‘De wereldmarkt werkt niet voor voedsel’

De kleinschalige boer, ooit verdrongen door anonieme voedselimperia, keert terug. Niet uit nostalgie, maar omdat het beter is...

Boerenlandbouw, het woord lijkt dubbelop. De boer die zaait en oogst, voert en melkt. Die ons eten produceert in het zweet zijns aanschijns. Is niet alle landbouw boerenlandbouw? Was het maar zo, zegt Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie in Wageningen.

Het plaatje van de boer wordt in de reclame nog graag gebruikt, maar in werkelijkheid wordt onze voedselvoorziening gedomineerd door ondernemerslandbouw: grote agrarische bedrijven die groente en vlees produceren zoals andere fabrieken paperclips of plasmaschermen.

De landbouw is losgeslagen, schrijft Van der Ploeg in een deze week verschenen studie over ‘Nieuwe Boeren’ (The New Peasantries, uitgeverij Earthscan, Londen).

Het ouderwetse boerenbedrijf was herkenbaar. ‘Je eigen koeien op je eigen wei. Verbonden met de natuur, geworteld in de omgeving.’ De moderne ondernemerslandbouw is anoniem en inwisselbaar. ‘Glastuinbouw op substraat of intensieve veehouderij bijvoorbeeld, dat heeft geen enkele relatie met de grond. Dat soort bedrijven kan overal zitten.’ Over de lokale omgeving heen zijn ze verbonden met de wereldmarkt.

Het Europese landbouwbeleid van na de oorlog heeft de ondernemerslandbouw sterk gestimuleerd. Boerenbedrijven moesten groter en groter worden, want hoe groter, hoe efficiënter. De grootste boeren profiteerden het meest. ‘80 procent van de Europese landbouwsubsidies ging naar de twintig procent rijkste boeren.’

In hun kielzog kwam een nieuw fenomeen op, dat al gauw de macht overnam: voedselimperia. Internationaal opererende netwerken die de productie, verwerking en distributie van voedsel organiseerden tot een winstgevend bedrijf.

Ahold is een voorbeeld van zo’n voedselimperium, net als Unilever, Nestlé of Danone. Ze doen in eten, maar voedsel interesseert ze maar ten dele, zegt Van der Ploeg. ‘Het gaat hun vooral om geld verdienen.’ En dat kan met voedsel. ‘De voedselindustrie is in de afgelopen twintig jaar de meest winstgevende industrie geweest.’

In dit spel zijn boeren gedegradeerd tot pionnen. ‘Kan het in de Oekraïne goedkoper? Dan zijn ze morgen weg. Voedselimperia bouwen niks op, duurzaamheid interesseert ze niet. Is het water in Peru op, dan halen ze hun asperges ergens anders vandaan. Het is een hit and run-industrie.’

Boeren krijgen steeds minder voor hun producten, maar de consument betaalt meer. Wat daar tussenin zit, blijft aan de strijkstok van voedselimperia hangen. Het gevolg, schetst Van der Ploeg, is dat we zijn we opgescheept met een wereld waarin bizarre tegenstellingen naast elkaar bestaan: schaarste en overdaad, honger en zwaarlijvigheid, tekorten en verkwisting. Maar het is een systeem dat zijn eigen graf graaft. ‘Het is niet houdbaar.’

Het milieu komt in opstand en, nog erger: de olie raakt op. Energie is de achilleshiel van de moderne landbouw die drijft op olie voor kunstmest, machines en transport.

Zo onaantastbaar als de voedselimperia lijken, zijn het in werkelijkheid reuzen op lemen voeten, zegt Van der Ploeg. ‘Kijk naar wat er met Ahold is gebeurd (dat bijna failliet ging, red.) en Parmalat (dat failliet ging, red.). Ze financieren hun razendsnelle expansie met schulden. Maar wat snel groeit, kan zomaar imploderen.’

De consument keert zich af. ‘Voedselimperia leveren standaardproducten af. Maar echte kwaliteit is lokaal en bijzonder. In een goede kaas proef je het vakmanschap van de kaasmaker en het gras waarop de koeien staan.’

De enige uitweg is terug naar de boerenlandbouw. Niet uit nostalgie, maar omdat het beter is: voor natuur, voor de consument, voor ons eten, maar ook voor de boer zelf. Dat besef is al doorgedrongen tot de Nieuwe Boeren, die Van der Ploeg her en der ziet opkomen.

Nieuwe Boeren zijn jong en goed opgeleid. Vaak speelt hun vrouw een belangrijke rol in de bedrijfsvoering. Ze hebben weer plezier in hun werk en zijn niet alleen bezig met produceren, maar voeren ook zorgtaken uit en doen aan natuurbeheer, waar de Albert Heijns van deze wereld geen boodschap aan hebben. ‘Voedselimperia zijn niet geïnteresseerd in grutto’s.’

‘Slow Food’-boeren, noemt Van der Ploeg ze ook wel. Ze doen aan ‘retro-innovatie’ door ouderwets vakmanschap te combineren met moderne technologie en verkopen hun hoogwaardige (streek)producten rechtstreeks aan de consument. Je ziet ze nog niet in groten getale, beaamt hij.

‘Maar wat je ziet is het topje van de ijsberg. Ik denk dat de helft van de Nederlandse boeren al natuurtaken uitvoert. 60 tot 70 procent van de boeren zoekt naar alternatieven. Er is echt een kentering gaande.’ De Nederlandse boeren moeten ook wel. ‘Als ze doorgaan als nu worden ze weggeconcurreerd door boeren in Polen en de Oekraïne.’

Het zou mooi zijn als de consument de Nieuwe Boer omarmt, maar de beslissende stoot moet van de politiek komen. ‘Neem dat gezeur over varkensflats en megastallen. De politiek moet toch gewoon zeggen: ga weg, zo vernietigen we ons platteland.’ Landbouw moet weer lokaal worden, meent Van der Ploeg.

‘We hebben lang gedacht dat de wereldmarkt voor oplossingen kan zorgen. Maar de wereldmarkt werkt niet voor voedsel. Het meeste voedsel wordt nog altijd lokaal geconsumeerd. Wereldwijd gaat hooguit 15 procent de grens over. Maar we laten dat kleine deel van de markt wel ons beleid bepalen. Dat is van een verpletterende onnozelheid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden