'Dit stelsel wordt onze doodsteek'

De afschaffing van de melkquota in 2015 was een sein voor veel veehouders om flink te investeren. Een beetje te onbesuisd, zelfs. Er was even geen rekening gehouden met al die mest.

De halfvolle megastal van boer Jan Jonkman in Mariënheem.Beeld Harry Cock

Waarom zo groot?, vroegen collega's Jan Jonkman acht jaar geleden. De boer uit het Overijsselse Mariënheem, op dat moment eigenaar van een krappe zestig koeien, had zojuist zijn plannen voor een megastal uit de doeken gedaan. Met de aanstaande afschaffing van de Europese melkquota, die boeren tot dan toe beperkten in hun productie, zag Jonkman zijn kans schoon om zijn veestapel met duizelingwekkende snelheid uit te breiden. 480 koeien moesten er vanaf 2015 in de megastal komen te staan, een groei van zijn veestapel met maar liefst 800 procent. 'Eindelijk kon er snel worden uitgebreid. Zo'n kans krijgen we nooit meer, dachten we.'

Jonkman was niet de enige boer die er in die tijd zo over dacht. Met de afschaffing van de melkquota op 1 april 2015 ontstond er een heuse wedloop in de Nederlandse melkveehouderij. Dertig jaar hadden de boeren zich moeten beheersen om de overproductie te voorkomen die vóór de invoering van de quota in 1984 tot boterbergen en melkplassen leidde, maar nu was het hek van de dam. Massaal bouwden de Nederlandse melkveehouders nieuwe stallen en kochten ze koeien aan, de blik ferm op de toekomst gericht. Alleen de grote boeren zouden op termijn overleven, was de achterliggende gedachte. Aanlokkelijk waren bovendien de extra inkomsten die een grotere veestapel met zich mee zouden brengen. Niet iedere boer groeide op Jonkmantempo, maar toch - het gros zette er koeien bij.

Fosfaatplafond

Meer koeien betekent niet alleen meer melk, maar ook meer mest. Milieuorganisaties waarschuwden al vroeg dat de afschaffing van het melkquotum zou leiden tot overschrijding van het met Europa afgesproken plafond voor fosfaat, een milieuvervuilend bestanddeel van mest. Met een overschrijding loopt Nederland het gevaar zijn uitzonderingspositie binnen het Europese landbouwbeleid, goed voor een bonus van zo'n honderd miljoen euro per jaar, te verliezen. De melkveestapel zou zonder dat voordeel met minstens eenvijfde moeten krimpen. De afschaffing van de melkquota, die in de jaren voor 2015 al voorzichtig opgerekt werden om een 'zachte landing' in de vrije markt te bewerkstelligen, wordt voor de boeren zo meer vloek dan zegen.

Om zo'n rampscenario af te wenden kwamen de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) en boerenvakbond LTO Nederland in 2013 tot een klinkend akkoord. De organisaties, die een hoge mate van zelfbeschikking genoten onder toenmalig staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken, presenteerden daarin maatregelen tegen overschrijding van het fosfaatplafond. Met beloften als 'het doorlopend monitoren van de fosfaatproductie' en 'het verlagen van het fosfaatgehalte in veevoer' namen zij de grootste zorgen van Dijksma weg. 'Wij hebben veel waardering voor de manier waarop het bedrijfsleven onderling tot afspraken komt', bewierookte Dijksma het akkoord in een brief aan de Tweede Kamer.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld Harry Cock

Dat optimisme bleek achteraf onterecht. De zelfregulering door de zuivelsector is dramatisch uitgepakt. De fosfaatproductie per koe werd vanaf 2010 door fosfaatarmer veevoer inderdaad in toom gehouden, maar door de stijging van het aantal koeien ging vanaf 2013 de fosfaatuitstoot weer omhoog. Al in 2014, toen de melkquota nog niet waren afgeschaft, overschreed de fosfaatproductie in de melkveehouderij het plafond van 84,9 miljoen kilogram met 0,7 miljoen kilo. Toen zag het er bovendien al naar uit dat het daarbij niet zou blijven.

Het bracht Dijksma ertoe in te grijpen. Dat deed ze op 2 juli 2015. De staatssecretaris - teleurgesteld door de sector waaraan zij zoveel vertrouwen had geschonken - kondigde een stelsel van fosfaatrechten aan om de fosfaatproductie aan banden te leggen. De hoeveelheid fosfaat die een boer mag produceren ging afhangen van het aantal fosfaatrechten dat hij bezit. Het aantal uit te delen rechten baseerde Dijksma op het aantal koeien op diezelfde 2 juli, om te voorkomen dat er nog snel vee bijgekocht zou worden.

Zo verschenen - drie maanden na de afschaffing van de melkquota - de mestquota ten tonele. De noodzaak daarvan werd nog eens benadrukt door de forse overschrijding van het fosfaatplafond in 2015 met 7,9 miljoen kilo, ruim 9 procent boven de toegestane hoeveelheid. Martijn van Dam, die Dijksma eind 2015 verving als staatssecretaris van Economische Zaken, zette haar plannen voor de invoering van fosfaatrechten dan ook onverminderd voort.

De staatssecretaris maakte het wetsvoorstel bovendien nog wat strenger door bij voorbaat kortingen toe te passen op de nog uit te delen rechten. Om de productie van fosfaat voldoende te drukken moet iedere melkveehouder straks een deel van zijn koeien van de hand doen. Dat geldt ook voor de veehouders die zich hebben ingehouden en hun veestapel niet hebben uitgebreid. Van Dam stuurde aan op een korting van 4 tot 8 procent. Maar omdat de fosfaatproductie in 2015 hoger uitviel dan verwacht, houdt de sector inmiddels rekening met een veel zwaardere korting van 8 tot 10 procent.

Dit zijn dodelijke vooruitzichten voor boeren als Jan Jonkman, die op 2 juli 2015 nog volop bezig waren hun gloednieuwe stallen met honderden extra koeien te vullen. Van de 480 koeien die hij in de megastal hoopte onder te brengen, stonden er op die peildatum nog maar 260 op zijn naam. En op dat aantal gaat staatssecretaris Van Dam dus nog 4 tot 10 procent korten. In de praktijk houdt Jonkman vermoedelijk zo'n 240 koeien over. Zijn gloednieuwe megastal - ruim 5.200 vierkante meter groot - wordt dan slechts voor de helft gebruikt. 'Wij hebben onze stal gebouwd op basis van de afschaffing van de melkquota. Een nieuw rechtensysteem zou er niet komen, werd ons destijds verteld.'

Dat de spelregels tijdens de wedstrijd zijn veranderd, heeft voor Jonkman grote financiële gevolgen. Wat heet: vorige week werd zijn boerenbedrijf, dat al drie generaties in de familie is, zelfs failliet verklaard. Volgens de curator kwam Jonkman in de problemen door de hoge financieringslasten van de megastal en de uitzonderlijk lage melkprijzen, waar zonder de uitbreiding tot 480 koeien niet tegenop te melken viel. Jonkman vocht het faillissement met succes aan. Aan de onzekerheid over de toekomst heeft de vernietiging van het vonnis evenwel geen einde gemaakt. 'De stal moet worden betaald. Dat is moeilijk als de tent niet voor de volle honderd procent kan draaien.'

Beeld Harry Cock

Schaarste

Boeren die onder het nieuwe fosfaatrechtenstelsel toch hun veestapel willen uitbreiden, zullen rechten moeten kopen van collega's die hun boerderij voor gezien houden. Van Dam heeft evenwel bepaald dat per verkooptransactie 10 procent van de rechten wordt ingetrokken, opdat de fosfaatproductie in de komende jaren nog meer daalt. De overheid gaat de ingetrokken rechten pas opnieuw uitdelen als het plafond niet meer wordt overschreden. Dat kan jaren duren. Door de schaarste zal de prijs van een fosfaatrecht bovendien niet gering zijn. Jonkman verwacht dat hij een miljoen euro moet investeren om alsnog aan de rechten voor 480 koeien te komen. 'Dat zijn prijzen die wij niet kunnen betalen.'

Jonkman is niet de enige die zijn staldeuren dreigt te moeten sluiten. LTO Nederland verwacht dat circa 1.700 melkveehouders in 2017 zullen stoppen. Dat is maar liefst 10 procent van het totaal. In een normaal jaar stopt 'slechts' 3 tot 5 procent van de boeren. Vooral boeren als Jonkman, die onlangs fors investeerden in stallen en veestapel, verkeren in zwaar weer. Voor 300 melkveehouders dreigt zelfs een faillissement. Jonkman, zelf ternauwernood aan een bankroet ontsnapt, ziet de problemen bij de boeren in zijn omgeving toenemen. 'Dit stelsel wordt de doodsteek voor de Nederlandse melkveehouderij.'

Resteert de vraag waarom er niet eerder is ingegrepen. Dat boeren meer gaan produceren als zij daar na dertig jaar eindelijk toestemming voor krijgen, lijkt vanzelfsprekend. Het is het klassieke prisoner's dilemma: wat goed is voor het individu, is niet altijd goed voor het collectief. Maar een mens laat zijn individuele belang bijna altijd prevaleren boven het algemene belang. Door het late ingrijpen krijgen zowel de grote groeiers - die hun megastallen niet kunnen vullen - als de achterblijvers - die hun veestapel moeten inkrimpen, ook al hebben ze die zelf niet uitgebreid - het moeilijk. Waarom dempten de overheid en de sector de put pas toen het kalf al was verdronken?

Beeld Harry Cock

LTO Nederland neemt de schuld deels op zich. Wiebren van Stralen, milieuexpert bij de boerenvakbond, geeft toe dat de ambitie van de Nederlandse boeren is onderschat. 'Wij kregen van Dijksma de opdracht om ervoor te zorgen dat de productie niet uit de hand zou lopen na de afschaffing van de melkquota. De sector is vervolgens onvoldoende in staat geweest om met een alternatief systeem te komen. Daarmee bedoel ik zeker ook onszelf.'

Ook NZO-woordvoerder René van Buitenen geeft toe dat het beroep van de overheid op het verantwoordelijkheidsgevoel van de sector 'onvoldoende' heeft gewerkt. Maar of dat nou komt doordat de brancheorganisatie voor de zuivelindustrie tekort is geschoten? Dat nou ook weer niet. 'Wij hebben altijd gezegd dat de melkveebedrijven zich moesten ontwikkelen binnen de milieurandvoorwaarden, maar daar heb je ook andere partijen voor nodig, in dit geval de wetgever.'

Het gebrek aan sturing vanuit de overheid is volgens zowel LTO Nederland als NZO een van de belangrijkste oorzaken van de huidige melkveecrisis. Onder staatssecretaris Dijksma gedroeg het ministerie zich als een tandeloze tijger, gehinderd door de ideologische verschillen tussen regeringspartijen VVD en PvdA. De partij van Rutte wilde zo min mogelijk staatsbemoeienis met de melkveehouderij, terwijl Dijksma's eigen PvdA juist eerder wilde ingrijpen. Het resultaat was een zouteloos compromis waarin de verantwoordelijkheid bij de sector zelf werd neergelegd. Dijksma kwam in haar Kamerbrief uit 2013 niet verder dan een voorzichtige waarschuwing voor 'nadere maatregelen', mocht het fosfaatplafond worden overschreden. Pas toen de wal het schip keerde, introduceerde het ministerie de fosfaatrechten.

Uitzonderingspositie in gevaar

De belangrijkste reden dat Nederland onder het fosfaatplafond wil blijven, is het behoud van het privilege dat Nederland in de Europese Unie geniet op het gebied van bemesting. Dankzij deze zogenoemde 'derogatie' mogen Nederlandse boeren hun grond 20 procent meer bemesten dan boeren uit andere landen. En doordat meer mest is toegestaan, kunnen zij ook meer koeien houden.

Deze ontheffing is wel aan voorwaarden gebonden. In mest zit namelijk fosfaat. Om te voorkomen dat er te veel fosfaat in het water rond landbouwgronden terechtkomt heeft Nederland bij de toekenning van de derogatie moeten beloven om de productie ervan te beperken. Hiervoor is het fosfaatplafond ingericht. Komt de fosfaatproductie in de melkveehouderij boven het gestelde plafond, dan bestaat het risico dat de boeren bij een volgende aanvraag van Brussel geen derogatie meer toegekend krijgen. De huidige derogatie loopt nog tot en met 2017.

Onzeker

Onjuist, zegt het ministerie van Economische Zaken. Volgens een woordvoerder was het de zuivelsector zelf die het met private regelingen wilde proberen. 'De afgelopen jaren hebben we moeten constateren dat de zuivelketen niet in staat is gebleken werkelijk te sturen op de beheersing van de fosfaatproductie.' Het fosfaatrechtenstelsel, dat op 1 januari 2017 definitief moet ingaan, wordt daarmee onontkoombaar.

Aan boeren als Jan Jonkman gaat het gekijf voorbij. Veel is nog onzeker, waaronder het voortbestaan van zijn boerderij, maar over één ding kent hij geen twijfel: 'Als we vandaag opnieuw moesten beslissen over een megastal, dan hadden we het niet gedaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden