Reportage Jonge landbouwers

Deze jonge boer ziet nog wél toekomst: ‘Wie zich aanpast, die blijft’

Jonge boeren zitten klem tussen verduurzamen en concurreren op de wereldmarkt. Met subsidies worden ze nu geprikkeld hun bedrijf klaar te maken voor de toekomst. Maar er is ook kritiek.

Thijs van Beers gooit hooi bij een stal met kalfjes. Beeld Harry Heuts

Een paar dagen geleden zijn ze verhuisd: Thijs van Beers, zijn zwangere vriendin en hun kleine dochter. In de boerderij staan nog wat dozen. Op het erf achter ligt het kinderspeelgoed al in het rond verspreid. Tussen velden van jong mais staan twee grote stalgebouwen in het landschap. Hoewel van Beers bezorgd constateert dat de boeren om hem heen de afgelopen jaren als sneeuw voor de zon zijn verdwenen, ziet hij nog wel toekomst in het boerenbedrijf. Hier voelt hij zich thuis, op Melkveebedrijf de Voldijn in de Brabantse plaats Oost-, West- en Middelbeers waar hij is opgegroeid. Zijn vader heeft het bedrijf overgenomen van zijn grootvader en nu neemt hij het definitief over van zijn eigen vader. 

Zevenhonderd subsidieaanvragen door jonge boeren

Van Beers is een van de afnemers van de POP3-subsidie Jonge landbouwers (JOLA) van het plattelandsontwikkelingsprogramma, dat wordt gefinancierd door de provincies en de Europese Unie. Boeren en tuinders onder de 41 jaar konden zich aanmelden om in aanmerking te komen voor de JOLA, bedoeld als steun in de rug voor investeringen tijdens de financieel zware periode na bedrijfsoverdracht. De subsidie is voornamelijk bedoeld om te besteden aan duurzame investeringen. Dit jaar deden ruim zevenhonderd jonge boeren een aanvraag, een overschrijding van ruim 4 miljoen euro. Om de jonge boeren tegemoet te kunnen komen, hebben de provincies het resterende bedrag bijgelegd.

Het subsidiegeld besteedt Van Beers aan de vloer van zijn nieuwe stal. Met rubber gevoerde vloerroosters verminderen ammoniakuitstoot en zijn comfortabeler voor de koeienklauwen om op te staan. Hoewel hij zelf bijna een ton moet bijleggen voor de nieuwe vloer, is van Beers erg blij met de subsidie. Voor zijn bedrijf kwam het op het goede moment. ‘Ik moest toch een nieuwe vloer leggen’, zegt hij. ‘Deze is tweemaal zo duur als een ouder soort stalvloer, maar voldoet wel aan duurzaamheidseisen waar we steeds meer mee te maken krijgen.’

Melkveehouder Thijs van Beers kan met subsidie een duurzame vloer leggen in zijn nieuwe stal. Beeld Harry Heuts

Druppel op de gloeiende plaat

Volgens een evaluatie van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) blijkt dat veel jonge landbouwers uit intensieve sectoren echter geen passende investering konden vinden die aan de JOLA-criteria voldeed. De jonge boeren willen naar eigen zeggen na bedrijfsovername vooral investeren in praktische en doeltreffende zaken als grond, machines en gebouwen. De JOLA-investeringslijst bevat volgens de respondenten vooral ‘luxe’ producten.

Agrarische ondernemers worstelen nu met twee problemen, zegt Hens Runhaar, buitengewoon hoogleraar beheer van biodiversiteit in agrarisch landschap aan de Wageningen Universiteit. ‘Enerzijds is er de druk vanuit de directe omgeving en maatschappij om te verduurzamen. Anderzijds zitten de boeren vast in een systeem waarin ze moeten concurreren op de wereldmarkt en zoveel mogelijk moeten produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Om hun hoofd boven water te houden, moeten ze hierin meegaan en de grenzen opzoeken van wat milieutechnisch verantwoord is.’ Runhaar zet dan ook vraagtekens bij de JOLA-subsidie als oplossing voor financieel worstelende jonge boeren. 

Hoewel Van Beers graag zo duurzaam mogelijk wil boeren, beaamt hij dat het moeilijk navigeren is tussen de duurzaamheidseisen en het gezond houden van zijn bedrijf. ‘Over vijf jaar zijn mijn nieuwe stalvloeren niet veel meer waard’, zegt hij. ‘Daarnaast betekent het verduurzamen ook dat ik bijvoorbeeld minder koeien op een vierkante meter kan houden. Maar met de schommelende melkprijs is het een te groot risico voor mij om stil te blijven staan. Daarom willen we toch geleidelijk doorgroeien.’

Systeem op de schop

Willen we echt naar een duurzame melkveehouderij, waarin een toekomst ligt voor jonge boeren, dan moet volgens Runhaar het systeem op de schop. ‘Consument en supermarkt moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Als een consument bijvoorbeeld bereid is om meer te betalen voor duurzame melk, dan heeft de boer de mogelijkheid om extensiever te boeren of ruimte te laten voor weidevogels. Uit onderzoek blijkt dat boeren wel bereid zijn om te verduurzamen, maar door het systeem worden tegenhouden.’

Ook Van Beers ziet het aantal boerenbedrijven om hem heen de afgelopen anderhalf jaar snel afnemen. ‘Voor mij is het altijd duidelijk geweest dat ik wilde boeren. Ik houd van de vrijheid die het mij biedt en ik vind het mooi om bij te dragen aan de continuïteit van een familiebedrijf. Om iets na te laten voor de volgende generaties. Maar ik ben steeds uitzonderlijker in deze opvatting. Er zijn nog weinig opvolgers. Mijn twee broers zijn ambulancechauffeur en advocaat, mijn zus werkt in de zorg.’

‘Wie zich aanpast, blijft’

Hij wijst naar de grote, lege ruimte waar bouwvakkers net aan hun lunchpauze beginnen. Twee nieuwsgierige koeien steken hun kop uit over de beugels van de aangrenzende stal. ‘Het jongvee dat in de nieuwe stal zal komen te staan, staat nu gestald bij een boer verderop’, zegt hij. ‘Die gaat er ook mee stoppen.’

Grenzend aan de stallen ligt ook een stuk weidegrond, dat nu nog van Brabants Landschap is. Van Beers is met de natuurbeschermingsorganisatie in gesprek om het te ruilen tegen grond dat in zijn bezit is. Enerzijds om zijn eigen huiskavel te vergroten, zodat zijn koeien genoeg ruimte hebben om ook buiten te lopen en hij in aanmerking komt om biologisch boer te worden. Anderzijds krijgt Brabants Landschap dan ruimte om natuur te ontwikkelen. Van Beers: ‘Voor nu hebben wij vakantiehuisjes op ons erf gezet. En net als mijn moeder, die een pedicuresalon aan huis had, heeft mijn vrouw ook eigen werk. Van enkel het boerenbedrijf kunnen we niet afhankelijk zijn. Wie zich het best aanpast, die blijft.’

De boer moet uit de spagaat: ‘Schulden en steeds goedkoper produceren zet de boeren klem’

Boeren zitten vaak zwaar in de schulden. Dat kan anders, als overheid en belangenorganisaties tot een breed gedragen akkoord komen. En als de consument nu eens voor kwaliteit wil betalen.

Boer Thijs van Beers, die een speciale subsidie voor jonge boeren heeft aangevraagd voor een emissie-arme stalvloer. Beeld Harry Heuts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.