Denemarken gelooft in de kracht van wind

Met nog geen zes miljoen inwoners is Denemarken op het wereldtoneel nog wel wat bescheidener dan Nederland. Maar op het gebied van windenergie is het een supermacht. Mede dankzij een hoge stroomprijs en een stimuleringsbeleid waarop de industrie kan rekenen.

Productie van een windturbinewiek bij LM in het Deense Lunderskov. Beeld Stephen Stamp

De grootste wiek ter wereld, 88,5 meter lang, zwiept door de testhal. In één seconde heen en weer, met een razernij als van een gevang dier dat aan zijn ketting rukt.

Het gevaarte is zo lang als de voorgevel van het Paleis op de Dam en van achteren groot genoeg om er met een middelgrote vrachtwagen naar binnen te rijden. Met die achterkant zit hij vast aan een betonnen sokkel, op een hoogte van een meter of zes.

'Dat gaat twee maanden non-stop zo door', zegt Ben Malefijt, Nederlander van geboorte en de man die bij LM Wind Power - 's werelds grootste wiekenbouwer - verantwoordelijk is voor het opzetten van fabrieken. Daarna volgen nog andere zwieptests, al met al een jaar zwiepen.

De wiek moet dan ook nogal wat doorstaan in zijn toekomstig arbeidzame leven: blikseminslagen, wind, storm, regen, hagel en ijs, en dat terwijl het puntje met een kruissnelheid van meer dan 300 kilometer per uur door de lucht raast, tientallen jaren lang.

Aan zeker 20 procent van de bijna een miljoen moderne windmolens in de wereld, draaien wieken uit een van veertien fabrieken van LM. De hoofdvestiging van het bedrijf staat in aan de rand van Lunderskov, een onaanzienlijk dorp zoals er zo vele zijn in Jutland: een paar duizend inwoners in ruime woningen, nauwelijks iets dat op een centrum lijkt en omsingeld door zacht golvende weilanden.

Het kleine Denemarken beheerst de wereldmarkt van windmolenbouwers. Ook de twee grootste windturbinebouwers, Vestas en Siemens Wind Energy komen er vandaan. En de grootste exploitant van offshore-windparken, het ook in Nederland bekende Dong. Van alle molens die op zee zijn gebouwd, komt bijna 90 procent uit een Deense fabriek.

Denemarken zelf draait ook op wind. 42 procent van de elektrische stroom komt uit windmolens; over vijf jaar is dat 60 procent (in Nederland was het 5,6 procent in 2013). Er werken nu 31 duizend mensen in de bedrijfstak - 2 procent van alle Deense banen. De windindustrie is een van de belangrijkste exportsectoren.

Denemarken heeft 4.242 molens op land en 516 in zee - dubbel zo veel als Nederland. Verzet tegen windparken is schaars, mede dankzij de betrekkelijk lage bevolkingsdichtheid. In Nederland wonen meer dan 400 mensen op een vierkante kilometer, in Denemarken 129. In Jutland, waar de meeste molens staan, 83.

Tot 1973 was niets dat erop wees dat Denemarken een windland zou worden. De stroomproductie draaide op goedkope olie en molens waren er nauwelijks. Maar toen kwam de Yom Kippur-oorlog. Vrienden van Israël - zoals Nederland en Denemarken - werden hard getroffen door een Arabische olieboycot.

Nederland deed op aanraden van Ruud Lubbers de gordijnen dicht teneinde energie te besparen en had zijn autoloze zondagen. Denemarken pakte het driester aan. Het land wilde een einde maken aan de afhankelijkheid van Arabische olie. Oliecentrales werden omgebouwd tot kolencentrales en er werd een speurtocht ingezet naar olie en gas in de territoriale wateren. Binnen een paar jaar was Denemarken zelfvoorzienend.

Die keuze voor kolencentrales was geen gelukkige. Nauwelijks bliezen die hun eerste rookwolken uit of de klimaatdiscussie begon aan te zwellen. Toen bleek Denemarken het smerigste kereltje in de klas: het land had de grootste uitstoot van broeikasgas per hoofd van de bevolking.

Voor de tweede keer koos Denemarken voor een radicale sprong vooruit: duurzame energie, vooral windmolens. Al in 1990 besloten de Denen om hun CO2-uitstoot met tientallen procenten te reduceren. Driekwart van de Folketing, het parlement, steunde de beleidswijziging. Die brede steun bleek cruciaal: ondernemingen durfden het aan om fors te investeren in wind.

Windmolens langs de A6 nabij Urk. Beeld anp

LM bijvoorbeeld. Dat bouwde destijds polyester jachten. Met zijn kennis van polyester en stroomlijn bleek het bedrijf in staat goede wieken te bouwen. De eerste wiek was in 1978 klaar. Slechts enkele jaren later al trok het bedrijf zich terug uit de jachten en bouwt het alleen nog wieken - inmiddels 185 duizend stuks.

Ook in Nederland schoten na 1973 de molenbouwers op, maar niet een ervan overleefde als zelfstandig bedrijf. Niet door gebrek aan vernuft, maar door gebrek aan steun van de overheid. De bouw van windmolens werd niet gestimuleerd en tegen de wel ondersteunde Deense en Duitse producenten konden Nederlandse bedrijven als Lagerwey, Darwind, Windmaster en Nedwind niet op: zij gingen failliet of werden overgenomen.

Het subsidiebeleid veranderde voortdurend. Een van de vele scherpe wendingen kwam in 2006. Op een mooie dag in augustus besloot toenmalig minister van Economische Zaken Joop Wijn meteen te stoppen met een subsidieregeling voor duurzame energie. Duchtig voorbereide plannen moesten in de ijskast. Die beslissing was traumatisch voor de sector: je weet maar nooit of de subsidieregeling van vandaag er morgen ook nog is.

Nee, dan het Deense regeringsbeleid. 'Het is al tientallen jaren stabiel', zegt Martin Risum Bøndergaard van de branche-organisatie van de windindustrie. De regering zorgt jaar in jaar uit voor een goede financiering van onderzoeksinstellingen in de windsector. Met zijn subsidiebeleid creëerde de regering een grote thuismarkt. 'Die is cruciaal om te kunnen exporteren. Buitenlandse klanten twijfelen soms of dat wel werkt, stroom uit wind. We kunnen ze hier laten zien dat het echt werkt', zegt Bøndergaard.

De Denen betalen wel een prijs voor al hun windenergie. Van alle Europeanen betalen zij de hoogste prijs voor stroom: 31 cent per kilowattuur. De gemiddelde prijs in Europa bedraagt 21 cent, Nederland is met 19 cent een van de goedkoopste landen. Maar zonder heffingen en belastingen is de Deense stroom juist een van de goedkoopste in Europa.

LM groeit tegen de klippen op. Vorig jaar was er voor het eerst in 8 jaar weer winst. In de eerste helft van het jaar steeg de omzet met 45 procent. Als het zo doorgaat, doorbreekt het bedrijf dit jaar voor het eerst de grens van 1 miljard euro. Voor General Electric - de enige grote turbinebouwer in de wereld die nog niet zijn eigen wieken kan maken - was dat de aanleiding om een bod uit te brengen van 1,5 miljard euro op LM.

Beeld de Volkskrant

Volgens de Nederlander Marc de Jong, sinds vorig jaar bestuursvoorzitter van LM, is die groei niet zozeer te danken aan de ontwikkeling van de wereldmarkt. 'Die groeit gestaag, met een tempo tussen de 2 en 7 procent per jaar. Dat is al jarenlang zo.' LM, waar inmiddels meer dan zesduizend mensen werken, pakt een steeds groter deel van de markt. Naarmate de molens groter worden, geeft het bedrijf zijn concurrenten het nakijken. 'Een paar jaar geleden was een molen op zee goed voor 4 megawatt; als er nu een nieuwe wordt geplaatst, zal die al gauw het dubbele leveren.'

De grootste groei zal de komende jaren buiten Europa plaatsvinden. De Jong: 'President Obama heeft zich net voor twintig jaar vastgelegd op een fiscale subsidie op windmolens. Daar zal de bouw van molens flink van gaan groeien, verwacht ik. Daar zal Donald Trump niets aan veranderen.'

Misschien hebben de Deense windmolenbouwers meer te vrezen van hun nieuwe regering van premier Lars Rasmussen, deze week aangetreden en gesteund door de Deense variant op de PVV. Tarjei Haaland van Greenpeace Denemarken is niet erg optimistisch. 'De nieuwe regering heeft zich ten doel gesteld het percentage duurzame energie in 2030 op te krikken tot 50 procent. Dat zou minstens 60 procent moeten zijn om de doelen van Parijs te halen', zegt hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden