analyse Netschaarste

Dit moet gebeuren om al die zonneparken aan te sluiten op het stroomnet

De laatste tijd stonden de kranten vol verhalen over zonneparken die niet konden worden aangesloten op het stroom­net, vanwege onvoldoende capaciteit. Netschaarste leek te bewijzen dat de energie­transitie onmogelijk is. Maar is dat zo?

Solarpark Azewijn. Honderden zonnepanelen op een voormalige vuilstortplaats. Beeld Raymond Rutting

In het Energieakkoord staat dat er op land, voor 2030, maar liefst 35 terawattuur aan stroom moet worden geproduceerd met windmolens en zonnepanelen, genoeg om 10 miljoen huishoudens mee te voorzien. Terwijl er maar 7,5 miljoen woningen zijn. ‘We kunnen het’, zegt Peter Vermaat, bestuursvoorzitter van Enexis, een van de grote netbeheerders. Maar dan moet er nog veel gebeuren.

1. Stel de vluchtstrook van het netwerk open

Alle hoog- en middenspanningskabels zijn dubbel (‘redundant’) uitgevoerd, en hebben dus standaard een ‘vluchtstrook’. Valt er een leiding uit, dan neemt de reserveleiding het meteen over. In een brief aan de Tweede Kamer kondigde minister Wiebes enkele weken geleden aan dat die reservecapaciteit mag worden gebruikt. Zoals ook vluchtstroken op de snelweg steeds vaker worden gebruikt. Alleen al daardoor, schrijft de minister, neemt de capaciteit van het hoogspanningsnet toe met 50 tot 100 procent. Die van de regionale netwerken, zoals die van Enexis, neemt toe met 30 procent.

2. Verzwaar de netwerken

Er moeten kabels worden gelegd en transformatoren en schakelkasten worden geïnstalleerd. Enexis, een van de grote netbeheerders in het land, meldt dat in de eerste helft van het jaar de investeringen in het stroomnet met 25 procent zijn gestegen, tot 171 miljoen. ‘De komende jaren zal dat bedrag elk jaar 15 tot 20 procent toenemen’, zegt bestuursvoorzitter Vermaat. Bij andere netbeheerders is het niet anders. Bij Alliander steeg de investering in het stroomnet met 33 procent tot 231 miljoen euro.

3. Zet de stroom om in waterstof

Het probleem met zonneweides is dat ze verrijzen daar waar het stroomnet het fragielst is. Zonneboeren zoeken de goedkoopste grond voor hun plannen. Hoe afgelegener het land, hoe lager de prijs, hoe lucratiever voor de zonneboer. Maar juist daar is het stroomnet niet berekend op grote vermogens, terwijl zo’n zonnepark al gauw 50 megawatt vermogen heeft. ‘Dat staat gelijk aan het gebruik van bewoners van een kleine stad’, zegt Peter Vermaat.

Het probleem is vaak maar van korte duur: slechts enkele uren per dag, vrijwel alleen op zonnige zomerdagen. Een van de oplossingen is om op die momenten de stroom van zo’n afgelegen zonnepark niet het net op te sturen, maar er ter plaatse waterstof van te maken. Enexis is bezig met plannen daarvoor. Alliander heeft al concrete plannen voor zulke waterstoffabriekjes, in Oterleek bij Alkmaar en in Oosterwolde in Friesland.

4. Zonneparken alleen waar het kan

Op dit moment is dit de praktijk: zonneboeren kiezen zelf een plek, ze vragen subsidie aan en de netbeheerder staat voor een bijna-voldongen feit. Die is verplicht het zonnepark aan te sluiten. Maar daar heeft de zonneboer op zich nog niet zo veel aan. Hij heeft ook een transportovereenkomst nodig met de netbeheerder. In 60 tot 80 procent van de gevallen, zegt Vermaat van Enexis, is dat geen probleem, maar in sommige gebieden wel degelijk. En als er geen capaciteit is, komt die transportovereenkomst er niet. Althans niet meteen.

Vanaf dit najaar moeten zonneboeren bij hun subsidieaanvragen aantonen dat de netbeheerder de geproduceerde stroom kwijt kan. Zonder zo’n ‘transportindicatie’ komt er geen subsidie. Zonneboeren zullen daardoor worden gedwongen op zoek te gaan naar locaties waar het stroomnet nog voldoende capaciteit heeft.

5. Bestemmingsplan, curtailment en mloea

Als netbeheerders ruim van tevoren weten waar zonneparken komen, kunnen ze daar het netwerk verzwaren. Regionale overheden en netbeheerders moeten straks samen gebieden aanwijzen in een Regionale Energie Strategie, RES. Volgend jaar moeten alle regio’s zo’n RES hebben.

Vermaat van Enexis wil nog verdergaan. Nu nog moet elke zonnepark dat wordt aangesloten, op elk moment van zijn maximale capaciteit gebruik kunnen maken. Dat is net zoiets als in een stad garanderen dat iedereen er altijd, overal, op elk gewenst moment 50 kilometer moet kunnen rijden. Voor zo’n garantie is heel veel overcapaciteit nodig. Terwijl de stroomproductie in al die parken maar enkele uren per dag piekt.

Vermaat: ‘Als wij met zonneparken kunnen afspreken dat we ze tijdens een piek, onder voorwaarden en met een bepaalde vergoeding, tijdelijk kunnen afsluiten, kunnen we veel meer parken aansluiten.’ De voorwaarden zouden in een contract moeten worden vastgelegd. Duitsland werkt al lang met zo’n ‘curtailment’. Enexis hoopt nog dit jaar met experimenten te kunnen beginnen.

Vermaat pleit ten slotte ook voor ‘Mloea’: Meerdere Leveranciers Op Een Aansluiting. Bijvoorbeeld een zonnepark en een windpark. ‘Op die manier kunnen we de aansluiting veel beter benutten.’ Logisch, want in de nacht gebruikt het zonnepark zijn capaciteit niet, en op zonnige dagen waait het vaak maar matig. Nu is dat nog niet toegestaan.

Essent haalt asbestdaken van boerenschuren. Gratis en voor niks. In ruil daarvoor legt het energiebedrijf zonnepanelen erop. Voor de jonge boer Sander Heikoop was de keuze snel gemaakt. Hij spaart er zo’n 60 duizend euro mee uit.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden