Column Koen Haegens

De waarheid is dat onze economie het mercantilisme nooit achter zich heeft gelaten

Je kon erop wachten: na China, de Mexicanen en Duitse auto’s treft de toorn van Trump nu ook ‘onze’ kazen. De Amerikaanse president dreigt heffingen in te voeren op bijna 10 miljard euro aan exportproducten uit de Europese Unie. Tenzij het klaar is met de Europese subsidies voor vliegtuigbouwer Airbus.

Daarmee dreigen Gouda en Edam het nieuwste slachtoffer te worden van een in de vergetelheid geraakte economische school: het mercantilisme. Tot in de 18de eeuw was de gangbare opvatting dat handel een bikkelharde strijd was tussen landen. Doel was zoveel mogelijk te exporteren. Hoe groter het handelsoverschot, hoe meer goud er in de schatkist vloeide, hoe krachtiger de staat oorlog kon voeren en haar invloed vergroten.

Dat klinkt verdacht veel als Trumps nationaal-economische wereldbeeld. Hij zal de oude boeken er niet op nageslagen hebben, maar het grove idee achter mercantilisme sluit naadloos aan bij de mentaliteit van de nietsontziende vastgoedman. Voor Trump valt de wereld uiteen in winnaars en verliezers. Dat geldt ook voor handel. ‘Ik denk dat ons land meer ego nodig heeft, want het wordt zo verschrikkelijk afgezet door onze zogenaamde bondgenoten: Japan, West-Duitsland, Saudi-Arabië, Zuid-Korea’, zei hij al in 1990 in een interview met Playboy. ‘Hun producten zijn beter omdat ze zoveel subsidie krijgen.’

Na de mercantilisten kwamen Adam Smith, David Ricardo en al die andere liberale economen die uitlegden dat het heel anders zit. Handel is geen oorlog. Handel is een win-winsituatie. Zou elk land zich toeleggen op het product of de dienst waarin het uitblinkt, dan groeit de welvaart voor ons allemaal. Dat is precies wat de meeste economen benadrukken sinds het begin van Trumps handelsoorlogen. Protectionisme is dom, vrijhandel superieur.

Het klopt allemaal - op papier althans. De ongemakkelijke waarheid is dat onze economie het mercantilistische tijdperk nooit helemaal achter zich heeft gelaten. De Verenigde Staten kenden nog de hele 19de eeuw importtarieven van zo’n 35 tot 50 procent. Het Groot-Brittannië van Adam Smith durfde pas de zegeningen van vrijhandel te prediken nadat het met bot machtsmisbruik de concurrerende Indiase katoenindustrie om zeep had geholpen.

Die bemoeienis gaat door tot op de dag van vandaag. Landen beschermen, subsidiëren, voeren invoerheffingen in, boycotten onder het mom van ‘kwaliteitscontroles’ - ga maar door. Minstens zo belangrijk is het stiekeme protectionisme. Denk aan de gunstige fiscale rulings waarmee Nederland het bedrijfsleven in de watten legt. En om het helemaal ingewikkeld te maken: wat heeft het eigenlijk met eerlijke, vrije handel te maken als een bedrijf uit Bangladesh zijn kleding dumpt in Nederland, terwijl alle hier geldende normen rond minimumloon, arbeidstijden en milieuregels worden overtreden? Getuigt het werkelijk van protectionisme om daar paal en perk aan te willen stellen?

Misschien breekt Trump wel minder met de gangbare handelspraktijken dan we denken. Met zijn onbezonnen optreden toont hij slechts datgene wat andere landen liever niet hardop uitspreken. Handel is niet één grote groepsknuffel. Diep in ons schuilt nog altijd een kleine, heetgebakerde mercantilist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.