De wraak van de Engel

Restaurantkritieken zijn er in soorten. Wina Born bijvoorbeeld, de nestrix van de culi-journalistiek, schreef louter zoetgevooisde recensies. Tot ongenoegen van kritischer vakgenoten die haar zelfs verweten dat het lage peil van de Hollandse horeca mede te wijten was aan haar stroopsmeerderij....

Nou is dat onbewijsbaar, maar het kan ook dat Wina de theorie aanhing van de overleden schrijver Bob den Uyl. Den Uyl was geen restaurantcriticus, maar ware hij dat wel geweest, schreef hij, dan zou hij corrupt zijn. Volgens hem was daarmee iedereen gebaat.

De recensent eet lekker en strijkt zijn steekpenningen op. De restaurateur krijgt een vleiend stukje, zodat de klanten toestromen. Daardoor verdient hij genoeg om een goede kok aan te nemen, zodat uiteindelijk het beschreven hoge peil inderdaad wordt bereikt, aldus de redenering van Den Uyl.

Het duo De Boer & De Cocq, dat jaren geleden geleden voor de Volkskrant eetkritieken schreef, hield er een hele andere theorie op na. Het tweetal hanteerde met overgave de karwats. Obers waren vlerken, een omelet was een gestolde plas struif, de kalfslap zenig en het ijs bevroren stroop met muesli.

Een van restaurants waarover hun toorn neerdaalde was herberg De Engel in Dodewaard, waar 'een stuurse vrouw' in een 'inburgerlijk interieur' hen 'papgare witlof' en 'te hard gebakken duiveborst' voorzette. Je zou wel eens willen weten hoe zoiets aankomt. Trekt men zich de haren uit, of lacht de kok zich een rotje en gaat hij lekker door zijn duiveborsten hard te bakken.

Gewoon opbellen en vragen doe je niet. Maar het toeval wil dat we Inno Venhorst, de nieuwe eigenaar/kok van de Engel, aan de telefoon kregen. Dus vroegen we langs onze neus weg of hij zich dat stukje nog kon herinneren. En of, was het antwoord. Wat blijkt? De Engel is kort na het bezoek van De Boer & De Cocq failliet gegaan. 'Het liep al niet lekker, maar dat was de doodsteek.' Venhorst en zijn vrouw namen de failliete boedel over en drijven er nu hun restaurant.

Van dit antwoord zijn we even stil - ik bedoel maar, een kok die zijn restaurant mede te danken heeft aan een recensie! Daarna branden we van nieuwsgierigheid om te weten of het er nu ook beter van is geworden. Dus dienen we ons op een zonnige avond in mei aan in Dodewaard.

De Engel, dat zichzelf tooit met het predikaat 'oudste herberg van Nederland sinds 1580' zit op een jaloersmakend mooie plek. Vanaf het terras dat baadt in de avondzon hebben we uitzicht over de polders aan de Waal waar vogels druk doende zijn met wat ze zoal doen in mei. We willen niets liever dan buiten eten, zeggen we tegen mevrouw Venhorst. Maar daar komt niks van in, zegt ze. Het waait te hard. 'Bovendien heb ik dan geen overzicht.' Dat laatste is haar probleem vinden we, voor het eerste hebben we voorzieningen getroffen in de vorm van een trui. Maar ze is niet te vermurwen. Een glas vooraf mogen we nog buiten drinken, maar eten doen we binnen. Punt.

Als we ons als ondeugende schooljongens - want dat gevoel geeft ze ons - binnen melden, worden we op een droogje gezet. Geen glaasje wijn, geen water, geen brood, niks krijgen we. Voor straf, denken wij, want van de drukte kan het niet zijn. Er zijn maar vier tafeltjes bezet.

Pas na een half uur krijgen we een glas wijn en onze eerste gang: een halve kreeft aan de ene kant en aan de andere een compilatie van voorgerechten in de vorm van zes hapjes die op zes aparte bordjes worden geserveerd. Lekkere ham, goeie carpaccio, prima paling, matige vissalade, maar op zes bordjes ziet het er tamelijk idioot uit.

Als tussengerecht hebben we asperge crèmesoep die lekker is, maar dun als melk, en prima rode poon. Daarna wachten we op de hoofdschotel: rib-eye en sucadelap met venkel. Die laatste is gesneden uit 'Betuws weiderund', meldt de kaart. Of de rib-eye daar ook van komt?, informeren we vriendelijk. Nee, zegt mevrouw Venhorst, die is gewoon van de slager. Dat we ons maar vooral niks in het hoofd halen. Dat doen we ook niet, het vlees smaakt onbijzonder.

Alles komt tot ons in een tempo dat engelengeduld vereist, wat het ergste doet vrezen als het druk is. We worden weer wat milder gestemd door een uitbundig nagerecht van ijs en bavarois met vruchten en een overdosis snoepgoed bij de koffie. Voor zoet zit je goed in de Engel.

Kauwend op een suikerhart maken we onze gedachten op. We hebben voor 185 gulden redelijk gegeten in een nette plattelandsbistro. Maar de Engel hinkt een beetje op twee gedachten, vinden we. Kreeft aan de ene en saaie sucadelap aan de andere kant. Op een of andere manier wringt dat hier.

Alhoewel er iets van stuursigheid in de bediening is gebleven- tussen ons en mevrouw Venhorst liep het niet echt lekker, wat ze weer goedmaakte door een paar dagen later te bellen dat ik mijn zonnebril was vergeten - durven we te stellen dat de Engel erop vooruit is gegaan. Zeker weten doe je het nooit, het kan ook zijn dat we een zonniger natuur hebben dan De Boer & De Cocq.

Weemoedig kijken we naar buiten, waar de zon ondergaat boven het spiegelgladde water van de windstille polder. Hadden we daar maar gezeten, dan hadden we het zeker geweten. De wraak van de Engel is zoet.

Mac van Dinther

De Engel, Waalbandijk 102, Dodewaard. Tel.: 0488-411280.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden