De Volkswagen Beetle droogde niet op als auto, maar als de speelgoedbeestversie van het oorspronkelijke model

Volkswagen stopt met de Beetle. Ahhhhh.

Volkswagen Beetle Foto anp

Nu we weten dat de Volkswagen Beetle doodgaat, voelt dat toch een beetje zielig. Want aandoenlijk was het retromodel altijd al, zij het een beetje op de verkeerde manier. Als in: ahgos, dat beessie heeft het ook niet makkelijk. Sta je al sinds 1997 tussen de, op het intimiderend saaie af, perfect gesneden andere VW-modellen de bolle winkeldochter te zijn. En word je nu bij leven doodverklaard: Volkswagens Chef Ontwikkeling Frank Welsch kondigde op de Autosalon van Genève vorige week aan dat er bij uitloop van het huidige model geen opvolger zou komen.

Elke twee weken schrijft Sheila Sitalsing of Chris Buur over wat hun is overkomen of opgevallen op de weg en in de berm.

Frank Welsch Foto anp

Tuurlijk niet, want het ging sinds de introductie trekkerig met de Beetle. Het was dan ook een ontwikkelfout uit het boekje, hoofdstuk Hoe Nader Tot Raak, Des Te Harder Het Mis. Op zich had VW het in 1994 goed gezien, toen het de Concept One toonde op de salon van Detroit: een olijk bol proefballonnetje met overduidelijke trekken van de oer-Kever (1938-2003). Retro zou nog heel groot worden in de autowereld. De New Mini (sinds 2001) en de de Nuova Fiat 500 zouden een gigantisch succes worden.

Echter: remmende voorsprong. In 1994 hadden automakers nog niet zo'n idee wat je ermee móést, dat retro-idee. Ze zagen een markt voor zich van babyboomers die uit louter nostalgie hun portemonnee trokken. Dus werd zo'n nieuwe versie geen echte nieuwe versie, maar een pastiche, een ode. Alsof het niet terzake deed dat de auto ook om typische auto-aspecten moest worden begeerd: snelheid, stoerheid, behendigheid, status.

Zo droogde de Beetle niet op als auto, maar als de speelgoedbeestversie van het oorspronkelijke model. Een kindertekening, uit de handenarbeidles 'maak een tekening met uitsluitend gebruik van passer en geodriehoek'. De hertekende versie uit 2011 was al aanmerkelijk beter, maar nog steeds niet meer dan een visuele reddingspoging.

Misschien had de Kever, anders dan de Mini en de 500, ook niks om echt op door te bouwen. De oer-Mini was een behendig racemonstertje, de oer-500 een rugzakje vol stijlvolle Italiaansezomerromantiek. De Kever, dat was toch vooral een hippie, je tante in een bloemenjurk of een filmpersonage met een eigen willetje.

Met schitterend glanzend-bolle velgen, dat wel. In de 2011-versie zaten die er in een nieuwe look ineens weer onder: het enige deel waarvan het echt jammer is dat we het nooit meer terugzien. Hoewel: het oude Volkswagenbusje had ze ook. Laat dat nou Volkswagens nieuwe retromodel worden.