De watersport vergrijst, met de opmars van de sloep tot gevolg

De watersportwereld profiteert nauwelijks van het economische herstel, zo blijkt op de vergrijzende beurs Hiswa.

Foto Freek van den Bergh

Voormalig gynaecoloog Piet van Zonneveld (70) deed zijn zeilschip knarsetandend van de hand en kocht een sloep. Zelf speelt hij nog steeds graag 'het spel met wind en water', zoals hij dat noemt. Zijn echtgenote en vrienden waren echter steeds minder te porren voor het hijsen van de witte lappen. Dus werd het een open motorbootje. Ideaal voor een comfortabel tochtje over hun Loosdrechtse plassen, op zachte en wellicht zelfs verwarmde kussens, met een flesje wijn bij de hand.

Met die overstap naar de sloep is Van Zonneveld een van de velen. Cijfers ontbreken, maar de opmars van de motorbootjes op de zondag afgesloten watersportbeurs Hiswa spreekt boekdelen. In de hallen van de Amsterdamse Rai overtroefde het aantal sloepen het aantal zeilboten flink. Dat is mede te danken aan de vergrijzing van de watersport, weet onderzoeker Reinier Steensma van Waterrecreatie Advies. In 1993 was 35 procent van de watersporters ouder dan 50 jaar. In 2013 was dat 74 procent en inmiddels waarschijnlijk meer.

112 duizend euro werd vorig jaar gemiddeld neergelegd voor een gebruikt motorschip. Dat was een jaar eerder nog 78 duizend euro. De verkooptijd in 2017 was 352 dagen.

Overstappen

De babyboomgeneratie heeft het gros van de boten in bezit, zegt Steensma. 'Vroeger ging je wéken met je eigen boot op vakantie. Jongeren hebben door de goedkope vliegtickets veel meer keuze in vakantiebesteding. Ze hebben doorgaans minder geld, door de hoge huizenprijzen en hypotheken. Bovendien huren ze vaak liever, om van het onderhoud van een schip af te zijn. Het aantal plezierschepen in Nederland neemt daardoor jaarlijks met ongeveer 1 procent af. Watersport wordt dus steeds meer iets van de oudere mens. Wie het zeilen te veel gedoe of te zwaar wordt, stapt over naar de motorboot.'

Jachthavens blijven achter bij die vernieuwingen in de scheepsbouw, vindt Pont van het Sloepenboekje. 'Die hebben heel lang gedacht: 'We liggen toch wel vol.' Maar ze zouden het bezoek aan hun haven veel aantrekkelijker moeten maken voor juist de groeiende groep sloepvaarders.' Haar partner Leo van der Kolk valt haar bij: 'Steigers zijn vaak moeilijk begaanbaar. En sloepvaarders die hun kleinkinderen meenemen aan boord, zien in de haven graag een restaurant, een speelplaats of een zwembad.'

Overstappen naar een motorboot hoeft niet altijd, zeggen de vier oude rotten die een stand bemannen voor de Nederlandse Vereniging van Toerzeilers. Het grootzeil op spanning brengen kan tegenwoordig ook met een elektrische lier. Wie een stuurautomaat aanschaft hoeft niet meer zo lang achter het roer te staan. En er is ook een florerende 'bemanningsbank'. De oudere zeiler die aan boord wat jeugdige spierkracht kan gebruiken, kan daar een 'opstapper' vinden. Zo kan de verkoop van het zeilschip zo lang mogelijk worden uitgesteld: 'Ik zou staan janken op de steiger als ik mijn zeilschip zou moeten laten gaan.'

Bezoekers tijdens de openingsdag van de HISWA Amsterdam Boat Show 2018. Foto anp

Ook positief nieuws

Wat de verkoop van gebruikte zeilschepen betreft had de Hiswa nog een positief nieuwtje. Hoeveel schepen er zijn verhandeld, weet de vereniging niet (er is geen registratieplicht). Maar voor een tweedehands zeilschip werd in 2016 gemiddeld 'slechts' 64 duizend euro betaald. Vorig jaar was dat opgelopen tot 81 duizend euro. De verkooptijd liep terug tot 282 dagen. Voor een gebruikt motorschip steeg de prijs van gemiddeld 78 duizend naar 112 duizend euro en daalde de verkooptijd naar 352 dagen.

Het zijn niet de bedragen die de de watersportbranche doen opveren. Na jaren van daling kon de Hiswa over 2017 op een omzet van ruim 2 miljard euro eindelijk weer een plusje bekendmaken, al was het maar van 1 procent. Die kleine stijging is vooral toe te schrijven aan de florerende superjachtsector, die voor honderden miljoenen aan megapleziervaartuigen exporteert.