De tinyhousebeweging groeit: hoe je de wereld verbetert met 23 m2 huis

Piepkleine woningen als een antwoord op het materialisme en de grote vervuiling van de moderne tijd

De tinyhousebeweging groeit. Gemeenten en bouwbedrijven omarmen het concept. Voordelen: goedkoop, geen overbodige spullen en een kleine ecologische voetafdruk. Nadeel: het is klein en vaak tijdelijk.

Barry van den Ende (links), Bernard Hörl en Jasmijn Twilt met baby Ole voor hun huisjes op het Erasmusveld. Beeld Marcel van den Bergh

'Het is een radicale stap, om zo te wonen', zegt Bernard Hörl. 'Je moet er wat voor overhebben.' Niet zo lang geleden had de 29-jarige Hörl een kantoorbaan in Londen, 'waar ik klein woonde voor een grote bak geld'. Sinds half augustus woont hij nog kleiner, maar dan in Den Haag - en voor een zakcentje. Voor 33 duizend euro bouwde hij voor zichzelf en zijn vriendin een zogenoemd tiny house van zo'n 23 vierkante meter. Tiny is dat zeker, zegt Hörl. 'We moeten slim omgaan met elke centimeter.'

Iets meer dan twee jaar geleden waaide de tinyhousebeweging vanuit de Verenigde Staten over naar Nederland. De piepkleine woningen werden gepresenteerd als een antwoord op het materialisme en de grote vervuiling van de moderne tijd. Inmiddels hebben de tiny houses stevig voet aan de grond gekregen.

Braakliggend terrein

In meerdere gemeenten lopen proeven met soms tientallen tiny houses, vaak na verzoeken van de inwoners. Andere gemeenten hebben plannen voor een wijkje. Nijkerk, Wijchen, Nieuwegein, Den Helder, Middelburg, Zeewolde, Spijkenisse: het zijn zomaar wat gemeenten die het afgelopen half jaar het nieuws haalden met hun tinyhouse-ambities.

Ook in Den Haag lanceerde het gemeentebestuur een eigen tinyhouseproject. Aan de rand van de stad lag een stuk braakliggend terrein waarop pas vanaf 2019 een woonwijk verrijst. Bij wijze van proef gaf de stad toestemming om tot die tijd vijf minihuisjes op het terrein te vestigen.

Hörl en zijn vriendin grepen die kans aan. Op het Haagse Erasmusveld staat nu hun minihuisje met zonnepanelen en een regenwatertank. Buiten is een composttoilet en in hun moestuintje groeien de eerste gewassen voor eigen gebruik. Hörl: 'Als het aan mij ligt, plaatsen we er nog een zweethut en een zwemvijver bij.' Bevalt de proef, dan kijkt Den Haag of er meer locaties zijn die in aanmerking komen voor tijdelijke kleinbouw.

Alles binnen handbereik. 'In zo'n klein huis is alleen voor de noodzakelijke spullen ruimte.' Beeld Marcel van den Bergh

150 zelfgebouwde huisjes

'Het aantal tiny houses gaat nog enorm groeien', stelt Monique van Orden. Ze is vicevoorzitter van stichting Tiny House Nederland en schrijfster van het eerste Nederlandstalige boek over het fenomeen. Van Orden schat dat er momenteel zo'n 150 zelfgebouwde huisjes in Nederland staan. 'Onlangs organiseerde onze stichting een bijeenkomst waar vijfduizend mensen op afkwamen, ondanks het slechte weer.'

Vooral het minimalistische aspect trekt Van Orden, die momenteel aan een tiny house in Den Helder werkt, enorm aan. 'In zo'n klein huis is alleen voor de noodzakelijke spullen ruimte. Bovendien houden mijn man en ik nu geld over om te reizen. Dat doen we heel graag.'

Dat het concept langzaam volwassen wordt, blijkt uit de activiteiten van grote woningbouwbedrijven als Heijmans. Sinds 2016 verkocht dat bedrijf 135 zogenoemde Heijmans One-woningen: geprefabriceerde en verplaatsbare huizen die in één dag kunnen worden neergezet.

Een blijvertje

Ook concurrenten van Heijmans zijn bezig met het in de markt zetten van hun kant-en-klare minihuisjes. Sinds donderdag bestaat er zelfs een site voor tiny houses in Nederland: tinyfindy.nl. Daarop staan al gerealiseerde projecten en kavels waarop de huisjes kunnen worden gebouwd.

Piepklein wonen is geen gril maar een blijvertje, concludeerde onderzoeksbureau Stec Groep in juni in een rapport dat het in opdracht van de rijksoverheid schreef. Volgens de onderzoekers is er sprake van een trendbreuk in de woningmarkt. Tussen 1990 en 2008 werden Nederlandse nieuwbouwhuizen steeds groter, maar sinds de economische crisis zijn nieuwe woningen juist steeds kleiner geworden.

Dat komt deels door het tekort, waardoor woningzoekers sneller genoegen nemen met minder ruimte. Maar er zijn ook steeds meer personen die specifiek een kleine woning zoeken, schrijft de Stec Groep. Gaf in 2012 1,5 procent van de Nederlandse huishoudens de voorkeur aan een woning kleiner dan 40 vierkante meter, in 2015 was dit percentage al opgelopen tot 4 procent.

Beeld Marcel van den Bergh

Alles wat je nodig hebt op 23 vierkante meter

Niet alle microwoningen zijn 'tiny houses'. Een piepkleine woning kan ook een appartement zijn in hartje Amsterdam of Utrecht, eventueel met gedeelde voorzieningen. De echte tiny houses staan meestal in buitengebieden en worden gebouwd om ideologische redenen. Wie in zo'n huisje gaat wonen, doet dat vaak vanwege de financiële vrijheid en de kleinere CO2-voetafdruk, stellen de onderzoekers. De locatie is dan minder van belang.

De tiny houses zijn een blijvend verschijnsel, zegt ook Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt van de TU Delft. 'De tinyhousebeweging is nog vrij nieuw, dus er is zeker nog ruimte voor groei.' Maar een oplossing voor het oplopende woningtekort (naar schatting 200 duizend woningen in 2018) zijn ze niet. 'We praten hier echt over een nichemarkt. Tiny houses staan vaak aan de groene randen van de stad en worden bewoond door alternatievelingen. Een gemeente die kampt met een woningtekort lost dat tekort niet op door een aantal tiny houses te laten bouwen.'

Ideologische component

Het tinyhouseconcept van bouwbedrijven als Heijmans noemt Boelhouwer 'interessant'. 'Daarmee creëer je woonruimte op plekken die anders ongebruikt zouden blijven. Zulke tijdelijke woningen zijn bij uitstek geschikt voor braakliggende terreinen waarop pas jaren later een nieuwbouwwijk kan worden gebouwd. '

Tiny houses in de meest strikte zin van het woord zijn de bouwsels van Heijmans niet, vindt Boelhouwer. Daarvoor mist de ideologische component. Wie hiervoor kiest, doet dat niet vanwege het gebrekkige woningaanbod, maar om de wereld (een klein beetje) te veranderen.

De tinyhousebewoners in Den Haag proberen dat wel. Hun proefterrein moet een 'actieve en inspirerende plek' en een toonbeeld van duurzaamheid worden. Maar wat te doen na twee jaar, als de tiny houses weg moeten voor de nieuw te bouwen woonwijk? 'Dat zien we dan wel', zegt Hörls buurman Barry van den Ende (26). 'Tegen die tijd kunnen we vast op een andere plek terecht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.