Donner moet een paar stappen terug

Mark Rutte oogstte veel onbegrip met zijn bijdrage aan het grote crisisdebat, vorige week in de Tweede Kamer. De fractievoorzitter van de VVD was de enige die wilde vasthouden aan de afspraak in het regeerakkoord dat het begrotingstekort niet boven de 2 procent zou mogen oplopen....

Die vraag is Rutte sindsdien wel honderd keer gesteld. Een antwoord bleef uit. Het gevolg was dat de liberalen met pek en veren werden overladen – zowel door de politieke concurrentie als door het economenvolk. Rutte had zich buiten de werkelijkheid geplaatst.

Dit verwijt is niet helemaal terecht. De VVD heeft steeds gepleit voor de Zalmnorm, de begrotingssystematiek die uitgaat van een behoedzame raming van de economische groei. Maar het kabinet ging in 2007 uit van een optimistischer raming. Daardoor is meer uitgegeven dan de VVD zou hebben gedaan. Met andere woorden: de 40 miljard is het tekort van de coalitie, niet van de liberalen.

Dat neemt niet weg dat Rutte realistischer had moeten zijn. Naderhand liet hij zich ontvallen dat vasthouden aan de 2 procentsnorm ‘misschien technisch niet mogelijk is’. Hij had bijvoorbeeld Van Geel kunnen vastpinnen op de norm van het Stabiliteitspact, waaraan ook premier Balkenende nog steeds lippendienst bewijst. Die norm tolereert een begrotingstekort van 3 procent.

De VVD zal zich over een week of twee, wanneer het kabinet met zijn crisispakket komt, moeten revancheren. Rutte kan niet langer aankomen met de dooddoener dat hij niet in de regering zit en dus niet met voorstellen hoeft te komen (zoals hij verkondigde in NRC Handelsblad van 21 februari).

De VVD heeft overigens al voorstellen gedaan. Het meest in het oog sprong de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar. Rutte maakte daarbij een uitzondering voor werknemers die op hun 65ste al veertig jaar hebben gewerkt.

Dit idee zal zeker een grote rol spelen in de categorie maatregelen voor de lange termijn om de overheidsfinanciën weer in het gareel te krijgen. Voornaamste tegenstandster is voorzitster Agnes Jongerius van de FNV. In de eerste plaats wijst zij erop dat – behalve D66 – geen enkele partij dit idee in zijn verkiezingsprogramma heeft staan. Wanneer partijen als de VVD nu toch door de bocht gaan, hebben ze wel wat uit te leggen. Jongerius geeft er zelf de voorkeur aan de stijgende kosten van de AOW verder te fiscaliseren. Dat betekent dat de hogere inkomensgroepen onder de 65 de oplopende rekening van de AOW moeten gaan betalen.

Over de vraag hoeveel die rekening daadwerkelijk zal oplopen, is overigens veel discussie. Volgens de FNV en anderen (bijvoorbeeld Marcel van Dam) worden die kosten zwaar overschat. Feit is dat het optrekken van de AOW-leeftijd op termijn structureel gunstig is voor de schatkist. Een variant op het optrekken van de AOW-leeftijd is de – ook omstreden – ‘Bos-belasting’, het zwaarder belasten van de beter gesitueerde 65-plussers.

Niet alleen inhoudelijk doet de opvatting van Jongerius terzake. Zij verbindt immers haar verlangens aan de bereidheid van de FNV om een sociaal akkoord te sluiten. Zo’n akkoord is natuurlijk van groot belang. Allerwegen wordt verwezen naar het roemruchte Akkoord van Wassenaar uit 1982, waarin werkgevers en werknemers een pact sloten om loonruimte in te leveren voor behoud van werkgelegenheid, onder andere in de vorm van arbeidstijdverkorting. Dat akkoord heeft een grote bijdrage geleverd aan het economisch herstel, het concurrentievermogen van Nederland en aan het gezond maken van de overheidsfinanciën.

Een gematigde loonontwikkeling is om dezelfde redenen ook nu zeer gewenst. Als de wereldhandel weer op gang komt, moet Nederland succesvol kunnen exporteren. Gematigde lonen zijn gunstig voor het in de hand houden van ambtenarensalarissen en uitkeringen. Dit is weer gunstig voor het onder controle krijgen van de overheidsfinanciën. Vele economen vrezen dat de expansie van de overheidsuitgaven, gecombineerd met het opendraaien van de geldkraan, de inflatie zal aanwakkeren. Dat moet voorkomen worden.

De kans op een sociaal akkoord is er deze week niet groter op geworden. Minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken drong aan op een bevriezing van de lonen. Deze nullijn wordt al weken door de werkgevers bepleit. Een consequente doorvoering van de nullijn zou zelfs het openbreken van cao’s betekenen. Want de contracten van de vorige herfst waren gebaseerd op – uitgebleven – fikse inflatie en hoge olieprijzen.

Donner joeg de FNV in de gordijnen door af te kondigen dat de pensioenfondsen vijf jaar lang geen indexering mogen toepassen. Voorzitter Jongerius ziet dit zelfs als een breekpunt voor een sociaal akkoord. De verontwaardiging van Jongerius valt te billijken. De afspraak met de getroffen gepensioneerden wordt immers eenzijdig door Donner opgezegd. Zij kunnen geen voorzieningen meer treffen. Wat mij betreft is de indexering de belangrijkste rechtvaardiging voor de verplichte deelname van werknemers aan bedrijfspensioenfondsen. Als daaraan wordt getornd, kunnen de werknemers beter individueel hun pensioen gaan regelen.

Volgens Jongerius zit er voldoende in de kassen van de pensioenfondsen om de volledige pensioenuitkeringen te kunnen doen. De fondsen moeten de tijd krijgen om hun dekkingsgraad op te vijzelen. Donner zal een paar stappen terug moeten doen om een sociaal akkoord binnen bereik te krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.