acht vragen vrijkomende lijfrente

December is dé tijd van het jaar om te knutselen met aflopende lijfrentepolissen

Tienduizenden 60-plussers willen voor het einde van het jaar hun lijfrentekapitaal omzetten naar een uitkering. Door de lage rente is het rendement bedroevend laag. Winst valt te behalen door het fiscaal slim aan te pakken. Wat valt er allemaal onder aflopende of expirerende lijfrente?

Beeld Peter van Hugten

Deze producten zijn de afgelopen decennia onder allerlei creatieve namen verkocht, waardoor de bezitters ervan het spoor vaak bijster zijn. Het gaat hier om producten waarbij de inleg van het inkomen kon worden afgetrokken. Een eenmalige inleg ging door het leven als een koopsom. Er zijn ook vormen waarbij de deelnemer bijvoorbeeld jaarlijks premie betaalt. Ontslagvergoedingen hebben meestal een vergelijkbare opzet. Rond de pensionering moet de bezitter het opgebouwde kapitaal omzetten in een uitkering bij een bank of verzekeraar. Die uitkering is belast.

Waarom hebben lijfrente-adviseurs het juist nu druk?

December is nog steeds het lijfrenteseizoen. Veel polissen zijn ooit afgesloten aan eind van het jaar omdat aanbieders in die maand kwamen met hun laatste-kansadvertenties.  ‘Pak nu nog fiscaal voordeel’, luidde de slogan. Die polissen lopen doorgaans ook weer eind december af. De verzekeraar stuurt in de maanden daarvoor brieven maar die blijven vaak liggen. Tot de brief met een waarschuwing op de deurmat valt: als je geen actie onderneemt, kan de fiscus dit zien als afkoop. Gevolg is dat de Belastingdienst het grootste deel (maximaal 52 procent belasting plus 20 procent revisierente) van het vermogen mag opeisen.

En dan? Kun je zo’n polis ook verlengen?

Veel lijfrentepolissen lopen af als de bezitter tussen de 60 en 65 jaar is. ‘Soms zijn die verkocht als een manier om eerder te kunnen stoppen met werken of als een aanvulling op het pensioen’, zegt Jeroen Wolfsen van vergelijkingssite MoneyWise. ‘Nu zien werkenden dat ze nog wel een paar jaar langer aan de bak moeten.’

Daarom willen veel lijfrentebezitters hun kapitaal nog even niet aanspreken. Verlengen kan tot maximaal vijf jaar na de AOW-datum. Laten staan bij een verzekeraar is meestal ongunstig. Het is voordeliger het kapitaal om te zetten naar banksparen, de bancaire variant van lijfrente. ‘Je krijgt dan in elk geval nog een klein beetje rente. Nog maar weinig verzekeraars verlengen een lijfrente en vaak krijg je minder terug dan je inlegt als gevolg van de kosten en de lage of negatieve rente.’

Moet je dan eerst verlengen en anderhalf jaar later alsnog op zoek naar een redelijke uitkering?

Nee, dat hoeft niet. Het is bij een paar aanbieders mogelijk de polis uit te stellen en vervolgens bij dezelfde aanbieder te laten omzetten in een uitkering. Dat is een uitkomst voor veel lijfrentebezitters. Die moeten er niet aan denken tweemaal alles te moeten uitzoeken en tweemaal administratiekosten te betalen, vaak een paar honderd euro per omzetting.

Veel polissen lopen standaard af op 65-jarige leeftijd. Toen de polis pakweg twintig jaar geleden werd afgesloten, konden weinigen bevroeden dat de AOW-leeftijd zou gaan stijgen. Veel van die werknemers moeten nog zo’n anderhalf jaar doorwerken. ‘Ze willen hun polis die periode uitstellen. Ten eerste omdat ze het geld nog niet nodig hebben. Ten tweede omdat het meestal fiscaal gunstiger is de uitkering pas na je pensionering te incasseren’, aldus Wolfsen.

Enkele aanbieders hebben hierop ingespeeld. Brand New Day en Nationale-Nederlanden bieden volgens MoneyView de mogelijkheid uit te stellen en dan tegelijkertijd af te spreken dat de uitkering later ingaat.

Welke uitkeringsduur moet ik kiezen?

De uitkering moet minimaal vijf jaar duren en is maximaal levenslang. Wat de beste optie is, hangt af van de persoonlijke situatie. ‘Veel mensen kiezen, zeker bij lagere lijfrentekapitalen, voor de kortste periode. Wie het geld levenslang nodig heeft als aanvulling op zijn inkomen, is aangewezen op een verzekeraar. Banken gaan niet verder dan 20 of 30 jaar.

Houd bij de keuze van de uitkeringsduur ook rekening met de fiscus. Wolfsen: ‘Zodra je meer ontvangt dan zo’n 36 duizend per jaar kom je in een hogere belastingschijf. Onder die grens betaal je beduidend minder dan degenen die nog niet met AOW zijn.’

Wat zijn de rendementen?

Die zijn uiterst laag en bij verzekeraars soms negatief. Ook de lijfrente lijdt onder de lage rente. Wie een ton heeft opgebouwd, krijgt bij een bank in tien jaar elke maand ruim 860 euro bruto uitgekeerd. Dat komt neer op een rendement van zo’n 0,5 procent. Een paar jaar geleden was dat nog een paar procent. Een verzekeraar keert maandelijks circa 50 euro minder uit; een negatief rendement van circa 0,5 procent.

Het belangrijkste verschil tussen de bank- en de verzekeringsvariant is wat er gebeurt als de ontvanger van de lijfrente dood gaat. Bij de bankvariant is er maar één smaak: het overgebleven kapitaal gaat naar de nabestaanden. Wie geld naar een verzekeraar brengt, heeft iets meer keuze. De uitkering kan voor 70 of 100 procent doorlopen bij de partner. Wie geen partner heeft, kan kiezen voor stopzetting van de uitkering. Dat levert een iets hogere uitkering op.

Ook onderzoeksbureau MoneyView constateert al jaren dat banksparen voordeliger is dan het geld naar een verzekeraar brengen. ‘We hebben de afgelopen jaren alleen gezien dat de uitkeringen verder zijn gedaald’, zegt onderzoeker Martin Koot van MoneyView.

Ik heb bij mijn werkgever individueel pensioen opgebouwd bij een verzekeraar. Wat moet ik doen?

Voor deze zogeheten beschikbare premieregeling die altijd is gekoppeld aan een werkgever gelden veel meer voorschriften. ‘Het voordeel is dat de consument minder keuzes hoeft te maken. De uitkering moet levenslang zijn’, zegt Wolfsen.

Op andere punten heeft de oudere meer keus dan bij de zelf afgesloten lijfrente. Sinds een paar jaar kan hij kiezen tussen een vaste en een variabele rente. De vaste uitkering is zoals de hiervoor beschreven uitkering. Het rendement is uiterst laag, maar wel vast.

Bij een variabele uitkering, die wordt aangeboden door de grote pensioenverzekeraars, is er kans op een hogere uitkering omdat een deel van het vermogen wordt belegd in aandelen.

Klinkt goed. Wat is de beste variabele uitkering?

Ze zijn lastig te vergelijken, omdat ze een verschillend percentage beleggen in aandelen. ‘Qua kosten ontlopen deze producten elkaar niet veel. Ze steken het geld allemaal in goedkope indexfondsen’, zegt Wolfsen. ‘Het is vooral van belang hoeveel je in aandelen belegd wilt hebben en welk risico je kunt en wilt nemen.’ De variant van Aegon heeft het hoogste percentage aandelen. Tweederde van de inleg gaat naar de beurs. Hierdoor heeft dit product de hoogste uitkeringen in de prognoses. En de laagste uitkeringen in een pessimistisch scenario. Het percentage aandelen bij de producten van ASR, ABN Amro, Allianz en NN varieert van 30 tot 40 procent.

Is het bij gewone lijfrentes mogelijk te kiezen voor een variabele uitkering?

Een paar vermogensbeheerders bieden een variant waarbij de uitkering is gebaseerd op een belegging in aandelen. ‘Die ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen’, zegt Koot van MoneyView. ‘Als de rente nog lang laag blijft, verwacht ik dat meer aanbieders dit soort producten op de markt gaan brengen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden