Drie telersverenigingen in zee met insectenkweker Koppert Milieubewuste Bio-plus tomaat verdeelt tuinderswereld

Nooit eerder werden zoveel nuttige insecten gebruikt in de strijd tegen plantenziektes in Nederlandse groentekassen. Toch maakt de biologische bescherming moeilijke tijden door....

Van onze verslaggever

Lucas van Grinsven

BERKEL EN RODENRIJS

De malaise in de tuinbouw heeft diepe sporen achtergelaten in de insectenkweek waar de winstmarges eveneens flinterdun zijn geworden. De aflopen jaren is er niet of nauwelijks geld verdiend. De prijs van hommels is gedaald van 22 cent tot zes cent voor een populatie die nodig is voor één meter tomaten.

'Het is behoorlijk interen geweest', zegt Maurie Wubben, marketingman van insectenkweker Koppert. Ondanks de gestegen vraag daalde de omzet van het bedrijf van het record van 1992 van iets boven de 35 miljoen gulden tot beneden dat bedrag in 1996. Het aantal werknemers in Nederland bleef stabiel rond de 200 terwijl in het buitenland fors werd uitgebreid.

De prijsdruk werd vergroot door concurrentie, want veel bedrijven willen een graantje meepikken van de groeiende markt voor nuttige insecten. Naast Koppert, dat in 1967 werd opgericht door Jan Koppert die allergisch was voor chemische bestrijdingsmiddelen, kunnen kwekers nu ook terecht bij het Belgische Biobest en importeurs Brinkman, Biopol en Benfried.

Nergens ter wereld wordt zo milieuvriendelijk geboerd als in Nederland. Dit werd onlangs bevestigd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De belangrijkste Nederlandse kasgroenten - tomaten, komkommers en paprika's - worden vrijwel geheel beschermd door inzet van natuurlijke vijanden van schadelijke insecten.

Minuscule mijten, sluipwespen en roofwantsen jagen op plagen als bladluis, witte vlieg en trips. De beestjes worden verkocht in plastic flessen of op kaartjes met poppen. De boer zet ze in zijn kas en de hoge temperatuur daar maakt ze actief. De bescherming door roofinsecten is nog niet volledig. Schimmels en sommige rupsen worden nog bestreden met chemische bestrijdingsmiddelen. Dat gebeurt echter mondjesmaat omdat de nuttige insecten moeten blijven leven.

In totaal werden het afgelopen jaar twee miljard roofinsecten ingezet in Nederland. Tussen de 50 en 60 procent daarvan kwam uit Kopperts geheime insectenkwekerijen, die zelfs voor veel van de eigen medewerkers niet toegankelijk zijn. Het merendeel van de insecten kweekt het bedrijf zelf onder de rook van Rotterdam, terwijl een klein deel wordt geïmporteerd.

Bij Kopperts concurrenten is de situatie omgekeerd. Zij kweken een klein deel zelf en importeren de rest. Veel van deze insecten komen van de Engelse bedrijven BCP en Ciba-Bunting, onderdeel van de Zwitserse chemiegigant Ciba-Geigy.

Vanuit het strenge, voormalige veilinggebouw in Berkel en Rodenrijs levert Koppert 26 verschillende insecten en enkele soorten hommels. Sommige van Kopperts rivalen weten niet hoe ze bepaalde soorten bestrijders moet kweken, maar de hommelkweek heeft voor niemand geheimen. Daar is de concurrentie dan ook het hevigst. 'Het is een uitontwikkeld product. Tuinders weten hoe ze er mee moeten omgaan en wat de beestjes kunnen doen', zegt Wubben. Hommels worden ingezet bij de bestuiving van planten, niet bij de bestrijding van plagen.

Ondanks de moordende prijsdruk blijven alle bedrijven hommels leveren. Want hommels zijn een manier om bij de tuiner binnen te komen, vooral in het buitenland waar telers nog weinig weten van biologische bestrijding. 'Een tuinder kunnen wij snel overtuigen dat hij het handwerk van bestuiven moet laten doen door hommels. Vanaf het moment dat een kweker hommels gebruikt, moet hij minder chemische middelen gebruiken omdat die de hommels kunnen doden. De opening die dan ontstaat, gebruiken wij om onze biologische bestrijders te introduceren', zegt Wubben.

Koppert behaalt inmiddels 55 procent van zijn omzet in het buitenland. Het bedrijf heeft eigen vestigingen in Frankrijk, Engeland, Italië en Spanje, en joint ventures in de Verenigde Staten, Israël, Canada en Nieuw-Zeeland. Spanje is pas drie jaar geleden geopend en met 25 medewerkers nu al de grootste buitenlandse locatie. Het is dan ook het meest veelbelovende glastuinbouwland in Europa.

'Het kastuinbouwareaal voor tomaten is in Spanje bijna vijfduizend hectare. Vergelijk dat eens met Nederland met 1.058 hectare, of Frankrijk met twee tot drieduizend hectare.'

Het bedrijf moet voor de Spaanse markt echter nieuwe beestjes vinden, omdat de huidige soorten het niet goed doen in de lage Spaanse kassen van plastic. 'Insecten doen niks tegen de veel voorkomende virussen en ze krijgen het er veel te heet', zegt Wubben.

Buiten Europa is Japan een belangrijk tuinbouwland, en het mooiste is: ze kunnen er zelf geen beestjes kweken. Sinds enkele jaren gaan er regelmatig doosjes hommels en bestrijders naar dat land. De Japanse autoriteiten hadden jaren nodig voor ze goedkeuring gaven tot import, maar het wachten was het waard. 'Japan en Korea zijn de groeimarkten van de toekomst', zegt Wubben.

Hoewel biologische bestrijding niet meer is weg te denken uit de kassen, denken veel consumenten nog steeds dat een Nederlandse tomaat bol staat van de chemische bestrijdingsmiddelen, zegt Liesbeth Boekestein van het Centraal Bureau Tuinbouwveilingen. 'Het grote verschil met de buitenlandse concurrentie is de milieubewuste teelt. Daar is de afgelopen jaren geen publiciteit aan gegeven. Dat is heel jammer want telkens als ik het uitleg in het buitenland hoor ik: waarom heb je dat niet eerder verteld.' Promotie van Nederlandse tuinbouwproducten is de taak van de verenigde veilingen van The Greenery. Dit bedrijf zegt echter druk bezig te zijn zich om te vormen tot een handelsorganisatie en daarom hebben drie van de zeven tomatentelersverenigingen in Nederland de handen ineen geslagen. Samen met Koppert gaan zij hun zelf ontwikkelde 'Bio-plus'-tomaat aanprijzen. 'Bio-plus wil zeggen dat alle insecten zijn bestreden met natuurlijke vijanden', zegt Wubben.

De Landelijke Tuinbouworganisatie ziet de ontwikkeling met lede ogen aan. 'Het baart ons zorgen dat telers zelf marktconcepten gaan bedenken. Dat leidt tot versnippering en hoge kosten, terwijl The Greenery juist is bedoeld om de krachten te bundelen tegen de opkopers over de grens', zegt een woordvoerder.

Marketing van tomaten heeft niets te maken met Kopperts kernactiviteit. De wereldmarktleider onder de insectenkwekers wil met zijn inspanningen op dat gebied één ding bereiken: 'de telers aan ons binden'. Dat is nodig omdat kassenboeren minder merkentrouw zijn geworden. In hun streven naar de laagste kostprijs wisselen zij gemakkelijk van insectenleverancier.

Door de introductie van nieuwe rassen, de trostomaat en een slecht voorjaar in Spanje, was 1996 een veel beter tomatenjaar voor de Nederlandse telers dan de voorafgaande jaren. Ook bij Koppert kwam weer wat geld vrij dat onmiddellijk werd geïnvesteerd in onderzoek naar nieuwe beestjes.

Een sterk moederbedrijf met voldoende geld zou het voor Koppert een stuk gemakkelijker maken om recessies te overbruggen. Op hun beurt zien grote chemiebedrijven hun marktpositie bedreigd door insectenkwekers. Ciba-Geigy klopte eerst aan bij Koppert voordat het enkele jaren geleden het Engelse Bunting overnam.

De drie directieleden, Henri Oosthoek en de broers Peter en Paul, zonen van de inmiddels overleden oprichter Jan Koppert, waren niet geïnteresseerd in Ciba's aanbod. Geld is voor het gelovige en gedreven trio geen doel, maar een middel om hun bedrijf uit te breiden en hun kroostrijke gezinnen te onderhouden.

Koppert verwacht niet dat andere chemiegiganten binnenkort op de stoep staan. Wubben: 'Biologische bestrijding is nog niet zo'n grote industrie en het is alleen geschikt voor glastuinbouw. Het zou echt groot kunnen worden in de landbouw, maar daar vliegen de insecten weg van de akker, de vrije natuur in.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden