De vliegende auto komt er nu echt aan

Een auto laten vliegen is technisch allang mogelijk, maar het product is nog niet echt commercieel interessant. De wedloop die nu gaande is, moet daar verandering in brengen.

De AeroMobil 3.0, een combinatie tussen een auto en een vliegtuig. Beeld reuters

'In Duckstad hebben ze ook last van files', zegt minister Tineke Netelenbos in 2000 tegen een hoogst verbaasde Tweede Kamer. 'Maar daar heeft de hooggeleerde Willie Wortel iets op bedacht, namelijk een zoefmobiel. Vervolgens denken alle inwoners: wij willen niet meer in de file staan, dus wij kopen een zoefmobiel. Het laat zich raden wat er dan gebeurt: er staat een file in de lucht.'

Een file in de lucht. Een grapje, van de toenmalige minister van Verkeer. Een speelse manier om haar pleidooi voor rekeningrijden kracht bij te zetten. Luchtwegen die volstromen met zoefmobielen en andere vliegende auto's, dat is natuurlijk pure fantasie.

Of beter: wás. Zeventien jaar later is de vliegende auto de stripwereld bijna ontstegen. Als we op het aanzwellend tromgeroffel uit de autowereld afgaan, tenminste. De afgelopen maanden kondigt het ene na het andere bedrijf ronkend de komst van zijn eigen vliegende auto aan. Of het nu Airbus of Uber is, de strekking van hun persberichten is steeds hetzelfde: Nu Gaat Het Gebeuren En Wij Zijn De Eerste.

Een testvlucht in 1947 met de ConVairCar Beeld .

Aan media-aandacht geen gebrek. 'Hier wordt de eerste vliegende auto gemaakt', kopt de Belgische krant De Standaard begin april. 'De vliegende auto komt er nu toch echt aan', schrijft NRC kort daarop. Nu zelfs tussen de glimmende Ferrari 's op de Auto Show van Monaco ineens helikopterachtige auto's en autoachtige helikopters staan, stellen steeds meer journalisten de vraag: is dit hoe we binnenkort naar ons werk vliegen?

Pioniers

Wie het allemaal leest, zou één ding bijna vergeten: de vliegende auto bestaat al. Exact een eeuw zelfs, want in 1917 showt vliegtuigpionier Glen Curtiss nieuwsgierige bezoekers van de Pan-Amerikaanse Wereldtentoonstelling al zijn 'Autoplane'. Een spitssnuitig autootje is het, met stalen wielen en een duizelingwekkende hoeveelheid vleugels en propellers, alsof de Amerikaan het zekere voor het onzekere wilde nemen. Écht vliegen kan zijn uitvinding niet, alleen stukjes door de lucht 'hoppen'.

Curtiss moet het werk aan zijn creatie staken door de Eerste Wereldoorlog, wat achteraf gezien bijna een voorbode lijkt. In de honderd jaar na de Autoplane zien zeker vijftien andere vliegende auto's het levenslicht - telkens een stukje vernuftiger en futuristischer - maar wordt geen enkele uitvinding een commercieel succes. Sommige toestellen vliegen, dat zeker, maar blijven vanwege de kleine oplage - vijf stuks hoogstens - het domein van de excentrieke hobbyist.

'De combinatie vliegen en rijden vraagt om compromissen sluiten', zegt luchtvaartdeskundige Joris Melkert (TU Delft) over al die mislukkingen. 'Een vliegende auto moet alle crashtests op de weg doorstaan, en tegelijkertijd licht genoeg zijn om te kunnen vliegen. Dat kan ingewikkeld zijn.'

Tekst loopt door onder afbeelding.

Wedloop

Auto en vliegtuig succesvol verenigen is geen kwestie van een DeLorean ombouwen, zoals in de film Back to the Future, zegt ook luchtvaartexpert Hans Heerkens. 'Een vliegende auto moet dingen dubbel hebben. Twee motoren bijvoorbeeld, en dat is hartstikke zwaar. Daarnaast moet een vliegtuig naar achter kunnen hellen bij het opstijgen. Daarbij zitten vier wielen al gauw in de weg.'

Tegenwoordig kunnen ontwerpers die fysieke bezwaren echter prima omzeilen, stellen luchtvaardeskundigen. Melkert: 'Drones hebben 'vliegende dingen' bereikbaar gemaakt voor normale mensen. Nu zoveel bedrijven daarop inspelen, kan het best lukken. Technisch wel, in ieder geval.'

Aan de huidige wedloop doen invloedrijke spelers mee, van het Slowaakse Aeromobil tot het Amerikaanse Terrafugia, maar met een beetje geluk gaat het Nederlandse bedrijf Pal-V als eerste over de finishlijn. In een onopvallend snelwegpand in het Brabantse Raamsdonkveer bouwen zestig mannen en drie vrouwen al jaren aan een driewielige gyrokopter die ook de openbare weg op mag. Het toestel is sinds februari te koop, maar wordt pas eind volgend jaar aan de eerste klanten geleverd.

Tenminste: dat is de planning, want eigenlijk zou de eerste Nederlandse vliegende auto al in 2014 op de markt komen. Certificering zat het bedrijf in de weg, zegt woordvoerder Marco van den Bosch. 'Je moet je certificeren voor de weg, voor de lucht, én de transformatie van vliegtuig naar auto en andersom in lijn brengen met bestaande wetgeving. Dat is niet eenvoudig.'

Maar in 2018 is het menens, zo bezweert Pal-V, dat geld van private investeerders en Economische Zaken kreeg. Hoeveel kopers alvast een aanbetaling hebben gedaan, wil het bedrijf niet zeggen, alleen dat er 'genoeg belangstellenden' trappelend van ongeduld op de wachtlijst staan. Ook zij vinden het spannend of hun leverancier nu écht de eerste wordt, zegt Van den Bosch. 'Sommige concurrenten zijn ook ver en dat is ook goed, want voor nieuwe mobiliteit heb je medestanders nodig.' Betekent dit dat Tineke Netelenbos zeventien jaar later alsnog gelijk krijgt, met haar futuristische waarschuwing voor luchtfiles? Luchtvaartexperts Melkert en Heerkens denken van niet. Zij twijfelen nog steeds of vliegende auto's écht gemeengoed zullen worden, ondanks alle technische mogelijkheden en de bravoure van producenten.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Prijskaartje

In de drukbevolkte landen waar vliegende auto's het drukke wegverkeer kunnen ontlasten, is te weinig ruimte, zegt Melkert. 'Weinig ruimte op de grond, voor landingsplekken, en weinig ruimte in het drukke luchtruim.' Luchtvaarteconoom Heerkens gelooft wel in de verticaal startende luchttaxi's die Airbus en Uber ontwikkelen, maar niet in de vliegende auto voor het individu. 'Als iedereen zelf gaat vliegen wordt het veel te gevaarlijk.'

Maar het pittige prijskaartje is de belangrijkste reden waarom vliegende auto's voorlopig een marginaal verschijnsel zullen blijven. Op dit moment kost de goedkoopste vliegende auto rond de drie ton, maar komen prijzen van een half tot een heel miljoen vaker voor. Heerkens: 'Dit wordt dus een leuk speeltje voor de rijken. Net als vroeger zullen er altijd excentriekelingen zijn die zo'n ding willen hebben. Maar als massaproduct neemt dit geen hoge vlucht.'

En toch, ondanks alles, zijn zelfs kritische luchtvaartdeskundigen vatbaar voor de romantiek van de vliegende auto. 'Opstijgen uit de file is natuurlijk de ultieme droom', geeft hoogleraar Melkert toe. 'Als iemand mij een vlucht en een ritje aanbiedt, zal ik geen nee zeggen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden