Dengs hervormingen ontketenden in de Chinese steden en aan de kust een anarchistisch kapitalisme Leger van werkzoekers prijst 'de goede man uit Sichuan'

Op het reusachtige tv-scherm tegen de barokke voorgevel van het oude station van Peking maakt het portret van de overleden Deng Xiaoping plaats voor de blote rug van een concertpianiste, die in rode avondjurk Beethoven speelt....

Van onze correspondent

Toine Berbers

PEKING

De boeren in blauwe jasjes die op het voorplein zitten te kaarten, hebben nauwelijks oog voor deze knieval voor Japanse commercie. De verweerde gezichten onder de winterse petten praten over het nieuwe leven dat ze tegemoet gaan.

'We zullen eindelijk een echt loon verdienen', zegt Li Guojin vol goede moed. Het boerenbestaan in de pittoreske bergen van het zuidwestelijke Sichuan, de provincie waar Deng geboren is, bracht zo weinig op, dat hij bij een koppelbaas een contract tekende voor de aanleg van een riolering in Shenyang, een stad in het verre Mantsjoerije.

Li en zijn kaartpartners zijn onderdeel van 'Dengs leger', zoals de volksverhuizing van 120 miljoen migranten die door China zwerven wordt genoemd. Zij willen meeprofiteren van de moderniseringen en zien er geen been in om daarvoor een reis van drieduizend kilometer te ondernemen. 'We gaan 35 yuan (7 gulden) per dag verdienen, twee keer zoveel als thuis.' Ten bewijze tovert Li het contract uit een sjofele knapzak.

Achter hem verkondigt het Volksdagblad in acht uitstalkasten dat het volk in 'onbeschrijflijke smart' is gedompeld. Het vele zwart op de pagina's steekt af bij de felle kleuren van de reclameborden voor het levensmiddelenmerk Chundu, de sponsor van de abri's. Li wijst grijnzend naar de pagina's over Deng: 'Hao ren, Sichuan ren', goede man, ook uit Sichuan, net als wij. 'Hij heeft dit allemaal mogelijk gemaakt.'

Dengs hervormingen hebben China wakkergeschud. In een recordtempo is aan de kust en in de grote steden een anarchistisch kapitalisme opgekomen, dat voor degenen die een gok durven wagen ongekende mogelijkheden biedt om de armoede te ontvluchten.

Maar de welvaartsgroei is niet gelijkmatig gespreid. . Niet alleen in de steden, waar een groeiend leger werklozen de straten bevolkt, maar ook tussen de verschillende delen van het land gaapt een kloof. Het moet voor Deng tragisch zijn geweest dat zijn geboorteprovincie - met ruim honderd miljoen inwoners de volste van het land - bezig is leeg te lopen, net als de andere gebieden in het binnenland. Dat zijn de reservoirs van arbeidskrachten waarmee de economische groei zich voedt.

De regering tracht de kloof tussen arme en rijke landstreken te verkleinen met stimuleringsmaatregelen. Maar een streekgenoot van Li vindt dat onbegonnen werk: 'Ze geven geen klap om ons, tenzij het op belasting betalen aankomt.' In de beslotenheid van een pendelbusje tussen het nieuwe station Peking-West en het oude doet de jonge boer een relaas van uitbuiting en willekeur.

Inderdaad, onder Deng hebben ze het beter gekregen dan ooit. Maar de partij wil meeprofiteren. De regering heeft officieel vastgesteld dat hij niet meer dan vijftig gulden belasting hoeft te betalen. Maar thuis heeft hij een kwitantie liggen waaruit blijkt dat hij vorig jaar 220 gulden kwijt was aan heffingen, meer dan de helft van zijn inkomen.

'Ze verzinnen steeds nieuwe manieren om je geld af te troggelen en als je niet betaalt, komen ze je varkens halen', zegt de toekomstige bouwvakker. Verontwaardigd geeft hij een kleine opsomming: een bijdrage voor een nieuwe weg die er niet komt, schoolbelasting, milieuheffing, rioolkosten, een toeslag op brandhout. 'Ze zeggen dat in de nieuwe tijd niet alles meer gratis kunnen zijn, maar dit is te veel van het goede.'

In de Chinese pers verschijnen regelmatig berichten over opstanden van ontevreden boeren. Ook Li en zijn dorpsgenoten voelen zich schromelijk tekortgedaan, maar zelf hebben ze niets ondernomen: 'Wij hebben geen macht.' Zij zoeken hun geluk nu in Mantsjoerije.

De achttienjarige Zhao Hong ging hen twee jaar geleden voor. Zij vertrok met drie vriendinnen uit Sichuan, na een contract te hebben getekend met een Taiwanese ververij in Peking. Maar van het begin af aan liep het mis. Ze moesten geld lenen voor een slopende busreis. Het werk was zwaar en smerig. Bijna twee jaar later krijgt Zhao het nog steeds benauwd als ze terugdenkt aan het bijvullen van de verfbaden.

'Ze hebben zich niet aan het contract gehouden', klaagt ze. Haar loon bleef een jaar lang onder de afgesproken negentig gulden per maand. Haar protest werd weggelachen. 'Dan ga je maar weg, voor jou zo tien anderen', had de afdelingschef gezegd.

Toen een van de vriendinnen ademhalingsproblemen kreeg, begon het viertal uit te kijken naar ander werk. Maar ook in de grote stad, met zijn gevarieerde economische leven, is het niet meer zo makkelijk een baan te vinden. De werkloosheid, officieel 4,6 procent, stijgt explosief als gevolg van de vele faillissementen onder staatsbedrijven.

Zhao, een lang, tanig meisje met hoge jukbeenderen en rode wangen, kwam niet verder dan slecht betaald schoonmaakwerk. Wel vond ze huisvesting bij een echtpaar dat het slinkende pensioen met kamerverhuur tracht op te krikken.

Het viertal heeft geen connecties, dé weg om hogerop te komen. Koppelaars probeerden hen de prostitutie in te lokken. Het sterkte Zhao in de overtuiging dat Dengs 'socialisme met een Chinees karakter' te ver was doorgeschoten. Het ethisch reveil van president Jiang Zemins campagne voor spirituele beschaving sprak haar meer aan.

Een half jaar later en veel illusies armer kreeg ze via een oude kennis uit de ververij een slecht betaald baantje in de Huangjia Li sauna. Daar kwam ze voor het eerst in aanraking met het andere uiterste van Dengs wonder. Rijkelui die in een Mercedes komen voorrijden om zich na een enerverende werkdag op de massagetafel te laten kneden terwijl ze met hun mobiele telefoon zaken blijven doen.

Huangjia Li (koninklijke schoonheid) is een van de ontelbare vermaakstempels die handig inspelen op de behoeften van de welgestelden. In een decor van Griekse zuilen en verchroomde buizen verschuift de Sichuanese behoedzaam de dikke witte handdoeken over haar klanten voordat ze een nieuwe spier onder handen neemt.

Aanvankelijk vond ze de rijken arrogant en bot. Maar het wende, en nu wil Zhao later ook een auto. De jonge masseuse heeft nog steeds heimwee naar de weelderige heuvels van Sichuan, maar ze is evenals miljoenen landgenoten aangestoken door hebzucht. Het besluit om terug te gaan is uitgesteld, ze wil nu cosmetica-verkoopster worden. 'Iedereen houdt van make-up, je kunt er goed mee verdienen', weet ze. De eerste, luttele spaarcenten staan op de bank en ze stuurt maar weinig geld naar huis.

Li en zijn dorpsgenoten hebben zich daarentegen stellig voorgenomen hun achtergebleven families te verrassen met bedragen van ongekende omvang. Li droomt van een eigen zaak in zijn geboortestreek, want hij vermoedt dat het leven in de stad te hard is: 'Ik heb gehoord dat stadsmensen hun familie verwaarlozen. Zo zijn wij niet.'

De stationsklok slaat vijf uur. Uit een luidspreker begint de muziek van Het Oosten is Rood een wedstrijd met het pianoconcert van Beethoven. Li en zijn vrienden pakken hun boeltje bij elkaar en wandelen de grote hal in. Hun trein naar het nieuwe leven in Shenyang vertrekt pas over anderhalf uur, maar ze willen niets aan het toeval overlaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden