Digitale vegetariërs

Dit zijn mensen die wél hun privégegevens beschermen – en daarin heel ver gaan

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Veel Nederlanders zeggen privacy belangrijk te vinden, maar klikken tijdens het online winkelen toch op ‘Oké’ zonder de privacyvoorwaarden te lezen. Aan ‘digitariërs’ is deze privacyparadox niet besteed. Wat motiveert de mensen die hun data alleen delen als het echt niet anders kan, en wat leren we van ze?

Deze week werd de deur naar privacyinbreuk volgens critici weer verder opengezet. Als u uw bank toestemming geeft, moet die uw betalingsgegevens voortaan delen met derden. Nederland is het laatste Europese land waar dit wordt ingevoerd. Het is bedoeld om aanbieders van financiële diensten zodanig met elkaar te laten concurreren, bijvoorbeeld met digitale huishoudboekjes, dat u er beter van wordt.

Maar wat als u dat helemaal niet wilt? Kunt u dan per ongeluk toch toestemming geven? Techgiganten staan in ieder geval te trappelen om deze markt te betreden; Google vroeg de eerste vergunning al aan. Dat betekent dat al uw betalingen, inclusief die aan coffeeshop, Centraal Justitieel Incassobureau of eroticawinkel voortaan alleen worden beschermd door uzelf, de oplettende consument.

Hoe dan ook is de berg gegevens over onszelf waar anderen bij kunnen, zo weer groter geworden. Kunnen we dat nog aan banden leggen? Jazeker, zegt een groep bewuste burgers. Zij delen alleen hun data als het echt niet anders kan. De Volkskrant sprak drie van deze ‘digitariërs’: een vrouwelijke universitair docent van in de zestig, een 32-jarige politiek activist en Bits of Freedom-directeur Hans de Zwart. Eerstgenoemden willen niet met hun naam in de krant omwille van hun felbevochten privacy.

Beeld Sjoerd van Leeuwen

De universitair docent

‘Mijn persoonlijke data, zoals financiële stukken en notariële aktes, open ik alleen op mijn schone computer waarmee ik niet op internet surf. Ik heb een iPad waarmee ik de vuile dingen doe, zoals online surfen of Google Maps. Mijn systeem is niet waterdicht: soms moet ik op mijn schone computer op internet om programma’s te updaten. Daarnaast heb ik geen smartphone, ik zet nooit iets in de cloud en ik gebruik geen sociale media. Helemaal geen datasporen achterlaten is onrealistisch, maar dat betekent niet dat we ons privéleven moeten delen op Facebook en onze hardlooproutes op Strava.

‘Grote bedrijven en overheden zijn niet voor niets volop data aan het verzamelen, het geeft macht. Ik maak me zorgen over profilering. Partijen kunnen de informatie die ze zenden steeds preciezer afstemmen op individuele burgers. Zo krijg ik ander nieuws dan mijn buurman, zonder dat we het van elkaar weten. Mensen gaan elkaar minder begrijpen, dat lijkt me heel ontwrichtend. Daarnaast horen we steeds over datalekken van de overheid, ze beschermen onze gegevens niet goed. Hoe het precies mis zal gaan weet ik niet, dat kunnen veel deskundigen ook niet zeggen. Mijn tijd zal het wel duren, ik ben 64. Als ik veel jonger was en ik had nog een heel leven voor me, dan zou ik nog veel voorzichtiger zijn. Iedereen die hier een beetje verstand van heeft, schermt zijn data af.

‘Soms is het lastig. Ik heb geen parkeer-app, dus als ik met de auto naar Amsterdam ga, moet ik altijd parkeergeld bijgooien als ik langer wil blijven. Soms ben ik te laat en krijg ik een boete. Ik heb een tijdje gebruik gemaakt van ConnectCar, een app om auto’s te delen. Dan moest ik mijn man bellen zodat hij thuis op mijn iPad op een knopje kon drukken. De meeste mensen weten mij wel te bereiken, maar ik heb geen gigantisch sociaal netwerk, misschien is het voor anderen moeilijker. Mijn broer reist de wereld rond en die wil graag dat ik WhatsApp neem zodat hij zijn foto’s kan delen. Maar dat doe ik niet, hij mailt ze maar of we kijken de foto’s samen als hij terug is. Het heeft zeker nadelen, maar uiteindelijk gaat het toch om onze vrijheid en democratie. Daar moet je wat voor overhebben. En als je het eenmaal hebt ingericht, is het zo moeilijk niet.’

De politiek activist

‘Ik vind dat mijn gegevens van mij zijn en niet van een ander die ze voor eigen doeleinden gebruikt zonder dat ik daar grip op heb. We weten niet wat commerciële bedrijven met onze data doen. Ook de overheid verzamelt gegevens over ons privéleven en onze politieke ideeën. Dat is voor mij het belangrijkste. Mijn activisme voor de Koerdische bevrijdingsbeweging en mijn ideeën over de anarchistische samenleving maken mij een mogelijk doelwit voor de inlichtingendiensten.

‘Zodra ik schrijf of mail over deze onderwerpen tref ik een aantal maatregelen. Ik gebruik bijvoorbeeld nooit Gmail of Outlook. Deze commerciële maildiensten lijken gratis, maar je betaalt met je data. Ook mailtjes die je verwijdert blijven een half jaar lang op de server opgeslagen. Als een overheid ernaar vraagt, deelt Google jouw e-mails met ze, dat zijn ze wettelijk verplicht. Soms gebruik ik geen Windows maar Tails: een besturingssysteem dat op een usb-stick staat en na gebruik alle gegevens wist. DuckDuckGo is een alternatieve zoekmachine, die geen data verzamelt over zoekopdrachten. Een bijkomend voordeel is dat je zoekopdrachten niet gepersonaliseerd zijn, waardoor je geen last hebt van filterbubbels.

‘Er is een bepaald spanningsveld: als activist wil ik toegankelijk zijn voor geïnteresseerden, maar privacy weerhoudt me daarvan. Mensen die alleen Gmail gebruiken, vraag ik een ander, veiliger e-mailadres te registreren voordat ik ze mail over activistische onderwerpen.

‘Dit klinkt misschien paranoïde, maar ik zie het als voorzorgsmaatregelen. Als je eenmaal een digitaal spoor hebt gemaakt is het moeilijk uit te wissen. Probeer maar eens je naam van Google te verwijderen, dat is bijna onmogelijk. Achteraf kunnen dingen tegen je gebruikt worden, daarom ben ik voorzichtig.

‘In Duitsland, waar ik een tijd heb gewoond, valt de overheid met enige regelmaat huizen van activisten binnen. Dit jaar werden bij uitgeverij Mesopotamien-Verlag drie vrachtwagens aan boeken over de Koerdische kwestie ingenomen. In Nederland komen invallen minder vaak voor, maar luisteren inlichtingendiensten op afstand mee als ze iets verdachts vermoeden. Het kan ook subtieler zijn. Opiniestukken schrijf ik altijd onder een alias, omdat ik mijn baan als docent niet wil verliezen. Een medeactivist werd het mikpunt van GeenStijl en dat bleef hem achtervolgen.

‘Ik ben niet principieel tegen big data, maar tegen de manier waarop bedrijven het gebruiken. We moeten niet vergeten: sociale media zijn niet onze media. Het zijn de media van miljoenenbedrijven die de data gebruiken om geld mee te verdienen. Zolang financiële motieven de dataverzameling dirigeren, ben ik tegen. In een samenleving die is gebouwd op sociale en bevrijdende waarden zou big data een andere functie hebben.’

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Hans de Zwart, directeur Bits of Freedom 

‘Als ik theaterkaartjes bestel, vul ik altijd onzingegevens in’, zegt Hans de Zwart, directeur van Bits of Freedom. ‘Er is geen enkele reden om de juiste gegevens te geven, met uitzondering van het e-mailadres waarop je de kaartjes ontvangt. Ooit kocht ik kaartjes voor North Sea Jazz Club. Ze gingen failliet, dus het concert ging niet door en ik kon fluiten naar mijn geld. Omdat de e-mailadressen eigendom waren van het bedrijf werden die als onderdeel van het faillissement verkocht. Met dat gegeven in mijn achterhoofd geef ik bij ieder theater of andere ticketwebshop een uniek e-mailadres op. Ik heb mijn eigen domeinnaam, dus alles komt in mijn inbox terecht. Toen een ander bedrijf me ineens ging mailen op het e-mailadres van North Sea Jazz wist ik wie de database had gekocht.

‘Met Facebook en LinkedIn was ik al eerder gestopt, WhatsApp heb ik nooit gehad en eind vorig jaar stapte ik van Twitter af. De directe aanleiding was het boek Ten Arguments for Deleting Your Social Media Accounts Right Now, waarin een van de redenen was: it turns you into an asshole. Ik merkte inderdaad dat ik op Twitter niet mijn beste zelf was. Toen ik kort daarna mijn eindejaarsoverzicht schreef over boeken die ik dat jaar las, bedacht ik: hoe komen mensen nu te weten dat ik dit heb gemaakt? Ik ben daarom een nieuwsbrief begonnen, waarop mensen zich kunnen abonneren.

‘Er zijn twee redenen waarom ik dit doe. Ten eerste houd ik ervan vrij en onafhankelijk te zijn. Ik probeer in mijn leven zo min mogelijk afhankelijke relaties op te bouwen. De gebruikersvoorwaarden van Facebook zijn ongeveer als volgt: je kunt niets van ons verwachten en ondanks dat deze verklaring geheel in ons voordeel is geschreven, hebben wij ook nog eens het recht om haar eenzijdig aan te passen. Ik zit niet graag in zo’n relatie.

‘Ten tweede maak ik me grote zorgen over de macht van bedrijven als Google, Facebook en Amazon. Ze verzamelen onze data op grote schaal, beïnvloeden ons gedrag en verdienen daar geld mee. Dat tast onze democratie en rechtsstaat aan. Ik probeer daarom een soort vegetariër te zijn in het digitale domein en zoveel mogelijk principiële keuzes te maken. Tegelijkertijd begrijp ik dat niet iedereen zich die keuzes kan veroorloven; zo besteed ik een paar honderd euro per jaar aan het hosten van mijn mail en website.

‘Mijn ov-kaart staat helaas wel op naam. Ik reis veel voor mijn werk en telkens een anonieme kaart opladen kost me te veel tijd. Ook doe ik weleens aankopen via internet. Wel laat ik het dan op mijn werkadres bezorgen en niet op mijn privéadres.’

Namen van geïnterviewden zijn bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.