Analyse

Dreigt er een kloof tussen kantoortijgers en keukentafelklerken?

Grote bedrijven willen ook na de pandemie het thuiswerken stimuleren. Dat blijkt uit een enquête van de Volkskrant onder de grootste honderd werkgevers. Heeft het hybride werken, dat de voordelen van twee systemen lijkt te combineren, kans van slagen? ‘Ze onderschatten wat het betekent.’

Zomer 2021: thuiswerken is een trend. Maar de afgelopen decennia bleek de lokroep van de kantoortuin telkens sterker. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Zomer 2021: thuiswerken is een trend. Maar de afgelopen decennia bleek de lokroep van de kantoortuin telkens sterker.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Je werkplek is waar jij bent.’ Dat mag klinken als het nieuwe credo van personeelszaken, maar het was halverwege de jaren negentig dat in Nederlandse kranten met die slogan de revolutie van het thuiswerken werd gepredikt. Door ‘nieuwe technologie als fax, computer, draagbare (auto)telefoons, semafoons, en voicemail van de PTT’ zou het telewerken een hoge vlucht nemen, luidde de voorspelling. Kantoren zouden alleen nog dienst doen als ‘clubhuis’ waar werknemers elkaar zouden ontmoeten.

Er waren nog ruim twee decennia en een ontwrichtende pandemie voor nodig, maar die revolutie lijkt zich dan toch te voltrekken. Uit een enquête van de Volkskrant onder de grootste honderd werkgevers blijkt dat 90 procent thuiswerken voor zijn kantoorpersoneel ook na de pandemie wil stimuleren. De 65 bedrijven die meewerkten, samen goed voor 515 duizend volledige banen, zetten vrijwel zonder uitzondering in op een hybride werkmodel . Daarbij werkt het personeel, al dan niet vrijwillig, deels thuis en deels op kantoor.

Dat heeft gevolgen voor het vastgoed. De helft van de ondervraagde werkgevers is van plan te bezuinigen op geldverslindende kantoorruimte. Bedrijven als NS, Booking.com, ASR en Nationale Nederlanden hebben dat al gedaan. Eenderde van de werkgevers betaalt bovendien al een thuiswerkvergoeding voor onder meer de kopjes koffie en elektriciteit die werknemers thuis gebruiken. Een kwart van de werknemers moest de reiskostenvergoeding inleveren en bij eenderde werd de vergoeding afhankelijk van de gemaakte kilometers.

Prikkende ogen

De eensgezindheid waarmee werkgevers het thuiswerken omarmen, komt wellicht niet als een verrassing. De voordelen zijn de afgelopen maanden immers breed uitgemeten: het zou de oplossing zijn voor fileleed, de oververhitte huizenmarkt en de onbalans tussen werk en privé. Toch waren vooral de werkgevers tot voor kort terughoudend. Zij waren bang dat werknemers, zonder de prikkende ogen van managers in de rug, zouden gaan lummelen.

Niets bleek minder waar. Geen van de geënquêteerde bedrijven zag de productiviteit de afgelopen anderhalf jaar dalen. Sterker nog: bij eenderde nam die juist toe. Zo ook bij Alliander, de 54ste werkgever van het land. ‘Werknemers vertrokken niet meer om vijf uur om de files voor te zijn, maar werkten door tot ze werden geroepen voor het eten’, zag directeur grootverbruik Richard de Vries. Thuiswerken biedt het netwerkbedrijf bovendien een onverwachte kans: het kan de oplossing zijn voor het personeelstekort. ‘Vanwege de energietransitie hebben we veel technische mensen nodig. Nu kunnen we ook in het Oosten van het land werven, waar de arbeidsmarkt minder krap is.’

- Beeld -
-Beeld -

Hoogleraar leiderschap en organisatieverandering Janka Stoker van de Rijksuniversiteit Groningen ziet al die voordelen van thuiswerken ook, maar plaatst daarbij een kanttekening: ‘Het thuiswerken beviel onder de conditie dat iedereen het deed. Veel werkgevers denken nu: we combineren de voordelen van thuiswerken en die van kantoor en dan hebben we vanzelf een win-winsituatie. Maar ze onderschatten wat hybride werken betekent. Dit is een totaal nieuw experiment.’

Want als een deel van de werknemers straks minder vaak naar kantoor gaat dan anderen, missen ze niet alleen de gesprekjes bij het koffieautomaat, maar zijn ze ook minder zichtbaar voor leidinggevenden. Daardoor kunnen volgens Stoker groepen van insiders en outsiders ontstaan. ‘We weten uit onderzoek dat leidinggevenden een goede relatie hebben met een paar mensen en een gemiddelde relatie met de rest. We weten ook dat die relatie effect heeft op hoe ze werknemers beoordelen en hoe ze werk toebedelen.’

De Universiteit van Stanford deed eerder onderzoek naar deze zogenoemde remote-bias. Onderzoekers wezen willekeurig medewerkers van een reisbureau in Shanghai aan die negen maanden thuis kantoor hielden. Hoewel ze 13 procent productiever bleken dan hun collega’s in de kantoortuin (ze handelden meer telefoontjes af en werkten langer door) halveerde hun kans op promotie.

Dat kan volgens Stoker vooral voor vrouwen nadelig uitpakken. Zij zullen eerder geneigd zijn thuis te werken omdat ze zo werk en privé makkelijker kunnen combineren. En uit Utrechts onderzoek blijkt dat thuiswerkende vrouwen ook weer vaker zorg verlenen of een wasje draaien, terwijl thuiswerkende mannen zich op betaald werk storten. Stoker: ‘De kinderen gaan nu weliswaar weer naar school, maar die komen om drie uur ook weer thuis.’

Ongelijkheid

Hybride werken kan zo leiden tot meer ongelijkheid op de werkvloer, denkt ook hoogleraar arbeidseconomie Joop Schippers van de Universiteit Utrecht. ‘Het kan zijn dat mensen die thuis zijn niet worden gezien’, stelt hij. ‘Maar het kan ook andersom werken: dat mensen die wél op de werkplek zijn te veel worden gezien en de hele tijd het haasje zijn voor rotklussen.’ Want als de baas een spoedje tussendoor krijgt, zal hij of zij toch sneller geneigd zijn even het hoofd om de hoek van de kantoortuin te steken.

Om te voorkomen dat er inderdaad een kloof ontstaat tussen de kantoortijgers en keukentafelklerken hanteert VodafoneZiggo een strikt alles-of-nietsbeleid. Elk team kiest ten minste een dag in de week waarop alle teamleden naar kantoor komen. ‘Op die dagen wordt aan dingen gewerkt die complex zijn, dan wel om creativiteit of emoties vragen’, legt directeur hr (human resources, oftewel personeelszaken) Thomas Mulder uit. ‘De vergaderingen die coördinerend of besluitvormend zijn doen we virtueel, want daarvoor is dat heel effectief gebleken.’ Zo komt zijn directieteam elke vrijdag samen op kantoor. Dan hebben ze niet hun vaste wekelijkse board-meeting, maar vergaderen ze over complexe zaken als de strategie.

Medewerkers die buiten de teamdagen om naar kantoor willen komen zijn altijd welkom, maar de vergaderzaal komen ze dan niet in. ‘Want als de helft wel fysiek bij een meeting aanwezig is en de andere niet, missen mensen thuis de non-verbale communicatie en onderlinge gesprekjes. Dat kan ertoe leiden dat ze fear of missing out krijgen (de angst iets belangrijks te missen, red.) en denken: ik ga ook maar weer naar kantoor. Virtueel werken is alleen effectief als iedereen virtueel werkt of niemand virtueel werkt.’

Ook bij Alliander geldt in zo’n geval: één gezicht, één scherm. Medewerkers mogen daar wel met elkaar in een vergaderzaal zitten, maar dan liefst allemaal met een eigen laptop op schoot, zodat zij hetzelfde zien als de medewerkers thuis. Bij het netwerkbedrijf hoeven werknemers geen vaste dagen meer naar kantoor te komen. Zij werken ‘digital first’, wat betekent dat ze in beginsel online werken (op welke plek dan ook) tenzij de aard van het werk om fysiek contact vraagt of teams dit onderling afspreken – bijvoorbeeld voor creatieve sessies of sollicitatieprocedures.

Volgens hoogleraar Schippers is de kans groot dat de binding met het werk en de collega’s door het virtuele werken afneemt. ‘Maar die beweging is al een halve eeuw gaande’, zegt hij. ‘In de jaren zestig was het heel gewoon dat je je hele werkende leven bij dezelfde werkgever werkte, en die speelde vaak ook nog een rol in je sociale leven. Vooral hogeropgeleiden zijn nu zelfstandiger en geëmancipeerder en die zullen zichzelf meer en meer gaan aansturen.’

Fysiek contact

Daarmee lijkt een terugkeer naar de pre-industriële manier van werken (iedereen oefent vanuit huis zijn eigen ambacht uit) een stuk minder op sciencefiction dan toen de Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler hem in 1970 voorspelde, in zijn boek Future Shock. Al moet niet worden vergeten dat pakweg de helft van de werkenden, vooral lageropgeleiden, helemaal niet vanuit huis kunnen werken.

Bovendien is de lokroep van de kantoortuin, ondanks alle doodverklaringen, al decennia onweerstaanbaar. Omdat de kantoortijger nu eenmaal een groeps- en gewoontedier is en de semafoon en fax geen volwaardig alternatief zijn gebleken voor fysiek contact met collega’s. En nu is de vraag of nieuwe technieken als Zoom en virtual reality dat op de langere termijn wel zullen zijn, al dan niet aangevuld met geplande offline ontmoetingen.

Mulder en De Vries zijn dan ook niet zozeer bang dat ze hun werknemers niet meer zien, als wel dat ze hen te veel zien. En dat die thuiswerkrevolutie opnieuw slechts een rimpeling in de tijd zal blijken. ‘Nu is er nog externe druk van de overheid’, zegt Mulder. ‘Maar voor je het weet trekt de zwaartekracht medewerkers toch weer automatisch elke dag naar kantoor.’

Cijfers van het Amerikaanse onderzoeksbureau Nielsen wijzen in die richting. Zelfs, of juist, toen de coronapandemie in 2020 een recordaantal werknemers thuishield, bleven zij verlangen naar de kantoortuin. De sitcom The Office, over het kleurloze kantoorleven van de papierfirma Dunder-Mifflin, was met 57 miljard kijkminuten veruit de meest gestreamde serie op Netflix.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden