat de laatste jaren nauwelijks nieuwe grote koperreserves zijn ontdekt. Joe Bidens mega-investering van 2300 miljard dollar in de verbetering van de Amerikaanse infrastructuur vergt 5 miljoen ton staal, maar ook enorme hoeveelheden aluminium en koper. Maar echte inflatie ontstaat pas als werknemers loonsverhogingen gaan afdwingen als compensatie voor de gestegen prijzen. Ze zouden zogezegd de barricades op moeten, waardoor de beruchte loon- en prijsspiraal ontstaat. Soms lukt het regeringen die via loon- en prijsstops in de kiem te smoren.

Inflatie wordt echter oncontroleerbaar als beleggers het vertrouwen in een munt verliezen en alleen tegen torenhoge rentes nog leningen willen verstrekken, zoals in Argentinië en Turkije is gebeurd. Stel dat de rente in de eurozone zou oplopen tot 19 procent, zoals nu in Turkije, dan zouden de landen bij de huidige schuld 4.000 miljard euro aan rente kwijt zijn op de gezamenlijke staatsschuld. Dat is tien keer de huidige schuld van Nederland. Of: alle eurolanden zijn in een klap failliet.

Karl Otto Pöhl, een befaamde Bundesbank-president, zei ooit: ‘Inflatie is als tandpasta, eenmaal uit de tube krijg je die er moeilijk terug in.’ Niemand weet wanneer overheden en centrale banken te hard knijpen in die tube.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden