Dilemma: oppotten of investeren

Voor zes provincies lonkt de zilvervloot, nu energiebedrijf Essent voor vele miljarden in handen komt van het Duitse RWE. Vooral Noord-Brabant, Limburg en Overijssel krijgen de beschikking over een flinke zak geld.

De energiemiljarden plaatsen de provincies voor een lastig dilemma. Moeten ze het op een spaarrekening parkeren, zodat de rente gebruikt kan worden voor de jaarlijkse uitgaven? Of moeten ze het geld investeren in wegen, of het wegwerken van wachtlijsten in de jeugdzorg?

In Den Haag leeft de vrees dat de provincies hun geld gaan verkwisten. De PvdA zet bijvoorbeeld nu al vraagtekens. Over de begroting van provincies bestaat al enige tijd een politieke discussie. Den Haag heeft bij de kabinetsformatie een deel van inkomsten van provincies afgeroomd – iets waartegen de provincies zich hevig verzetten.

Begin maart komt er een advies uit over de toekomstige financiële verhoudingen tussen Rijk en provincie. Naar aanleiding van de afschaffing van de motorrijtuigenbelasting, waarvan de provincies een deel ontvangen, wil de politiek een nieuwe verdeelsleutel bedenken voor het geld.

Provincies kwamen in het najaar extra onder vuur te liggen toen bleek dat Groningen en Noord-Holland geld hadden geparkeerd op IJslandse spaarrekeningen. Groningen dreigt 30 miljoen kwijt te raken. Noord-Holland – dat wel 20 miljoen terug kreeg van Lehman Brothers – loopt mogelijk 78 miljoen mis.

Het is niet verwonderlijk dat juist Groningen en Noord-Holland hun geld in IJsland hadden ondergebracht. Deze twee provincies blijken verhoudingsgewijs het meeste geld te hebben, zo blijkt uit een inventarisatie van de Volkskrant. Groningen en Noord-Holland kunnen met hun spaargeld respectievelijk 15 maanden en 12 maanden hun uitgaven betalen, zonder dat ze daarbij hun maandelijkse inkomsten hoeven aan te spreken. Hun buffers zijn veel steviger dan bij andere provincies. Zo heeft Zuid-Holland slechts genoeg geld in kas om het 2 maanden uit te zingen.

Terwijl de staatsschuld van het Rijk in rap tempo oploopt en veel gemeenten nog worstelen met grote tekorten, is het bankboekje van provincies op orde. Bijna alle provincies hebben meer spaargeld dan het bedrag aan afgesloten leningen. Alleen Zuid-Holland heeft meer schulden dan spaargeld. Vooral Noord-Holland en Groningen staan er gezond voor.

Twee provincies staan met lege handen. Utrecht heeft al eerder zijn belang in het elektriciteitsbedrijf verkocht. Zuid-Holland is al geruime tijd geen aandeelhouder meer in een energiebedrijf en behoort tot de armste provincies.

Waar het spaargeld en de energiemiljarden naar toe gaan, is nog onbekend. De opbrengst is eigenlijk nodig om het wegvallen van het jaarlijkse dividend op te vangen. Maar tegelijkertijd leven er allerlei plannen om te investeren in infrastructuur. Noord-Holland en Groningen benadrukken dat zij het overtollige spaargeld deels nodig hebben voor enkele grote projecten.

Zo wil Noord-Holland het geld gebruiken voor de N201, en werkt Groningen aan een verbreding van de N33. Noord-Brabant – dat aan de verkoop van Essent 2,8 miljard euro kan overhouden – wil ook enkele wegen aanleggen.

Juist op die beoogde uitgaven van provincies spitst de politieke discussie zich toe. Moeten de provincies zich richten op wegen en kanalen, of moeten ze juist investeren in jeugdzorg en duurzame energie?

De provincies gaan zich nog bezinnen om te bepalen wat er met het geld moet gebeuren. Maar ook Haagse politici mengen zich in het debat. Cruciale vraag: gaan provincies zelf over de besteding van de energiemiljarden, of heeft Den Haag er ook iets over te zeggen? Gezien de vele miljarden zal het debat niet zomaar voorbij zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden