Column Peter de Waard

Doet een museum het beter dan een warenhuis?

‘De dood van het warenhuis’ is inmiddels de grootste clichékop in kranten en bladen die over de detailhandel schrijven. In juli moest de Amerikaanse warenhuisketen Barneys uitstel van betaling aanvragen. Vorig jaar moest ­Sears hetzelfde doen. In Engeland sluit House of Fraser tweederde van zijn warenhuizen en Marks & Spencer honderd vestigingen. Dat het met Hudson’s Bay in Nederland ook niet lukte, is nauwelijks verrassend.

Warenhuizen kwamen in de 19de eeuw op, samen met de middenklasse. Zij boden deze klasse van gesalarieerde witte boorden die de armoede waren ontstegen, een keur aan producten. En toen de middenklasse na de deïndustrialisatie de grootste klasse werd in de diensteneconomie, namen de warenhuizen een enorme vlucht. Winkelen was niet alleen meer het kopen van noodzakelijke levensbehoeften, maar werd ook een vorm van recreëren, zoals met Sinterklaas en het ­begin van het schooljaar.

Maar inmiddels krimpt en vergrijst die middenklasse, en ook het recreëren is veranderd. De bemiddelde pensionado’s mijden de winkelstraat. Ze reizen gewapend met dalurenkaart en museumkaart naar een plek om te wandelen, fietsen en museums of culturele evenementen te bezoeken. Als er geld wordt uitgegeven, is dat aan koffie en ­versnaperingen op een hip terras.

De tijd dat ouderen achter de spreekwoordelijke geraniums ­zaten is echt voorbij. Maar wat ze ­alvast niet doen met hun vrije tijd is winkelen. Of shoppen, zoals dat nu heet. Ze hebben alles al en zijn spullenmoe. En als er dan toch iets nieuws moet komen, kan dat thuis online worden uitgezocht.

Toen Hudson’s Bay drie jaar geleden naar Nederland kwam, typeerde topman Richard Baker V&D als een ‘slecht uitgevoerde, middelmatige versie van een warenhuis’, Hudson’s zou ‘fris’, ‘uniek’, ‘jong’ en ‘spannend’ worden. In werkelijkheid was Hudson’s vlees noch vis. Het kon niet op prijs concurreren met Primark, het kon ook niet op merk en stijl concurreren met De Bijenkorf. Het kon niet eens in de schaduw staan van het oude V&D.

Dat het Canadese warenhuisconcern het nog drie jaar volhield was te danken aan het feit dat het alleen de vijftien beste V&D-locaties ­inpikte – die had er 62 – en lagere ­huren hoefde te betalen. Niettemin verloor Hudson’s Bay vorig jaar ­80 miljoen euro en zou het verlies in 2028 zijn opgelopen tot 1 miljard.

Door de sluiting van Hudson’s ­komen in de binnensteden weer vijftien panden leeg. Misschien ­kan er een worden gebruikt als ­museum, gewijd aan de opkomst en ondergang van de middenklasse, het warenhuis in het algemeen en die van V&D in het bijzonder. Er moet een hele collectie zijn: van de manufacturen van het eerste uur tot de naoorlogse stofzuigers, de naaikunst van Cécile Dreesmann en de broeken van broer Anton.

Het zal een stormloop van nostalgische middenklasse-pensionado’s ontketenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden