De zwarte soldatenvlieg is een duurzame goudmijn

De onderneming

Nog maar acht jaar bestaat Protix, het bedrijf in Dongen dat zwarte soldatenvliegen kweekt voor dierenvoeding. De zaken gaan zo goed dat een tien keer zo grote fabriek in Den Bosch op stapel staat.

Larven van de zwarte soldatenvlieg. Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Wat is geelbruin, kronkelt en wordt tien keer groter in anderhalve week tijd? Antwoord: de larve van de zwarte soldatenvlieg, in het Latijn hermetia illucens. Als volwassene heeft de zwarte soldatenvlieg geen mond en dus moet het insect het voedsel voor zijn hele leven al als larve verorberen. Het gevolg is een groeispurt die het centimeterwerk van pubers doet verbleken. Een klein wonder der natuur.

In het Noord-Brabantse Dongen krioelen de larven van de zwarte soldatenvlieg met duizenden, zo niet miljoenen lotgenoten in grote, grijze bakken met voedsel. Hier, in de fabriek van Protix, worden de insecten gekweekt, grootgebracht en vermalen. Per dag gaan er tonnen hier doorheen, vertelt Protix-eigenaar Kees Aarts tussen de karren met bakken. Twee larven kronkelen in de palm van zijn hand, veel grotere exemplaren dan de larven in de bakken. 'Dit duurt iets meer dan een week.'

Het is die razendsnelle groei - en het feit dat het insect nagenoeg alles wat eetbaar is, eet - die Aarts en zijn compagnon Tarique Arsiwalla deden besluiten hun kaarten op de larven te zetten. Sinds 2009 runnen zij het door hen opgerichte Protix, dat zwarte soldatenvliegen kweekt voor diervoeding. Aarts en Arsiwalla zegden er hun banen bij adviesbureau McKinsey voor op en werkten in de beginjaren vanuit kleine kamertjes en containers. Experimenteren met de larven deden ze in boterhambakjes.

Acht jaar later lopen er veertig werknemers rond in de ruime fabriek van Protix in Dongen. Een tweede, tien keer grotere fabriek in Den Bosch staat op de planning. Een reuzenstap die mogelijk is geworden na het ophalen van een investering van 45 miljoen klinkende euro's. Dat is een uiting van vertrouwen door de industrie: niet voor niets noemde het World Economic Forum Protix in 2015 een van de meest veelbelovende technologische start-ups ter wereld. Aarts: 'Dat heeft veel deuren geopend.'

Tijdens een duikreis naar Mozambique, zo'n tien jaar geleden, kwam Aarts op het idee voor zijn insectenkwekerij. Bij het drinken van een biertje op het terras maakte hij zich zorgen over de schade die overbevissing berokkent aan het leven onder water. Eiwit uit vis wordt gebruikt om aan vissen te voeren, wist hij, terwijl insecten toen al bekendstonden als goede eiwitbron. Terug in Nederland vertelde hij Arsiwalla over zijn idee en samen zochten ze uit of een eigen kwekerij kans van slagen zou hebben. Ja, was hun conclusie. Korte tijd later was Protix een feit.

Eigenaar Kees Aarts. Foto Marcel van den Bergh / De Volkskrant

Alleen de buitenkant

'Met een boot de oceaan opgaan is niet duur', antwoordt Aarts op de vraag waarom de markt voor eiwit uit insecten nog in de kinderschoenen staat. 'En het kappen van bossen voor sojateelt ook niet. Maar de laatste jaren lopen we tegen de grenzen aan. Er is meer eiwit nodig dan de natuur kan bieden. En duurzaamheid wordt steeds belangrijker, voor consumenten én bedrijven.'

In de ruim opgezette kwekerij laat hij het proces van larve tot dierenmaaltje zien. Er hangt een geur die aan versgebakken brood doet denken; heel soms vliegt er een zwarte soldatenvlieg langs die als larve de machines en de schoonmakers moet zijn ontglipt. Aarts verontschuldigt zich dat hij niet alles in detail kan laten zien. 'Alles wat hier staat hebben we zelf ontwikkeld. De concurrentie ligt altijd op de loer om technieken over te nemen.' De zogenoemde hatchery laat hij daarom alleen van de buitenkant zien. 'In die ruimte paren de zwarte soldatenvliegen en leggen ze hun eitjes.'

Na vier dagen kruipen de larven uit hun eitjes. Toevallig worden de minuscule diertjes tijdens de tour geoogst: een medewerker kiepert bakken vol larven om in een grotere bak met daarin een grijze brij. 'Dat is het voedsel, een mengsel van resten van voedselbedrijven. We gebruiken groente en fruit, maar ook het restproduct van bijvoorbeeld glucose', zegt Aarts. In die bakken blijven de insecten tot ze na een tot twee weken hun maximale grootte hebben bereikt. Een klein deel van de larven gaat naar een boerderij in Zeeland om aan leghennen te voeren. Verreweg de meeste larven blijven in Dongen, waar ze gewassen worden en in de maalmachine verdwijnen. Wat overblijft zijn twee producten die beide voor diervoeding kunnen worden gebruikt: eiwit en vet.

Van de twee stoffen mag het vet van de larven in iedere dierenvoeding worden verwerkt. Bij de eiwitten ligt het lastiger. Sinds de grootscheepse uitbraak van de gekkekoeienziekte in de jaren '90, veroorzaakt doordat koeien als voeding de resten van zieke soortgenoten opgediend kregen, is het verboden dierlijke eiwitten in het eten van boerderijdieren te stoppen. Door Protix' verwerkte eiwitten zitten daardoor vooralsnog enkel in honden- en kattenvoer. 'Men heeft bij het opstellen van die regels geen moment gedacht aan de mogelijkheid om eiwit voor diervoeding uit insecten te halen', zegt Aarts' partner Arsiwalla.

Brussel positief

Om deze obstakels uit de weg te ruimen richtte Protix een Europese lobbygroep op: IPIFF, ook wel het International Platform for Food and Feed. 'Een paar jaar geleden vond ik lobby een vies woord', zegt Arsiwalla, die zich van de twee het meest bezighoudt met wet- en regelgeving, 'maar je moet in Brussel vertegenwoordigd zijn om gehoord te worden.' Het eerste succes is reeds geboekt: sinds 1 juli is het toegestaan om de verwerkte larveneiwitten aan kweekvis te voeren. Protix richt zich nu op het openstellen van kippen- en varkensvoeding voor hun product. Arsiwalla: 'Dat lukt binnen een tot twee jaar, is mijn verwachting. Tot nu toe hebben we heel positieve ervaringen met Brussel.'

Voor Protix ziet de toekomst er zonnig uit: gezien het aantal dieren op aarde zijn de mogelijkheden tot groei onmetelijk. De analisten van ABN Amro becijferden vorig jaar al dat de potentiële omzet voor de insecteneiwitmarkt binnen enkele jaren op z'n minst honderden miljoenen zal bedragen. En toch: vindt de gemiddelde consument het wel zo'n fris idee dat er duizenden larfjes in zijn of haar lapje vlees zijn gegaan? 'Iel, is vaak de eerste reactie', geeft Arsiwalla toe. 'Maar de insecten zijn onherkenbaar in het eindproduct.' En het is ook opvoeding, vult Aarts aan. 'Kinderen vinden insecten veel minder vies en in sommige culturen is het eten van insecten vrij gewoon. Dus dat kan best veranderen.'

Profiel

Bedrijf: Protix

Waar: Dongen

Sinds: 2009

Aantal werknemers: 40

Jaaromzet: geheim