Draghi legt de bal om dreigende derde crisis op te lossen bij overheden

Voor de economie in de eurozone dreigt een derde recessie, na die van 2009 en 2012. Vandaag vergaderen de centrale bankiers over monetaire steun. Volgens ECB-president Draghi zijn de regeringsleiders van de eurozonelanden aan zet.

Peter de Waard
Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank. Beeld anp
Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank.Beeld anp

Centrale bankiers: monetair stimuleren

Centrale banken moeten de monetaire stabiliteit handhaven. Dit betekent dat de inflatie of geldontwaarding niet te hoog mag oplopen, maar ook niet te laag mag zijn. De grens ligt bij 2 procent per jaar. Dan is inflatie de ideale smeerolie voor economische groei. Nu ligt die inflatie in de eurozone maar op 0,3 procent waardoor de groeimotor pruttelt, en zelfs het doemscenario van deflatie en jarenlange stagnatie dreigt.

De Europese Centrale Bank of andere centrale banken die een eigen monetair beleid voeren, kunnen een reeks instrumenten inzetten in tijden van crisis. Zij kunnen geld zo goedkoop mogelijk maken, zodat de inflatie stijgt, mensen meer uitgeven en bedrijven meer investeren. Het probleem nu is dat het geld al heel goedkoop is. De Europese Centrale Bank heeft de officiële rente naar 0,15 procent verlaagd en daarmee de ondergrens bereikt. Banken die geld bij de ECB stallen, moeten daarop toeleggen in plaats van dat zij rente krijgen. Daarnaast heeft de ECB een superkrediet verleend van 400 miljard euro aan banken, met name in Zuid-Europa, die niet zo goed in hun slappe was zitten.

Het enige wapen dat nog rest, is de zogenoemde Big Bazooka. De ECB zou op grote schaal staatsobligaties moeten opkopen op de kapitaalmarkt, waarmee de rente verder wordt gedrukt en het voor financiële instellingen nog minder aantrekkelijk wordt hun reserves in veilig staatspapier aan te houden. Dit wordt kwantitatieve verruiming (QE) genoemd, omdat banken hiermee veel nieuw cash in ruil voor hun staatspapier krijgen.

Sommigen zeggen dat zo de geldpers wordt aangezet. De ECB zou hiermee het voorbeeld volgen van de centrale bank in de VS en Japan die dit respectievelijk hebben gedaan of nog steeds op grote schaal doen. Eigenlijk is het inzetten van de Big Bazooka vloeken in de Europese kerk waar de centrale bank zich moet beperken tot het handhaven van prijsstabiliteit. Maar Draghi heeft erop gezinspeeld dat desnoods 'onconventionele middelen' zullen worden gebruikt als de conventionele niet helpen.

Economen zijn sceptisch over het nut van kwantitatieve verruiming, omdat ook de rente op staatsobligaties al laag is. In Duitsland is die onder de 1 procent, in Nederland net iets boven de 1 procent en zelfs in het geplaagde Italië niet meer dan ruim 2 procent. Maar Draghi en de ECB staan met name onder druk van Zuid-Europese landen om de Big Bazooka in stelling te brengen.

undefined

De Franse president Francois Hollande met Mario Draghi. Regeringsleider van de Eurolanden zijn nu aan zet. Beeld anp
De Franse president Francois Hollande met Mario Draghi. Regeringsleider van de Eurolanden zijn nu aan zet.Beeld anp
De Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946). Beeld Foto Gordon Anthony / Getty
De Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946).Beeld Foto Gordon Anthony / Getty

Regeringsleiders: keynesiaans stimuleren

N u de monetaire middelen om de crisis te bestrijden uitgepunt raken, wordt weer gekeken naar de budgettaire gereedschapskist. Die is echter in handen van de overheden. De crisis van de jaren dertig heeft geleerd dat bezuinigen in tijden van crisis een averechts effect heeft. Hierdoor wordt de werkloosheid vergroot en dalen de investeringen. Omdat werklozen minder te besteden hebben, dalen de consumptieve uitgaven. Dat leidt tot meer werklozen en nog minder investeringen. In zijn standaardwerk General Theory legde de econoom John Maynard Keynes uit dat deze neerwaartse spiraal moet worden doorbroken. Het is daarom verstandig dat overheden in moeilijke tijden vraag creëren door extra uitgaven te doen: bijvoorbeeld in de bouw van wegen, ziekenhuizen en scholen of in de ontwikkeling van nieuwe technologie. In 2008 werd in de G20 afgesproken dat de crisis zou worden gekeerd met een keynesiaanse recept en dat landen niet zouden bezuinigen, maar het tekort op de begroting tijdelijk zouden laten oplopen. Helaas ging dat extra geld bijna helemaal op aan het redden van banken.

In 2010 werd tijdens het G20-overleg in Toronto gezegd dat het nu wel voldoende was geweest en dat het zaak zou zijn de overheidsfinanciën weer op orde te brengen. Vlak daarna brak de eurocrisis uit, waaruit bleek dat sommige landen op te grote voet hadden geleefd. Daar, beginnend in Griekenland, moest radicaal worden bezuinigd. Dat zou in die landen weliswaar tot vraaguitval en economische krimp leiden, maar dat offer was nodig om de eurozone bij elkaar te houden.

Inmiddels is die weg drie jaar gevolgd. De tekorten in landen als Griekenland en Spanje zijn fors gedaald. Er is nog veel aan werk aan de winkel, ook in Frankrijk en Italië. Maar een aantal landen, zoals Nederland, heeft het tekort teruggebracht tot minder dan 3 procent van het bbp. Duitsland heeft nu zelfs een overschot op de begroting.

Draghi vindt het tijd worden dat de overheden een rol vervullen in het economisch herstel en meer geld uitgeven. Hij doelt in de eerste plaats op Duitsland. Als daar de lonen stijgen en de overheid investeert, komt er meer vraag en profiteert ook de rest. Het probleem is dat Draghi niet met één regeringsleider te maken heeft, zoals de centrale bankiers van de VS en Japan, maar met achttien leiders die nationale belangen hebben en hun politieke hachje moeten redden.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden