Analyse

Dit mysterieuze megabedrijf beheert de grootste spaarpot ooit (en waarschijnlijk ook jouw centen)

null Beeld Rosa Snijders
Beeld Rosa Snijders

Nooit eerder in de wereldgeschiedenis torste één concern zo’n kolossale zak geld met zich mee. BlackRock is de grootste aandeelhouder van Nederland, maar onbekend bij het grote publiek. Hoe ver reikt de macht van de Amerikaanse vermogensreus?

Koen Haegens

Van wie is de bv Nederland? Het beste antwoord luidt: BlackRock, de grootste aandeelhouder van het land.

De Amerikaanse vermogensbeheerder bezit een slordige 6 procent van de Amsterdamse AEX. Het gaat om klinkende namen als ASML (7,5 procent), Unilever (8 procent) en Relx (voorheen Reed Elsevier, bijna 10 procent). Bij tal van toonaangevende bedrijven is het concern de nummer één aandeelhouder. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Volkskrant.

BlackRock beheert zo’n 300 miljard euro aan Nederlands vermogen. Alles is megalomaan aan het bedrijf, behalve het eigen optreden. Zo alom aanwezig als BlackRock is in de financiële wereld, zo onbekend blijft het bij het grote publiek.

‘Wij werken meestal op de achtergrond. Prima, er hoeft wat mij betreft geen grote sticker op alles wat BlackRock doet’, bevestigt Monique Donders. Als landenmanager stuurt zij – headset op, haar in knot, gezeten voor een witte muur thuis – de circa zeventig medewerkers aan die de Nederlandse pot beleggen. ‘Maar als ik mensen uit zou leggen wat we allemaal doen, zou het denk ik wel meevallen met die onbekendheid. Neem de pensioenfondsen. Opgeteld werken wij voor 7 miljoen deelnemers. Dan moet je denken aan het Philips Pensioenfonds en het Pensioenfonds Detailhandel. Dat is een heel groot deel van de Nederlandse bevolking.’

De spectaculaire opmars van BlackRock heeft zich in amper een decennium voltrokken. In 2015 kwam in een onderzoek van de Volkskrant verzekeraar NN nog als grootste belegger uit de bus. In 2010 was dat de Amerikaanse vermogensbeheerder Capital, en in 2007 stond ING aan kop.

Beschouw BlackRock als een uit de kluiten gewassen spaarvarken. Pensioenfondsen, maar ook rijke families en andere grote beleggers van over de hele wereld stoppen er hun euro’s en dollars in. De vermogensbeheerder investeert het geld in aandelen en obligaties, maar ook steeds vaker in vastgoed, private equity of infrastructurele projecten, zoals windmolenparken. Op die manier weet het dit kapitaal jaar in jaar uit te laten groeien. En dat tegen gunstige premies. Het gevolg: het spaarvarken wordt groter en groter. De vraag is niet langer óf, maar binnen hoeveel weken BlackRock als eerste in de geschiedenis door het magische plafond van 10 biljoen dollar gaat breken.

‘Ik was een klootzak’

De man die dit gigantische, hyperefficiënte geldpakhuis in amper drie decennia uit de grond heeft gestampt, wordt ook wel ‘de koning van Wall Street’ genoemd. Larry Fink (69) werd geboren in Los Angeles. Zijn moeder doceerde Engels aan de universiteit, vader was eigenaar van een schoenenwinkel. Hun zoon studeerde Politieke Theorie. Waarna hij, de haren nog lang, besloot zijn geluk te beproeven in de financiële wereld.

Na een afwijzing door zakenbank Goldman Sachs werd het First Boston. Fink hield zich er in de jaren tachtig vooral bezig met hypotheken. Die hakte hij in stukjes, om ze vervolgens in nieuwe obligaties te verpakken en door te verkopen. Decennia later veroorzaakten zulke financiële producten de kredietcrisis, maar Fink maakte er rap carrière mee. ‘Ik was een klootzak’, zei hij daar later over in een terugblik. Zijn opmars kwam abrupt tot stilstand toen zijn team 100 miljoen dollar verloor door dalende rentes.

De in ongenade gevallen Fink besloot voor zichzelf te beginnen. In 1988 startte BlackRock als een kleine obligatiespecialist. Het bedrijf onderscheidde zich met zijn technologische platform, Aladdin. Met dat tegenwoordig alom gebruikte systeem kunnen organisaties hun beleggingen beheren en risico’s inschatten.

Sindsdien lijkt het alsof er een magneet verborgen zit in de zak geld die Fink meetorst. De dollars blijven komen. In 1999 – het beheerd vermogen bedroeg inmiddels 165 miljard dollar – volgde de beursgang. Nog eens tien jaar later deed Fink de belangrijkste overname in zijn leven. Barclays wankelde op het randje van faillissement. De Britse bank moest haar vermogenstak van de hand doen, inclusief de populaire ‘iShares’.

In één klap werd BlackRock een supermacht op het vlak van dé trend in geldland: passief beleggen. Het komt erop neer dat een handelaar niet zelf actief aandelen of obligaties selecteert om zo veel mogelijk rendement te halen. In plaats daarvan volgt een fonds ‘passief’ de markt – of het nou een beursindex of de prijs van grondstoffen is. Dat scheelt duur personeel. Het blijkt bovendien niet minder op te leveren. Beleggers stappen zo massaal over van ‘actief’ naar ‘passief’ dat wetenschappers spreken van een ‘massamigratie van geld’.

Op dit moment staat de BlackRock-teller op 9.464 miljard dollar, oftewel 8.180 miljard euro. ‘Dat is ongeveer gelijk aan alle wereldwijde hedgefondsen, private-equityfirma’s en durfkapitalisten bij elkaar’, schrijft The Financial Times-journalist Robin Wigglesworth, wiens boek Trillions: How a Band of Wall Street Renegades Invented the Index Fund and Changed Finance Forever afgelopen maand verscheen.

Dubbele petten

De grote vraag is hoelang BlackRock in de luwte kan blijven opereren. Met het beheerde vermogen is ook zijn macht gegroeid en de kritiek daarop, van links tot rechts. Zelf is BlackRock daar kort over. ‘Het grootste deel van het geld dat wij beheren is voor pensioenen’, beklemtoonde Larry Fink begin dit jaar in zijn fameuze jaarlijkse brief aan ceo’s. Hij spreekt van ‘leraren, brandweerlieden, artsen, zakenmensen’.

Monique Donders knikt desgevraagd bevestigend. ‘Dat geld is niet van ons, het is van onze klanten. Zij kunnen op elke dag weg, als ze dat zouden willen. Bovendien zijn wij actief in heel uiteenlopende landen en sectoren. Die 10 biljoen dollar is dus niet één grote pot geld waar Larry Fink bovenop zit, waarvan hij op een vrijdagmiddag besluit waar het naartoe moet gaan.’

BlackRock is, kortom, uitbesteed grootkapitaal. Het blijft desondanks uniek dat zo veel aandelen, staatsschulden, bedrijfsobligaties en andere investeringen via dezelfde partij lopen. Machtsconcentratie en belangenverstrengeling liggen op de loer. ‘Vergeet Government Sachs’, schreef de New York Post eerder dit jaar. ‘Het is BlackRock dat zich warm loopt om de nieuwe Wall Street-reus in het Witte Huis te worden.’ De rechtse krant doelde op de drie ex-medewerkers van de vermogensbeheerder in de ploeg van president Joe Biden. Onder wie diens belangrijkste economisch adviseur, Brian Deese.

Dat is geen incident. In de coronacrisis liet de Amerikaanse overheid zich uitgebreid adviseren door BlackRock. Zo hielp het concern met het opzetten van het opkoopprogramma van bedrijfsobligaties, met als doel paniek onder beleggers te voorkomen en zo het land te behoeden voor een financiële ramp. Maar een flink deel van de miljarden stroomde naar BlackRocks eigen beleggingsfondsen, merkt Stanford-jurist Graham Steele op in een fel opiniestuk. Gevraagd om een toelichting laat hij beleefd weten niet te kunnen praten: hij is op dit moment in de race voor een regeringsfunctie.

Ook in Europa zorgen de dubbele petten van BlackRock voor onrust. In 2020 sleepte het bedrijf een belangrijke onderzoeksopdracht binnen. Het betrof een advies over hoe maatschappelijke criteria (denk aan milieu- en arbeidsrechten) kunnen worden verwerkt in de spelregels voor banken. Critici waren er als de kippen bij om te wijzen op de financiële belangen van BlackRock in grote beursgenoteerde Europese banken, zoals ING (zo’n 7 procent). Mag de slager zijn eigen vlees keuren?

De Europese Ombudsman oordeelde hard. Zij sprak van een ‘uitzonderlijk laag financieel bod’ – BlackRock deed de klus voor 280 duizend euro, 30 procent minder dan de goedkoopste concurrent. Dat ‘kan opgevat worden als een poging om invloed uit te oefenen op een beleggingsterrein dat van belang is voor zijn klanten’.

‘Het goede nieuws is dat de Europese Commissie heeft toegezegd opnieuw te kijken naar haar interne procedures en regels rond belangenconflicten bij dit soort aanbestedingen’, blikt lobbyonderzoeker Kenneth Haar van de Brusselse ngo Corporate Europe Observatory terug op de affaire. ‘Het slechte nieuws is dat het rapport, zoals we al vreesden, teleurstellend was. De verduurzaming van de financiële sector heeft hierdoor momentum verloren. Het probleem is dat de mensen van BlackRock gezien worden als experts op het terrein van financiële markten. Dat geeft ze makkelijk toegang tot beleidsmakers.’ Hij denkt aan radicale oplossingen. ‘Opsplitsen zou absoluut een discussie moeten zijn in Europa. Maar dat zie ik helaas niet gebeuren.’

Klimaatverandering

Waar sommigen BlackRock te machtig vinden, nemen anderen de vermogensbeheerder gek genoeg het omgekeerde kwalijk. Het concern zou te weinig doen met zijn enorme financiële invloed.

Aan de uitspraken van Fink valt dat niet af te lezen. Hij toont zich in zijn open brieven aan het bedrijfsleven een ware ‘politicus-ceo’, zoals The Economist het fenomeen laatst betitelde. De topman hekelt de exorbitante beloningen die veel bestuurders opstrijken en het gebrek aan vrouwen in de top, en hij haakt aan bij de Black Lives Matter-beweging: ‘Een bedrijf dat niet probeert te profiteren van het complete spectrum aan menselijk talent is zwakker.’

Eén onderwerp springt er uit: klimaatverandering. ‘Er is geen bedrijf dat niet grondig geraakt zal worden door de transitie naar een klimaatneutrale economie’, schrijft Fink. ‘Maar ondernemingen die zich niet tijdig voorbereiden, zullen hun zaken en waarderingen zien lijden.’

Als iemand de duimschroeven aan kan draaien, bevestigen vriend en vijand, is het BlackRock. Heeft de rijkste vermogensbeheerder ter wereld iets aan te merken, dan zwaaien alle deuren open – of het nou om de boardrooms van multinationals als Shell gaat of om het Torentje van demissionair premier Rutte. Geen andere partij heeft zo’n grote stem op aandeelhoudersvergaderingen.

null Beeld Rosa Snijders
Beeld Rosa Snijders

Wel beschouwt het concern dat als laatste redmiddel, legt Amra Balic uit. Vanuit Londen, waar ze woont met haar man, twee kinderen en drie honden, leidt zij het team dat zich namens de vermogensbeheerder bemoeit met de koers van bedrijven van Amsterdam tot Dubai. ‘Investment stewardship’, heet dat in het taaltje van de financiële wereld. Balic haast zich – typerend voor de bescheiden, discrete opstelling van veel BlackRock-medewerkers – om haar invloed te relativeren. ‘Wij vertellen bedrijven niet wat ze moeten doen’, benadrukt ze in een telefonisch interview. ‘Ik ga er geen seconde van uit dat wij die ondernemingen beter kennen dan het management zelf.’

Haar team concentreert zich wat klimaatverandering betreft op zo’n duizend bedrijven – over individuele ondernemingen wil ze helaas niets zeggen – die samen verantwoordelijk zijn voor circa 90 procent van de CO2-uitstoot. ‘Wij geloven dat klimaatrisico’s een beleggersrisico zijn’, stelt ze. ‘We vertellen bedrijven niet hoe ze hun transitie precies vorm moeten geven, maar er moet wel een plan op tafel liggen.’ Komt dat er niet, dan volgen er gesprekken, vaak met de president-commissaris. En als dat niet helpt? ‘Dan kan stemmen een handig instrument zijn. Bijvoorbeeld tegen de herbenoeming van de verantwoordelijke directeuren.’

Dat klinkt ferm, maar volgens de critici blijft het te vaak bij mooie beloften. Zo stoot BlackRock sinds enige tijd zijn actief beheerde beleggingen (dus niet de passieve indexfondsen) in steenkool af, maar stopt het nog altijd bijna 90 miljard dollar in olie- en gasbedrijven. ‘BlackRock kan bepaald niet tot de koplopers gerekend worden’, reageert Bert Scholtens, hoogleraar duurzaam bankieren aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘De bedrijven waarin ze beleggen – en ze beleggen in vrijwel alle sectoren – laten wel lagere energie-intensiteit zien, maar of dit komt door het gedrag van BlackRock mag betwijfeld worden.’

Tariq Fancy, oud-hoofd van de duurzame beleggingstak van BlackRock, spreekt zelfs van een ‘gevaarlijke fata morgana’ waarmee de wereld ‘waardevolle tijd verspilt’. In een uitgebreid essay op Medium beschrijft hij hoe hij jarenlang de wereld rond vloog om beleggers het groene evangelie te verkondigen. Ethisch investeren levert volgens hem gewoon hogere premies op. ‘De marketing- en salesmensen bij BlackRock waren dol op ESG (duurzaam beleggen met oog voor Environmental, Social, and Governance, red.) – ze konden er geen genoeg van krijgen. Voor de portfoliomanagers gold vaak het omgekeerde: veel van hen wilden de ‘ESG-toets’ doorstaan en verder met rust worden gelaten.’

Dat beeld is Monique Donders veel te cynisch. ‘Ik heb hiervoor veertien jaar bij Robeco gezeten. Dus ik kan uit ervaring zeggen dat BlackRock wat klimaat betreft zeker niet de eerste was. Maar als dit concern eenmaal besluit om te bewegen, zoals nu het geval is, kan het door zijn omvang en schaal enorme sprongen maken.’ Zo steunde BlackRock afgelopen jaar volgens eigen gegevens bijna twee op de drie ingediende klimaatresoluties op aandeelhoudersvergaderingen. De twaalf maanden daarvoor was dat nog maar 11 procent.

Spagaat

Wie heeft er gelijk? Eelke Heemskerk publiceert als onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam regelmatig over de grote vermogensbeheerders. Hij spreekt van de terugkeer van het ooit in de Rijnlandse economieën zo dominante ‘geduldige kapitaal’. ‘Dat is een heel ander soort aandeelhouder. Hun verdienmodel is gebaat bij langetermijngroei. Niet bij hevig wisselende koersen. Ze zitten immers in complete sectoren.’

Hij wijst op de spagaat waarin BlackRock zit. De grootste vermogensbeheerder is machtig, zeker. Tegelijkertijd kost actieve bemoeienis met bedrijven geld. Bovendien moet het voortdurend balanceren tussen de uiteenlopende wensen van zijn klanten. Dat verklaart de terughoudendheid van het concern om al te openlijk invloed op individuele bedrijven uit te oefenen. Heemskerk: ‘Vooral in de Verenigde Staten geldt dat, zodra bedrijven als activistisch gezien worden, investeerders rechtszaken starten. ‘Wie zijn jullie om dat te zeggen met mijn geld?’, dat idee.’ De oplossing: ‘BlackRock mikt meer op de onderstroom. Met zijn brieven verandert Larry Fink het discours. Dat is subtieler, maar mogelijk zelfs effectiever.’

Misschien valt BlackRock wel het beste te vergelijken met een ministerie. Een plek waar de macht zich samenbalt, waar cruciale beslissingen worden genomen, maar waar men er ook voortdurend rekening mee moet houden dat het geld en het mandaat van buiten komen. Vandaar de bijna ambtelijke weerzin tegen persoonlijke meningen of boude statements – heel anders dan de vaak schreeuwerige hedgefondsmanagers en private -equityjongens.

En als die onzichtbaarheid in de toekomst niet voldoende blijkt? Een mogelijk antwoord kwam vorige maand naar buiten. ‘BlackRocks machtstransfer’, kopte The New York Times. De boodschap: Larry Fink wil grote beleggers vanaf 2022 zelf laten stemmen op aandeelhoudersvergaderingen, in plaats van dat BlackRock dat namens hen doet. Alles om het grootste spaarvarken ter wereld nog eens dertig jaar uit de wind te houden.

BlackRock versus Blackstone

Ze worden nogal eens met elkaar verward: de grootste vermogensbeheerder en de belangrijkste private-equityfirma ter wereld. Zulke ‘sprinkhaanbedrijven’ zijn berucht om hun aanpak waarbij ze kwakkelende bedrijven opkopen, drastisch saneren, daarbij vaak met schulden overladen, om ze na enkele jaren met veel winst van de hand te doen. In Nederland kocht Blackstone onder meer 1.700 huurwoningen op. Daarbij maakt het bedrijf gebruik van fiscale sluiproutes, bleek onlangs uit onderzoek van deze krant.

De verschillen met BlackRock zijn groot. Zo is Larry Fink een uitgesproken Democraat. Blackstone-topman Steve Schwarzman steunde Donald Trump. Dat de namen van hun concerns zo op elkaar lijken is desondanks geen toeval. BlackRock begon onder de vleugels van Blackstone. Het duurde niet lang voordat het tot een scheiding kwam. Daarbij werd nog even de naam ‘Bedrock’ overwogen, maar dat riep te veel herinneringen op aan de prehistorische stad van The Flintstones.

Jaagt BlackRock de consument op kosten?

‘Het wordt steeds gebruikelijker dat dezelfde beleggers aandelen hebben in verschillende bedrijven in dezelfde sector’, stelde eurocommissaris Margrethe Vestager in 2018 in een toespraak. ‘En voor die beleggers lijkt hevige concurrentie misschien niet zo aantrekkelijk.’ Daarbij leek ze te verwijzen naar een onderzoek van drie wetenschappers. Die concludeerden dat de prijzen van vliegtickets in de Verenigde Staten gestegen waren als gevolg van zulke ‘common ownerships’.

Of neem verzekeraars: BlackRock heeft grote belangen in Aegon, maar ook in ASR en NN. Als die drie fel concurreren met goedkope polissen, kan dat in theorie ten koste gaan van het rendement. Klinkt logisch, maar het sindsdien verzamelde wetenschappelijk bewijs voor die stelling is niet overweldigend. ‘Ik ben niet overtuigd van een negatief effect op de prijzen’, zegt ook UvA-onderzoeker Eelke Heemskerk.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden