De tijd is rijp om te gaan staken: er valt nu zeker wat te halen

Jaren waarin veel gestaakt wordt resulteren in economische voorspoed

De economie groeit, de orderportefeuilles zijn vol en vacatures lastig in te vullen. Toch stijgen de lonen amper en gaat Nederland niet de straat op. Zijn we vergeten dat actievoeren loont?

Werknemers van Holland Casino voeren in mei in Groningen actie. Foto Harry Cock

Jan Marijnissen eet momenteel elke dag een rookworst uit protest tegen het grootkapitaal. Het personeel van Unox in Oss staakt voor behoud van zijn arbeidsvoorwaarden en de SP-coryfee eet de rookworsten uit solidariteit met de stakers. Als Marijnissen en zijn medestanders het worstenschap in de supermarkt en de Hema leegeten zal Unox-eigenaar Unilever aan den lijve ondervinden hoe afhankelijk het bedrijf is van zijn verwaarloosde werkkrachten, is de gedachte.

De actie van Marijnissen mag wat kolderiek overkomen, maar hij voert nog actie. De rest van Nederland lijkt dat te zijn verleerd. Het aantal verzuimde werkdagen door stakingen ligt al vier jaar onder de vijftigduizend per jaar.

Ter vergelijking: het naoorlogse record staat op bijna zevenhonderdduizend dagen. Dat stamt uit 1995, het jaar van de grote bouwstaking. Het komt vaker voor dat er een periode weinig wordt gestaakt, maar door de bank genomen neemt het aantal stakingen al sinds de jaren zeventig structureel af, meldt historicus Sjaak van der Velden, die een boek over staken in Nederland schreef.

Dat er de laatste tijd zo weinig gestaakt wordt is vreemd, omdat er nu wel iets te halen is. Het gaat goed met de economie en toch stijgen de lonen maar matig. Na een paar jaar van voorzichtig herstel groeide de economie in 2016 met 2,2 procent. Dit jaar verwacht het Centraal Planbureau zelfs 3,3 procent groei. De cao-lonen stijgen veel minder hard.

Zo'n beetje iedereen heeft al opgeroepen tot hogere lonen: van minister-president Mark Rutte tot DNB-directeur Klaas Knot. Zelfs voorzitter Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW liet doorschemeren dat de lonen in sommige bedrijfstakken best sneller mogen stijgen, maar het helpt niks. Werkgevers verhogen de lonen niet uit zichzelf, dat moeten de werknemers afdwingen. Dit lijkt dus het ideale moment het werk neer te leggen of op een andere manier actie te voeren.

'Het duurt nu wel heel lang voor de lonen omhooggaan. Er zijn zoveel vacatures', zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Tilburg Universiteit. Ook zijn collega's Agnes Akkerman van de Rijksuniversiteit Groningen en Paul de Beer van de Universiteit van Amsterdam kijken er zo tegenaan. 'Dit is het moment om loonsverhoging te eisen en te staken indien die eis niet wordt ingewilligd', zegt Akkerman.

Jaren waarin veel gestaakt wordt, vallen in perioden van economische voorspoed, leert de geschiedenis. Zeven van de tien laatste grote stakingsjaren (met meer dan honderdduizend verloren werkdagen) vielen rond een piek in de economische groei. Als het goed gaat met de economie valt er meer geld te verdelen en als de orderportefeuille vol is, doen werknemers hun baas meer pijn met een staking.

'De kans is dan kleiner dat de ondernemer zegt: zet de fabriek maar stil, want we verkopen toch niets en dan hoef ik minder salaris uit te betalen', zegt Van der Velden. Werknemers durven tijdens een crisis minder goed actie te voeren. En als er ontslagen dreigen, willen veel werknemers zeker niet negatief opvallen door deel te nemen aan een staking.


Is werk weigeren wel de beste methode om meer loon en betere arbeidsvoorwaarden te bedingen? Werkt met de vuist op de onderhandelingstafel slaan niet beter?


Onderhandelen moet de eerste stap zijn, maar staken heeft wel degelijk zin, zegt Wilthagen. Staken levert volgens hem meestal resultaat op. In perioden met veel stakingen krijgen werknemers een half tot een heel procent meer loonsverhoging dan in perioden waarin in diezelfde bedrijfstakken niet gestaakt wordt, zegt hij. Dat staken zin heeft, blijkt ook uit een database die Sjaak van der Velden voor het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) bijhoudt. Van de meer dan vijftienduizend stakingen tussen 1372 en 2008 eindigde 65 procent in een gedeeltelijke of totale overwinning voor de stakers. Dat houdt in dat de stakers na de actie betere arbeidsvoorwaarden kregen dan hun baas hun daarvoor aanbood.

Behalve de hoogleraren vinden ook de vakbonden - niet verrassend - het nu een goed moment voor werknemers om een groter deel van de poet op te eisen. De FNV slijpt de messen. 'Vanaf december zetten we in op 3,5 procent loonsverhoging. Die hogere eis kan tot meer stakingen leiden', zegt Zakaria Boufangacha, cao-coördinator bij de FNV.

Het afgelopen jaar was de looneisnorm van de FNV nog 2,5 procent. Vakbond CNV heeft een loonstijging van 3 tot 4 procent als richtlijn, maar benadrukt dat dit per sector sterk uiteen kan lopen. Wilthagen vindt de vakbonden tot nu toe erg terughoudend. 'Het valt mij op dat ze omzichtig te werk gaan. Terwijl ze zich nu kunnen profileren, omdat ze de meeste economen aan hun zijde hebben in hun streven naar loonstijgingen.'

FNV-bestuurder Boufangacha bestrijdt dat de bonden achterover leunen. Er lopen wel degelijk stakingsacties, zegt hij. Naast de worstenmakers in Oss leggen in november werknemers van Tata Steel, wapenstaalproducent Buigcentrale Hoogeveen, PostNL, werkvoorzieningsbedrijf Caparis, KLM en ambulancepersoneel hun werk neer.

De FNV doet wat zij kan, zegt Boufangacha. Daarmee snijdt hij een gevoelig punt aan: de tanende macht van de vakbond. 'Wij kiezen er niet voor minder met de vuist op tafel te slaan, maar we moeten wel voldoende vakbondsmacht hebben. In de metaal konden we negen maanden actievoeren, omdat werknemers in die bedrijfstak actiebereid waren.'


Waarom wordt er zo weinig gestaakt in Nederland?

Flexibilisering

Nederland krijgt steeds meer werknemers met tijdelijke contracten. Deze week maakte het CBS bekend dat werkgevers weer wat vaker vaste contracten uitdelen. Dat klinkt als goed nieuws over de positie van werknemers, maar het aantal Nederlanders met een flexibel contract groeit nog altijd harder. En flexwerkers staken niet zo snel. 'Flexibele krachten houden bij onvrede twee keer zo vaak hun mond als vaste krachten. Het zijn niet hún loonsverhoging en arbeidsvoorwaarden die bij een cao-conflict in het geding zijn en ze voelen zich minder gesteund door hun collega's, zegt Agnes Akkerman. 'Ze zijn eerder bang op een zwarte lijst te komen dan vaste werknemers. Bovendien zijn ze vaak geen vakbondslid', zegt Ton Wilthagen.

De oude economie bestaat niet meer

Als de Nederlander staakt, is dat verrassend vaak in een fabriek. Zestien van de vijfentwintig stakingen van 2016 vonden plaats in de industrie en de logistiek. In die sectoren is de actiebereidheid hoger dan in de dienstensector. Een verklaring is dat in fabrieken vaker een klassieke arbeiderscultuur heerst; productiewerkers staken sneller dan kantoorpersoneel. Ook speelt mee dat in een fabriek vaak een paar werkweigeraars de boel plat kunnen leggen. In de dienstensector is dat veel lastiger. Extra moeilijk is staken in de publieke sector, voegt Sjaak van der Velden daaraan toe. 'Tata en Unox lijden door een staking grote financiële schade. De overheid gaat niet zomaar kapot.' Maar bij de NS wordt wel veel gestaakt. Acties in het openbaar vervoer zijn effectief. De klanten van de NS worden er direct door geraakt, waardoor de NS reputatieschade lijdt.

Zwakke vakbonden

De vakbonden verliezen al jaren leden. Daardoor slinkt hun invloed op de werkvloer. Het organiseren van een staking is dan lastiger, omdat alleen vakbondsleden een vergoeding krijgen als ze het werk neerleggen. De bond zelf wijt het dalende ledental grotendeels aan de toename van flexibele krachten, pensionering van de leden, en een algemene trend dat mensen zich niet meer willen binden aan een belangenvereniging. Volgens Sjaak van der Velden is de zwakte van de bonden hooguit een deelverklaring voor het lage aantal stakingen. 'De vakbondsmacht loopt al terug sinds de jaren zestig.' Hoewel: vakbondsmacht zegt niet alles over de stakingsbereidheid van werknemers. In Frankrijk is de organisatiegraad van de vakbonden zeer laag, maar staken werknemers om elke verloren cent.

Waarom wordt er zo weinig gestaakt in Nederland?

Flexibilisering


Nederland krijgt steeds meer werknemers met tijdelijke contracten. Deze week maakte het CBS bekend dat werkgevers weer wat vaker vaste contracten uitdelen. Dat klinkt als goed nieuws over de positie van werknemers, maar het aantal Nederlanders met een flexibel contract groeit nog altijd harder. En flexwerkers staken niet zo snel. 'Flexibele krachten houden bij onvrede twee keer zo vaak hun mond als vaste krachten. Het zijn niet hún loonsverhoging en arbeidsvoorwaarden die bij een cao-conflict in het geding zijn en ze voelen zich minder gesteund door hun collega's, zegt Agnes Akkerman. 'Ze zijn eerder bang op een zwarte lijst te komen dan vaste werknemers. Bovendien zijn ze vaak geen vakbondslid', zegt Ton Wilthagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.