Dit is wat ik doe voor het festival. Wat doe jij?

Ze stellen woon- of werkruimte, hun eigen huis, copieuze maaltijden en natuurlijk ook geld, veel geld, ter beschikking. De mecenas bestaat nog steeds....

Ariejan Korteweg

IN alle programmaboekjes van de Salzburger Festspiele ligt dit jaar een inlegvelletje van geschept papier, waarop de beeltenis prijkt van een gedistingeerd heerschap dat onberispelijk in de lens blikt. Onder die foto - dezelfde die hierbij is afgedrukt - staat: 'het is met groot genoegen en diepe gevoelens van dankbaarheid jegens de Salzburger Festspiele dat ik deze speciale schenking van meer dan zes miljoen Amerikaanse dollar verricht.'

Die gift - bijna het dubbele van het budget van het Holland Festival - maakt Alberto Vilar tot de grootste begunstiger van de Festspiele, en waarschijnlijk van alle podiumkunsten in Europa.

In de pauze van concerten zie je soms een bezoeker verbaasd naar dat velletje staren. Wat is dat voor een man? Waarom hangt hij zijn schenking aan de grote klok?

Dat nu is de reactie waarop Alberto Vilar hoopt. Die tienduizenden inlegvelletjes die in omloop zijn gebracht hebben echt niets met ijdelheid te maken, zegt hij. O nee, het tegendeel is waar. Het zijn juist de Festspiele die hem hebben moeten overhalen ruchtbaarheid te geven aan zijn schenking. En waarom? Omdat goed voorbeeld nu eenmaal goed volgen doet. 'Dit is wat ik doe voor het festival. En wat doe jij?' Die vraag wil Vilar met zijn inlegvelletje eigenlijk stellen.

Alberto Vilar is de avond tevoren aangekomen in zijn suite op de vierde verdieping van Hotel Österreichischer Hof, met uitzicht op de baroktuinen van slot Mirabell. Hier verblijft hij tijdens de Festspiele, drieënhalve week lang elke avond een opera of concert.

Hij kwam al dertig jaar geleden naar Salzburg. Het waren de gloriedagen van Von Karajan, en Vilar had nog geen geld voor een toegangskaartje. Inmiddels is hij vermogend genoeg om desnoods de hele Festspiele op te kopen, met alle theaters erbij en nog een aardig stukje van de Salzburger binnenstad. A talented guy, zegt Vilar als hij over Gerard Mortier spreekt, die Von Karajan in 1991 opvolgde als directeur van de Festspiele.

Al klinkt in zijn bewoordingen ook scepsis door. 'Von Karajan bracht hier het klassieke repertoire', zegt hij.'Gérard is met de opera gaan experimenteren. Dan loop je het gevaar dat je de gevestigde clientèle afschrikt. Nu kampt het festival met een tekort.'

Want al schrikt Vilar heus niet terug voor een vleugje experiment in de kunsten, toch mogen we niet vergeten dat Salzburg de erfenis beheert van enkele van de grootste kunstenaars van de wereld. Een Mozart, om maar eens wat te noemen. Ook Strauss hoort men hier graag. 'Maar Salzburg is groter dan het individu', is zijn geruststellende conclusie. Waarmee hij wil zeggen dat de reputatie van de Festspiele geen blijvende schade oploopt door zo'n wildebras als Mortier.

Over twee jaar treedt Mortier af, zijn opvolging is nu al het gesprek van de dag. Heeft Vilar als grote geldschieter op enigerlei wijze iets te zeggen in deze kwestie?

No... but, is het mysterieuze antwoord. Vilar is de grootste begunstiger ('en al twintig jaar trouw bezoeker') van de Metropolitan Opera in New York, het meest prestigieuze operahuis van de wereld. Daar is hij ook bestuurslid. Toen er een nieuwe voorzitter moest komen, deed men er heel verstandig aan hem om advies te vragen.

Zo gaat dat ook in Salzburg. 'Gisteravond sprak ik Gérard bij de opera van Moessorgski. Ik vertelde hem dat ik vorig weekeinde in Glyndebourne was en daar een prachtige De verkochte bruid van Smetana heb gezien. Dat zeg ik niet zomaar. Ik zet hem niet het pistool op de borst. Maar ik hoop wel dat mijn suggesties serieus worden genomen.'

Vilar reist de wereld rond om zijn quotum van honderd opera's per jaar te halen. Hij beschouwt zichzelf als een kenner. Daarnaast is hij zakenman, and very succesful in business, thank God. Hij heeft de passie èn het geld, en dus, is zijn conclusie, een mening om rekening mee te houden.

Alberto Vilar (58) kwam in 1958 uit Cuba naar de Verenigde Staten. Het grote geld verdient hij met Amerindo Investment Advisors, een door hem in 1980 begonnen beleggingsfirma die zich toelegt op nieuwe technologie. 'Ik ben een van die grote kapitalisten', legt hij vriendelijk uit. 'Heb je van Microsoft gehoord? Ik was de eerste investeerder. Ken je America Online? De aandelen die ik voor 35 cent kocht, doen nu 140 dollar. Ik ben de grootste investeerder in Internet.'

Die beleggingen maakten hem tot een van de rijkste mensen van Amerika. Een flink deel van zijn inkomsten geeft hij weer weg. Globaal de helft gaat naar ziekenhuizen en universiteiten, de andere helft naar de kunsten. De Metropolitan Opera kreeg vorig jaar 25 miljoen dollar, hij gaf tien miljoen dollar om het Vilar Center voor de podiumkunsten in Vail-Beaver Creek, Colorado op te richten. Waarom? 'Ik zeg weleens: je wordt wel of niet met een muziek-gen geboren', gnuift Vilar. 'Toen ik zes was sloot ik me al op in mijn kamer om naar klassieke muziek te luisteren.' Hij noemt Puccini, Verdi en Wagner als favorieten, en Fidelio als lievelingsopera. Vilar heeft bovendien de tijd om zich aan muziek te wijden. Hij was maar vijf jaar getrouwd, en rekent er niet meer op een vrouw tegen te komen met dezelfde hartstocht voor muziek.

Anders dan in Europa speelt in Amerika de overheid een kleine rol bij het in stand houden van de podiumkunsten. Het Metropolitan krijgt niet meer dan 5 procent van haar budget van 175 miljoen dollar van de overheid. Vilar hoopt dat ook in Europa schenkingen belangrijker zullen worden.

'Domme Amerikaan, dat werkt hier heel anders, heb ik wel horen zeggen. Ik geloof dat niet. Kunst en mecenaat zijn al sinds de grotschilderingen verbonden. Het is een zuiverder vorm van ondersteuning. De overheid heeft vaak andere bedoelingen met subsidie.'

Vandaar dat hij een deel van zijn schenking aan de Festspiele heeft geoormerkt voor sponsorwerving en om de deskundigheid op dat gebied te vergroten. Een ander deel is bestemd voor de American Friends of the Salzburg Festival. 'Het beste zomerfestival van de wereld is in Amerika amper bekend. Dus heb ik kantoorruimte in New York en een advertentiebudget ter beschikking gesteld. Want Amerikanen reizen graag, en zijn vertrouwd met het mecenaat.'

De Festspiele noemt hij zijn ene kind, het andere is het Marijinski Theater in Sint-Petersburg, door dirigent Valeri Gergjev opnieuw tot leven gewekt. Vilar, die Gergjev zijn vriend noemt, is de grootste donateur van het theater, en stichtte er een fonds voor jonge kunstenaars. Hij bekostigt ook Prokofjevs Oorlog en Vrede, in een grote enscenering met vierhonderd medewerkers en historische aankleding.

Die opera is volgend jaar te zien in Salzburg. Vilar: 'Dus daarvoor betaal ik in feite twee keer.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden