DUIVELSE DILEMMA'S

BIJ ALLE geronk over het succes van het poldermodel wordt altijd de redelijkheid van de Nederlandse vakbeweging geroemd. Dat is terecht....

Toch vraag ik mij af in hoeverre de redelijkheid van de vakbeweging het gevolg is van eigen overtuiging of is afgedwongen door de omstandigheden. Meestal wordt het Akkoord van Wassenaar in het begin van de jaren tachtig met de afspraken over loonmatiging gezien als het begin van de sanering van de Nederlandse economie.

Maar ook van die afspraak kun je je afvragen of het voor de vakbeweging een vrije keuze was. Door de vele bedrijfssluitingen en de massale werkloosheid was de invloed van de vakbeweging tanende. Werkgevers maakten daar zonder veel ophef een dankbaar gebruik van.

Sindsdien is er een proces op gang gekomen van herstructurering in de economie. Kernbegrippen waren en zijn: het reduceren van de kosten, vooral de kosten van arbeid, het terugtrekken op de core business, meer marktgericht werken, automatisering, flexibilisering en een veel grotere aandacht voor het personeelsmanagement.

Als je tegenwoordig ondernemers over hun medewerkers hoort praten, lijkt het wel alsof ze het over hun kostbaarste schat hebben. Het vergroten van de employability, een modewoord waarmee de brede inzetbaarheid van werknemers wordt bedoeld, is een gemeenschappelijk belang van werkgevers en werknemers.

De modernisering van de economie plaatst de vakbeweging voor twee duivelse dilemma's. In de eerste plaats heeft de modernisering een groeiende belangentegenstelling gecreëerd tussen oudere en jongere werknemers. Ruw gezegd tussen de werknemers die na 1985 op de arbeidsmarkt zijn gekomen en die met begrippen als flexibilisering, deeltijdwerken, inleenkrachten, uitzendbureaus, marktgerichtheid en mobiliteit vertrouwd zijn. En werknemers die zijn opgegroeid in de periode waarin zekerheid van de wieg tot het graf als het hoogste goed werd gezien.

Overdreven gezegd: waar de oudere generatie spreekt van risico's, spreekt de jongere van kansen en als de ouderen het over bedreigingen hebben, spreken de jongeren over uitdagingen.

Van de nieuwe generatie werknemers worden er minder lid van de vakbond. Gevolg: de vakbond is aan het vergrijzen. Om dat op lange termijn dodelijke proces te keren is het noodzakelijk dat de vakbeweging meer rekening gaat houden met de belangen van de jongeren, meer aansluiting zoekt bij hun cultuur en het lidmaatschap van de bond voor jongeren aantrekkelijker maakt, bijvoorbeeld door ze meer zeggenschap te geven.

Maar het tegemoetkomen aan de verlangens van de jongeren gaat ten koste van de verworven rechten van de ouderen. En die laatsten hebben het in de bond voor het zeggen. Want de vakbond is een vereniging en daar wordt over alles, ook over de cao's, met meerderheid van stemmen beslist.

Daarmee is de vakbond in een wurggreep van de directe democratie terechtgekomen: naarmate de vergrijzing toeneemt, wordt het moeilijker om besluiten te nemen waarmee de bond aantrekkelijker wordt voor jongeren.

Het tweede dilemma komt ook voort uit de directe democratie en heeft ook te maken met de modernisering van de economie en de generatiekloof. Die sectoren van de economie waarin de vakbeweging vanouds het sterkst was, zoals de industrie, hebben het meest aan betekenis ingeboet, terwijl de ledenaanwas in de groeisectoren van de economie, zoals de automatisering, relatief het geringst is.

Die scheve organisatiegraad heeft ook weer de dreiging in zich van een negatieve spiraal. Daar waar de vakbeweging het sterkst is zijn de zittende, meestal wat oudere werknemers het beste in staat om de onzekerheden die gepaard gaan met de modernisering buiten de deur te houden. Dat kan voor bedrijven betekenen dat ze noodzakelijke herstructureringen niet kunnen doorvoeren en in steeds grotere problemen komen, waarmee de werknemers ook niet zijn geholpen.

Voorbeelden van dat soort vakbondsbolwerken zijn de Rotterdamse haven, de Hoogovens, de NS en de overheidssector in het algemeen. Vooral bij de overheid is het buitengewoon moeilijk om de organisatie te flexibiliseren. Als je bijvoorbeeld de medezeggenschapsregelingen bij de Nederlandse politie ziet dan vraag je je af hoe het mogelijk is ooit nog iemand iets te laten doen waar hij geen zin in heeft.

Net als een voortgaande vergrijzing zou het voor de vakbeweging ook dodelijk zijn om vereenzelvigd te worden met verstarring. De recente geschiedenis van de vakbeweging in Engeland heeft dat maar al te duidelijk laten zien.

Het zou een ramp zijn als de positie van de vakbeweging in ons land net zo werd verzwakt als in Amerika of Engeland. Om dat te voorkomen is het noodzakelijk dat de vakbeweging zich aan de twee dilemma's weet te ontworstelen. Bijvoorbeeld door de directe democratie bij het goedkeuren van cao's te vervangen door een systeem van gedelegeerd vertrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden