Document 333-103022 geeft beleggingsgeheim prijs

Achtergrond..

Amsterdam Over de privébeleggingen van koningin Beatrix is voor de eerste keer een tipje van de sluier opgelicht, dankzij de openbare registers van de Securities and Exchange Commission (SEC), de Amerikaanse beurswaakhond. Daar valt te lezen dat ‘Beatrix W. van Oranje’ op haar eigen naam een bezit heeft van 7,97 procent in het JPMorgan Asia Equity Fund. De belegging loopt via een vestiging van deze Amerikaanse zakenbank in Newark, New Jersey.

In het SEC-document ‘333-103022’ van 24 februari 2006 valt te lezen dat Beatrix ‘Institutional Class Shares’ bezit, een categorie aandelen die alleen bestemd is voor zeer vermogende investeerders. De koningin moest minstens 3 miljoen dollar inleggen om aandelen uit deze categorie te kunnen kopen. Als zeer goede klant mag ze naar hartelust wisselen van beleggingsfondsen van JPMorgan, zonder dat de bank daar kosten voor rekent.

Haar belang in dit Azië-fonds was op 31 januari 2006 circa 11,5 miljoen dollar (9,5 miljoen euro) waard, valt af te leiden uit cijfers van JPMorgan Asset Management en het financiële persbureau Bloomberg.

Ergens in 2007 verkocht de koningin de aandelen. Precieze data zijn niet beschikbaar, waardoor de koerswinst van de majesteit niet is vast te stellen. Vaststaat dat 2007 een topjaar was voor het fonds, waarin de koers bijna verdubbelde.

Dat koningin Beatrix een belang had in het JPMorgan Asia Equity Fund was geen eigen keuze. Zij erfde de aandelen van haar moeder, Juliana, die in 2004 overleed.

Bij beurstoezichthouders zoals de Amerikaanse SEC moeten ‘aanzienlijke belangen’ van meer dan 5 procent worden gemeld. Bij geen enkele beursgenoteerde onderneming kwam de vorstin tot nu toe naar voren als houder van zo’n ‘aanzienlijk belang’, ondanks aanhoudende verhalen over haar grote beleggingsportefeuille.

Voor én na deze ene registratie bij het Asia Equity Fund is de koningin nergens in de registers terug te vinden. Dat is beleid. De RVD verkondigde in 2002 dat de koningin nergens een aandelenbelang had dat groter was dan 5 procent.

Volgens deskundigen maakt de belegging bij JPMorgan waarschijnlijk deel uit van een groter aandelenpakket. Een belegging in dollars in Aziatische aandelen wordt gezien als het laatste, meest riskante element in een portefeuille. Als die logisch is opgebouwd, zitten daar verder investeringen in onroerend goed, staatsobligaties, bedrijfsobligaties en veilige Nederlandse en Europese aandelen in.

Al jarenlang wordt melding gemaakt van de veronderstelde rijkdom van koningin Beatrix. Ze zou aandelen bezitten in ABN Amro, Shell en Unilever. Over de hoeveelheden en bedragen werd nooit harde informatie aangetroffen.

De enige die uitsluitsel gaf over de beleggingsmores van de koninklijke familie is prins Bernhard. In een na zijn dood in de Volkskrant gepubliceerd interview uit 2004, zei hij zelf voor de oorlog in ondernemingen in de Verenigde Staten te hebben belegd. Ook had Bernhard zitting in de beleggingscommissie van koningin Juliana, die op haar beurt Amerikaanse en Nederlandse effecten van haar moeder Wilhelmina had geërfd.

Over zijn dochter Beatrix merkte Bernhard op: ‘In aandelen heeft ze minder dan één miljoen aan vermogen. Ik ben met de thesaurier naar aanleiding van die verhalen over ons beweerde grootaandeelhouderschap in Shell nagegaan wat we nu feitelijk hebben. Voor de Shell komt ons aandelenpakket uitgedrukt in percentages neer op nul komma nul nul nul iets.’

Het JPMorgan Asia Equity Fund is een Amerikaans beleggingsfonds waarin belangen zijn ondergebracht in grote, aan de beurs van Hongkong genoteerde Aziatische bedrijven. In de tijd van het belang van de koningin lag de nadruk op Zuid-Koreaanse bedrijven als Samsung (elektronica), Hyundai (auto’s) en het staalbedrijf Posco.

Andere Aziatische ondernemingen waren Manufacturing Co, Media Tek en HON HAI uit Taiwan, Keppel Land en SembCorp uit Singapore en de Chinese bedrijven Bank of Communications en China Life Insurance.

Drie van deze ondernemingen raakten in deze periode in opspraak, om uiteenlopende redenen. De topman van autofabrikant Hyundai, Chung Mong-Koo, werd beschuldigd van grootscheepse fraude en corruptie. Hij kocht politici en ambtenaren om en verduisterde 85 miljoen euro.

Ook een ander Zuid-Koreaans bedrijf, Posco, kwam onder druk te staan. Het staalconcern deed een miljardeninvestering in India. Dit leidde tot aanhoudende protesten van de lokale bevolking, omdat er vele mensen uit hun woonplaats zouden worden verjaagd.

En van het Taiwanese HON HAI, de fabrikant van de muziekspeler iPod van Apple, werd bekend dat het personeel op grote schaal uitbuitte.

De vraag is of dit soort beleggingen de koningin kunnen schaden of haar kwetsbaarheid kunnen vergroten. Emeritus hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit Constantijn Kortmann, zegt dat het de minister-president is die dit moet beoordelen.

Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst hoeft demissionair premier Balkenende niet op de hoogte te worden gebracht van de Aziatische investeringen, die tot de privésfeer van de koningin behoren.

‘De vraag is natuurlijk wel: waar eindigt het? Als ze investeert in een onderneming waar gelazer is, zou je er toch opnieuw goed naar moet kijken’, aldus Kortmann. ‘Wees voorzichtig, zou mijn devies zijn. Het openbaar belang is in het geding.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.