De winkel van Robin Hood

Ooit was de Schalm een veilige haven voor daklozen, (ex)verslaafden en andere drop-outs. Maar de Haarlemse kringloopwinkel moet met de tijd mee en geld verdienen....

tekst Margreet Vermeulen en  Job Janssen

‘Vroeger had je hier volop mazzeltjes’, moppert de veertiger met rugzak, stoppelbaard en halflange blonde krullen. Hij is vaste klant van de Schalm in Haarlem, een van de oudste kringloopbedrijven van Nederland. Thuis slaapt hij in een Aupingbed-met-afstandsbediening van de Schalm, hij eet aan een grenen tafel van de Schalm, naast zijn draaitafel staan pakweg drieduizend lp’s van de Schalm en hij draagt een gloednieuwe Tommy Hilfiger-spijkerbroek van de Schalm, gekocht voor 4,50 euro. ‘Oké, dat was nog wel een recent mazzeltje’, geeft hij toe.

‘Zie je die kast?’ Hij wijst op een gedateerde, donkerbruine buffetkast. ‘Ik wed dat ze er 150 euro voor vragen.’ Meteen stiefelt hij op het prijskaartje af. ‘Zie je wel, roept hij. ‘160 euro. Pfft. Die kast blijft hier de hele week staan, dat weet ik zeker. Dan komt er zaterdag zo’n yup uit Bloemendaal of Aerdenhout en die laadt hem in zijn vette Volvo. Terwijl kringloopbedrijven zijn opgezet voor mensen met een smalle beurs. Of niet soms?’

Kringloopbedrijven voelen zich als Robin Hood. Ze halen afgedankte spullen op bij de rijken en verkopen ze voor een zacht prijsje aan minder gefortuneerden. Met de opbrengst helpen ze daklozen, (ex)verslaafden en mensen met psychische problemen aan werkervaringsplaatsen: als vakkenvuller, bijrijder, reparateur of winkelbediende. En al doende verkleinen ze ook nog eens de afvalberg.

Maar in kringloopland waait een nieuwe wind. Subsidies komen niet meer automatisch binnen. De website Marktplaats.nl is een geduchte concurrent, evenals vele commerciële tweedehands-winkeltjes. Bovendien stokt de aanvoer van mooie, duurzame tweedehandsspullen door de crisis; er worden weinig spullen afgedankt. Donateurs zijn zuiniger dan ooit.

Wie in deze tijd te veel voor Robin Hood speelt, belandt in de rode cijfers. Zo ook de winkels en de werkplaatsen van de Schalm. Interim-directeur Mario Putker moet het bedrijf weer rendabel maken. Veel vaste klanten merken dat de prijzen omhoog gaan. Die vinden 7,50 euro voor een puntgaaf colbertje schrikbarend duur. ‘Dat is bijna 17 gulden’, klaagt een oudere dame met kortgeknipt hennahaar. Dat het een kledingstuk van Claudia Sträter is, zal haar worst wezen. ‘Claudia wie?’

Alleen het vaste personeel mag nog de prijs bepalen, niet de deelnemers die er werkervaring opdoen. ‘Die hebben doorgaans weinig geld. Wie weinig geld heeft, prijst laag’, aldus Putker die ook wil voorkomen dat designmeubels voor een habbekrats, ver onder de marktwaarde, in de winkel komen te staan. Soms worden er in het aanbod zeldzame vondsten gedaan: een litho van Karel Appel bijvoorbeeld. En recent: een zeeblauwe glazen vaas van Copier.

Als er een goed geconserveerd zwartleren Leolux-bankstel voor 800 euro in de vestiging in Haarlem-Noord wordt neergezet, is het gemopper niet van de lucht. ‘Maar hij is wel binnen twee dagen verkocht’, zegt de bedrijfsleider. ‘Als we zo’n bank voor een paar tientjes wegdoen, maken we alleen de handelaar blij en rijk. Terwijl wij het geld hard nodig hebben om mensen aan de slag te helpen voor wie een gewone baan (tijdelijk) onbereikbaar is.’

De handen van een elegante blondine van begin dertig dansen gretig over het kledingrek. Uit de massa nietszeggende fleecetruien en vormeloze T-shirts tovert ze een vest van Guess (8,50 euro) tevoorschijn; een jurkje van zwarte crêpestof van French Connection (12 euro) en een rok van Turnover (7,50 euro). Schielijk verdwijnt ze in een paskamer met een berg kleren. Nee, ze wil haar naam niet in de krant, giechelt ze. ‘Ik ben juridisch medewerkster op een advocatenkantoor. Stel je voor.’

De blondine noemt zichzelf verslaafd. ‘Schalmverslaafd. En kledingverslaafd. Elke dag wat anders aan, liefst van een goed merk. Dat willen we toch allemaal?’, vraagt ze terwijl ze zichzelf in de spiegel bekijkt. Om merkkleding te scoren, spit ze praktisch elke dag de kledingrekken door. Ze verdient genoeg om haar kleren nieuw te kopen, dat is haar aan te zien. ‘Veel mensen die ik hier tegenkom kunnen best Claudia Sträter betalen hoor. Zie je die Range Rovers voor de deur? Maar hier is het gezelliger. Je komt bekenden tegen. Alleen de koffie ontbreekt nog.’

Driekwart van de klanten is vaste klant. Een deel van hen is handelaar of verkoopt de spulletjes weer door op vrijmarkten. Meestal komen ze voor dag en dauw om hun slag te slaan. De handelaren herken je aan het tempo waarmee ze door de winkel benen en de snelheid waarmee ze beslissen om wel of niet te kopen.

Een flink deel van de klanten heeft een krappe beurs. Zoals het Marokkaanse echtpaar dat een gourmetstel aanschaft van 2,50 euro terwijl hun dochtertje een driewielertje probeert. ‘Dit is een goeiekope winkel’, zegt de man. ‘Zoiets zouden we nieuw nooit kopen’, zegt hij over het gourmetstel.

Als de klant zich ergens koning voelde, was het wel bij de Schalm. Vond iemand de prijs te hoog, dan werd het prijsje er stiekem afgepulkt om vervolgens onschuldig naar de prijs te gaan informeren. ‘En ze wisten precies bij wie ze moeten zijn om er de laagste prijs uit te slepen’, grimlacht de interim-directeur Putker die het afdingen in de winkel tot een minimum terug wil brengen. ‘Want als ze de kans krijgen, slopen ze de knoppen van de apparaten om de prijs omlaag te krijgen.’ Het personeelslid dat er wat van durfde te zeggen kreeg te horen: ‘Jullie krijgen die spullen toch gratis?’ Tegenwoordig legt het personeel uit dat het ophalen en uitstallen van spullen geld kost. Er moet benzine, huur, gas en licht worden betaald en de personeelslasten. En ook het wagenpark moet op orde blijven. ‘En dan snappen ze het meestal wel’, aldus een medewerker.

Een moeder met twee kinderen komt een paar tassen speelgoed en kinderboeken brengen. ‘Ik kon het niet kwijt op Marktplaats’, vertelt ze erbij. ‘En ook niet bij De Slegte.’ In ruil voor de spullen krijgt de vrouw een kaars met een wikkel waarin wordt uitgelegd welke goede doelen er met de winkels worden gefinancierd. Het maakt onderdeel uit van een charmeoffensief onder de Haarlemse bevolking. ‘Waardoor de mensen ons de spullen gaan gunnen’, hoopt Linda Frank, de bedrijfsleidster van de vestiging in het centrum van de stad. ‘Het levert mensen geen lor op als ze ermee naar een tweedehandswinkeltje gaan, terwijl wij er blij mee zijn.’

De gemiddelde klant ziet een bezoek aan de tweedehandszaak als een verzetje. Het duifgrijze echtpaar Rosenhart bijvoorbeeld verzamelt porselein. Ragfijn Engels porselein. Zij: ‘U weet wel, van die gebloemde kopjes.’ Hij: ‘Het oortje moet boven het kopje uitkomen. Dat zijn de goeie.’ Zij: ‘Ik heb ze ’t liefst met een gouden randje. Maar daar betaal je ook voor, hoor. Die kosten wel 3 tot 4 euro.’ Hij: ‘Oh zeker. Maar ja, nieuw kosten ze wel 20 euro.’

Het echtpaar kan vandaag niet slagen. Gearmd wandelen ze door de winkel langs een blauwe rollator (8,50 euro), een nagelnieuwe Power Plate met gebruiksaanwijzing (22 euro), kinderzitjes voor in de auto vanaf 1 euro, een sneeuwschuiver (1,50 euro), een opgeknapte oortjesfauteuil (35 euro) en bakken met cd-roms (70 cent).

Bij een eikenhouten theetafel op wielen blijft mijnheer Rosenhart staan en hij tikt met zijn trouwring op het tafelblad met tegeltjes. ‘Ze zijn echt’, bromt hij. ‘Niet duur ook, 25 euries.’ Zijn vrouw knikt. ‘Maar we hebben er al zo een.’

Uiteindelijk gaan ze met een stapeltje legpuzzels de deur uit van 1 euro per stuk. Volgende week komen ze terug, zeggen ze. Voor het porselein. En om de puzzels weer in te leveren.

Nederland heeft 58 kringloopbedrijven zonder winstoogmerk met in totaal 220 winkels. Hun omzet groeit dit jaar licht met 5 procent naar ongeveer 70 miljoen euro. Maar de omzetstijging houdt lang niet overal gelijke tred met de kostenstijging. En de vooruitzichten zijn somber door de voorzichtige consument.

De Schalm recyclet jaarlijks ruim 2.200 ton goederen door reparatie en verkoop van spullen. Van oud hout probeert men hippe, nieuwe dingen te maken. Langs een wand staan ‘meditatiebankjes’ klaar voor de winkel: het gedroomde nieuwe gaatje in de markt? Zelfs uit kapotte apparaten probeert men nog omzet te halen door voor een paar cent per kilo het plastic en het metaal eruit te slopen. Het meest brengen de printplaten op: 1,50 euro per kilo.

Een beetje ervaren kracht haalt een videorecorder in vijf minuten uit elkaar. Farid (32) die onlangs door het UWV naar de tweedehandswinkel is gestuurd, heeft er ruim een kwartier voor nodig. Maar zijn begeleiders zijn al blij dat Farid er ìs. Het verzuim op werkervaringsplaatsen is enorm: gemiddeld 60 procent. Soms kijken bedrijfsleiders met jaloerse ogen naar Duitsland waar dergelijk verzuim op werkervaringsplaatsen wordt bestraft met het intrekken van of het korten op de uitkering. Nederland kent geen sancties.

Wie werkervaring komt opdoen bij de Schalm blijft gemiddeld een jaar. Bijna een op de vijf vindt daarna vast, betaald werk. Een kwart gaat na de werkervaring terug naar school. Maar vaak moet de Schalm zich ermee tevreden stellen dat iemand een jaar uit zijn isolement is gehaald.

Vanwege zijn criminele verleden kwam Evert (38) maar moeilijk aan de slag. Hij zat jaren thuis op de bank voordat hij bij de Schalm terecht kwam. Ongeduldig frunnikt hij in de zakken van een afgedankte jas die te oud en te vies is om verkocht te worden in de winkel. Plukken tabak en snoeppapiertjes vliegen in het rond. De losse munten die hij vindt, stopt Evert haastig in zijn eigen zak. ‘Hoeveel het is? Zeg ik niet. Al was het duizend euro, dan zou ik het nog niet zeggen.’ Hij werkt stug door terwijl hij praat, heel hard praat. Zijn blote gespierde armen zwiepen de ene na de andere zak afval in een grote container.

‘Ik kan niet stilzitten. Ik heb ADHD. In het weekend is het ’t ergst. Op zaterdag denk ik al: rot op met je rotweekend.’

Hij heeft geprobeerd een gewone baan te zoeken. Een medicijnenfabriek in de buurt bood hem een kans, ondanks zijn criminele verleden. ‘Maar ik durfde niet. Die mijnheer zei dat ik ontslagen zou worden als ik twee of drie keer te laat zou komen. En hij ging met ‘u’ praten tegen mij. Toen dacht ik: hier begin ik niet aan. Ik had helemaal geen zelfvertrouwen meer, hè? De eerste dag hier was ik ook hartstikke gestresst. Maar nu zit ik lekker in mijn vel.’

Vroeger kwamen moeilijk bemiddelbare werknemers – met de bijbehorende subsidies van de gemeente of het UWV – vrijwel automatisch bij de Schalm terecht. Tegenwoordig moet de winkel concurreren met commerciële bedrijven die ook reïntegratietrajecten aanbieden en op de inhoud van de subsidiepotten azen. Om op zo’n vechtmarkt te overleven moeten de kringloopbedrijven verzakelijken, een zo hoog mogelijk marge op de winkels halen, en hun Robin Hood-aspiraties op een klein pitje zetten

Toch lijken de winkels van de Schalm nog het meest op een huiskamer. Een opa laat, naar eigen zeggen, zijn kleinkinderen ‘even uit’: ze liggen languit over de vloer met een hijskraan te spelen terwijl opa in de bak met klassieke cd’s rommelt. Op het bankstel dat midden in de winkel te koop staat hangen de hele ochtend drie mannen: een uit Mali, een uit Quebec en een uit Algerije. De voertaal is Frans. Deze ‘hangschalmers’ zijn duidelijk niet van plan iets te kopen. Als de achtergrondmuziek hem bevalt, waagt Tonio (de Algerijn) een heupwiegend dansje.

Ook achter de schermen oogt de tweedehandswinkel als een huiskamer. In het magazijn is een grote tafel gedekt voor de lunch. Juffrouw Jannie, zoals de kantinedame wordt genoemd, waakt over haar zelfgedraaide gehaktballen met satèsaus, zodat iedereen er tenminste een krijgt. ‘Voor sommige deelnemers is dit de hoofdmaaltijd’, zegt ze.

‘Vroeger was het hier een veilige thuishaven’, fluistert een medewerkster die niet met haar naam in de krant durft. ‘Maar tegenwoordig moet alles snel, snel. Elke dag wordt de omzet geteld. Daar kan ik niet tegen. Maar ik kan nergens naar toe, want ik ben erg lastig qua gedrag. Altijd een grote mond, hé? Zo ben ik.’

Juffrouw Jannie komt tussenbeide. ‘We moeten met de tijd meegaan’, waarschuwt ze. ‘Anders waren we allang failliet.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden