'De varkens worden nog beter behandeld dan de boeren'

Nieuws heeft een korte levensduur. Wat gisteren nieuw was, is vaak de volgende dag vergeten. In een serie van twaalf afleveringen pakken de nieuwsbronnen van 1997 de draad weer op....

DE jaren zestig gaven Nederland boer Koekoek uit Bennekom. In de jaren tachtig was het melkveehouder Evert van Benthem uit St. Jansklooster, die eeuwige roem vergaarde. En op 4 februari 1997 mocht varkensboer Mari Melis uit Venhorst even ondervinden wat het is om twintig camera's en veertig schrijvende journalisten op zijn lip en erf te hebben. 'Ja, het was hier druk aan de weg', zegt hij tien maanden later in zijn keuken.

Het is inmiddels alweer heel stil aan de Noordstraat in Venhorst. Doodstil. Je hoeft geen psychiater te zijn om te voelen dat Mari Melis liever in zijn stal liep om zijn knorrende beesten te verzorgen dan nu aan de lege keukentafel met zijn grote handen het verhaal over hoe hij die dieren is kwijtgeraakt kracht bij te zetten. De stallen zijn leeg en het hoofd is nog steeds vol watten en ellende.

Het was de varkenspest die hem even landelijke bekendheid gaf.

' 't Hei geen kleur', zegt Melis, als hij vertelt over de raadselachtige ziekte die zijn bedrijf overnam. De onzichtbare doder die de pest is, heerst allang niet meer op zijn bedrijf, maar ze is nog wel alom aanwezig.

Wie boer Melis vraagt naar hoe hij zich toen, die vierde februari voelde, hoeft niet lang te wachten op een antwoord. 'Ge voelt-oe als een grote crimineel.' En voor alle duidelijkheid: dat gevoel overheerst nog steeds. 'Want wij boeren hebben iedereen tegen. De varkens worden in Nederland nog beter behandeld dan de boeren.'

Het was op de derde van de maand februari dat de muren van Melis' bestaan, in achttien jaar met eigen handen opgebouwd, langzaam begonnen in te storten. In feite wist de boer allang dat er iets heel erg fout zat. Al weken stierven zijn varkens 'bij bosjes', zo zegt hij. De medewerker, die iedere ochtend als eerste de stallen in moest 'begon de dag met dooie varkens het hok uit te trekken'. De dierenarts deed onderzoeken naar en proeven voor elke mogelijke ziekte. Aan de ergste, de pest, wilden ze gewoon zo lang mogelijk niet hoeven denken.

De varkens (duizend in totaal) kregen alle mogelijke medicijnen, maar de geheimzinnige ziekte week niet. Op het erf bleven de kadavers zich dagelijks opstapelen en instanties die proeven van zijn dode varkens opgestuurd kregen, kwamen maar niet met een afdoende verklaring. Tot de derde februari dus.

Melis zat op de slachterij in Son met wat hij nog aan levende en zijns inziens gezonde varkens had. 'Voor ze allemaal doodgingen wou ik er nog wat verkopen', zegt hij. Daar werd het vonnis geveld. 'Pest of salmonella', dachten ze eerst nog. 'Je hoopt het laatste.' Maar toen hij thuis kwam van de slachterij wist hij direct hoe laat het was. Aan de keukentafel zaten de mannen van de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees (RVV) en de Gezondheidsdienst voor dieren hem al op te wachten. 'De vrouw was zich doodgeschrokken.'

'Dan gaat het snel', zegt de boer. Als hij ervan verhaalt is het of hij zichzelf in een film ziet figureren. Maandag verliep als in een waas. Dinsdagmiddag kwam om half twee per telefoon de officiële bevestiging. Toen begon het hele circus. Woensdag kwamen ze de stallen al leeghalen. Het meest onbevredigende daaraan was nog 'dat je zelf niks hoeft te doen. Niks mág doen', zegt hij. 'Ze halen alles weg. Je hoeft niet te helpen, ze doen alles zelf.'

Rode linten om het bedrijf, mannen in witte overals, vrachtwagens met grijpers. Wie kent de beelden niet? Het erf van boer Melis was even het speelterrein van de nationale en internationale media. Maar het gekke was, zegt hij nu terugkijkend, dat hij desondanks zelf geen tijd had om de journaals, de 'netwerken' en andere magazines te bekijken waarin hij de hoofdrol speelde. Hij mocht dan niet aan zijn dieren komen, er moesten wel papieren worden ingevuld en telefoontjes gepleegd. Hij moest mee met die en met die en voor je het wist was het elf uur en lag je bekaf in bed. Zo ging dat nog een paar dagen door. De minister zelf kwam nog een kijkje nemen. Melis glimlacht minachtend. 'Hij beloofde een goede tegemoetkoming. Wat niet waar was'

Boer Melis bleek zijn administratie niet helemaal volgens de letter van de wet te hebben gevoerd. 'Maar dat deed niemand.' Hij werd gekort voor enkele tonnen, tekende beroep aan en wacht nog op de uitslag daarvan. Zoals hij op nog zoveel wacht.

Op genoegdoening bijvoorbeeld. Want Melis voelt zich in de steek gelaten en verraden. De instanties hadden eerder moeten herkennen dat zijn dieren pest hadden, denkt hij. De minister had betere maatregelen moeten nemen tegen de verspreiding ervan. En de politiek? Ach, de politiek. Moet hij daar nog veel over vertellen na wat er vorige week in de Tweede Kamer is gebeurd? 'Die zijn toch alleen maar weer met de verkiezingen bezig.' Ja, zo kan hij nog wel even doorgaan, daar in de keuken van zijn stille boerderij, waar hij echter het meest van alles nog wacht op de terugkeer van zijn varkens.

En dat duurt en duurt maar. Om zijn gezin te onderhouden heeft hij een baantje als inpakker van kerstpakketten aangenomen. Met een beetje pech ziet hij daar straks ook de paashaas komen. Tussen hoop en vrees klinkt het: 'In februari, misschien gaan we dan weer dieren zetten.' Maar voor die tijd zal de oplettende tv-kijker boer Melis misschien weer op de buis zien. Met volle overtuiging namelijk heeft Melis besloten mee te doen aan de acties die boerenleider Wien van den Brink dit weekeinde aankondigde. 'Wat moet ik anders? Ik wil alle varkens terug in mijn stal.'

Frank Poorthuis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden