De tevreden varkens van de Knorhof

In Kapel-Avezaath staat een van de grootste varkenshouderijen van Nederland. Twintigduizend beesten zitten er opeengepakt in een gigantische stal van twee verdiepingen....

ALS JE IN de schemering komt aanrijden, lijkt het Betuwse bedrijf van Adriaan Straathof meer op een tapijtfabriek dan op een varkensstal. Hoge, donkerblauwe gevels zonder ramen in het licht van oranje natriumlampen. Een gebouw van twee verdiepingen waarbinnen een machine zoemt. Het is de geur die weinig te raden overlaat, anders zou je aan niets merken dat daarbinnen twintigduizend varkens leven.

Het bedrijf in Kapel-Avezaath is een van de grootste varkenshouderijen in Nederland. Tien keer groter dan een gemiddelde varkensboer en helemaal speciaal vanwege de etages waarin de beesten zijn ondergebracht. Twintigduizend beesten op een hectare grond: het zou weleens de dichtst bezette varkenshectare van heel Europa kunnen zijn.

Achtduizend mestvarkens zitten op de benedenverdieping. De tweeduizend zeugen en tienduizend biggen wonen boven. De 'uitloop' naar buiten, waar dierenbeschermers zo hartstochtelijk voor pleiten, is bij Straathof onmogelijk, tenzij de varkens de trap zouden nemen. En van groepshuisvesting van de zeugen, een ander speerpunt van de dierenlobby, is evenmin sprake.

Die enorme bedrijfshal heet de Knorhof.

Volgens de stichting Wakker Dier is het een voorbeeld van de 'dolgedraaide bio-industrie' waarin agressie, kannibalisme, angst en stress aan de orde van de dag zijn. Afgelopen december stonden activisten van de stichting voor de poort. Ze hadden zich verkleed als Sinterklaas en Zwarte Piet en kwamen symbolisch 'stro strooien' - want stro komt er bij de Knorhof ook niet aan te pas.

Het was een eigenaardig gezicht: een verwaaide Sinterklaas met een megafoon, die een petitie voorlas en na een klein uurtje alweer was vertrokken. Mét zijn balen stro. Boer Straathof zelf was niet thuis; er was geen varken te zien en de deuren bleven gesloten. Alleen de bedrijfsleider kwam even naar buiten om te vertellen dat het bedrijf zich keurig aan alle wettelijke regels houdt. En dat is ook zo.

Eigenlijk, zegt de boer in zijn kantoortje thuis, was het een dieptreurige actie. Typisch zo'n demonstratie van de buitenwereld die geen benul heeft hoe varkensboeren werken. De buitenwereld die hem graag mega-boer noemt, want dat woord doet het goed in de media: 'Mega-boeren zijn mensen die hun beesten de hele dag in het donker laten zitten. Dan worden de oren en staarten van die varkens opgegeten en gebeurt er van alles dat niet hoort. Het is echt belachelijk.'

Het wordt een bitter gesprek in het kantoortje, want varkenshouders voelen zich de laatste tijd erg onbegrepen. Er is gedoe met welzijnsregels en er is gedoe met mest. Alles kost geld en nu is er ook nog een minister 'die nogal vaak domme dingen roept'. De afgelopen twee jaar was er in de varkenshouderij geen boterham te verdienen. Dat hij nog bestáát, is misschien wel te danken aan het feit dat hij zo'n verfoeide mega-boer is.

En nu hij toch bezig is stoom af te blazen: dat van die twintigduizend varkens klopt ook niet. Ja, ze zitten er wel, maar zo tellen varkenshouders helemaal niet. 'Je weet wel van iemand hoeveel zeugen die heeft, maar biggen praat je nooit over. Die horen er gewoon bij. Ook voor de milieuvergunning. Als je ze meetelt, is dat alleen om het varkensbedrijf op te blazen.'

Zo bestaan er dus twee werelden, en dat zal tijdens het bezoek aan zijn bedrijf steeds duidelijker worden. Er is een gesloten logica van de varkenshouder en een andere, van de consument, de politicus en de dierenbeschermer buiten de poort. Die werelden komen elkaar nauwelijks meer tegen, maar dáár wil Straathof best wel iets aan doen. Wat hem betreft organiseerde hij zelfs een open dag, wanneer dat technisch niet onmogelijk zou zijn. 'Want het ziet er van buiten misschien gesloten uit, maar wij hebben hier binnen niks te verbergen.'

Simpel is zo'n bezoekje inderdaad niet. Voor we de stallen ingaan, moeten we eerst douchen. De kleren blijven achter in een kleedcabine. Straathof geeft in ruil een schone trainingsbroek, schone sokken en een schoon T-shirt. Over dat alles komt een Knorhof-overall, en via de ontsmettingsbak stappen we in een paar Knorhof-laarzen. Je kunt bijna gemakkelijker een kerncentrale binnenkomen, dan een varkensbedrijf dat zich wapent tegen besmettelijke ziekten.

Maar als we dachten dat de buitenwereld dat op prijs stelt, moet de veehouder ons teleurstellen. Eén keer weigerde een man zelfs te douchen, vertelt hij. 'Hij vond dat overdreven. De bedrijfsleider belde me om te vragen wat hij ermee moest. Niet binnenlaten, heb ik gezegd. Dan maar geen klant.'

Binnen zijn er lange gangen, met aan weerszijden groene deuren met witte nummers erop. Geen ramen, geen daglicht. Op een van de kruispunten raakt de fotograaf zijn oriëntatie kwijt en verdwijnt in het donker. Achter de deuren is het onwezenlijk stil. Er is geen varken te horen. Pas als de boer het licht aandoet en de deur opentrekt, schrikken de beesten luidruchtig wakker.

Thuis hadden ze een gemengd boerenbedrijf, zegt hij. Vijf jaar geleden ging zijn broer verder in de runderen en besloot hij zich te specialiseren in de varkens. Dit gebouw kocht hij in 1996, toen het nog een kippenfarm was. Toen zaten er 140 duizend kippen, maar dat zijn getallen voor de buitenwereld. Straathof rekent in andere eenheden: 'Die kippen produceerden zestig ton ammoniak en mijn varkens maar zeventien ton. Dat is toch vooruitgang, niet?'

De rondleiding begint bij de biggetjes, want die verzorgt hij elke ochtend zelf. Machtig veel plezier heeft hij erin. Hij graait er een uit de box en laat het zien. 'Mooi gezicht hè!' Na zeven maanden zal het beestje zijn uitgegroeid tot een varken van honderdtien kilo.

Op de grond ligt een oranje plastic roostervloer. Geen stro dus, en de biggetjes hebben inderdaad weinig méér te doen dan op en neer lopen. Maar dat ze zich zouden vervelen, is weer zo'n misvatting van buiten. 'Waarom zou dat zo zijn? Je kunt natuurlijk wel een skippybal in dat hok gooien, en daar gaan ze heus wel mee liggen donderen. Maar als het nieuwtje eraf is, houdt dat gewoon weer op.'

Als actievoerders vinden dat er stro op de vloer moet liggen, dan bouwen ze toch zelf een stal en gooien ze er stro in? 'Dit systeem is helemaal niet gebaseerd op stro, het is. . .' Straathof zucht diep. 'Heeft het überhaupt zin hier verder op in te gaan?'

'Nou goed dan. Ik vind dat deze beesten perfecte voeding moeten hebben. De juiste vitaminen, het juiste klimaat in de stal. Dán heb ik een gezond varken. Stro in het hok verbetert daar niks aan. Want een varken slaapt 80 procent van de dag. Een beest dat voldoende te eten heeft gehad, gaat liggen.'

De volgende halte van de excursie brengt ons naar een nog gevoeliger thema. Daar liggen de fokzeugen, elk op hun eigen 1,3 vierkante meter, ingeklemd tussen twee metalen rekken. Volgens de nieuwe Welzijnswet voor varkens zou het niet eens meer mogen, maar voor bestaande hokken wordt voorlopig een uitzondering gemaakt.

Het publiek, weet Straathof, vindt het een rotgezicht. Iets meer dan één vierkante meter per zeug waarop het beest letterlijk haar kont niet kan keren. Het drachtige varken kan liggen, opstaan en drie keer per dag haar trog leegeten; meer is er voor haar niet te doen.

Maar is dat erg? Alweer een zucht. 'Ik denk', zegt Straathof verontwaardigd, 'dat de meeste varkenshouders de laatste twee jaar méér hebben afgezien dan deze varkens. Ik heb hier weleens gelopen dat ik dacht; die hebben het zo slecht nog niet.'

De beesten kunnen geen kant op, akkoord. Maar ze liggen er warm bij en worden fantastisch verzorgd. En hij weet ook precies welk beest extra voer moet hebben, en wie een manke poot heeft. Kom daar eens om in groepshuisvesting. 'Deze beesten zijn aantoonbaar minder vaak ziek dan varkens in oude stallen. Dus voelen ze zich beter.'

En het vreemdste verschijnsel uit de buitenwereld is misschien wel de consument. Die kijkt naar de televisie, ziet een varkensstal en roept dat het zielig is. Straathof: 'We zitten nu in economisch zeer goede jaren, en dan kiest één procent van de consumenten voor biologisch vlees. Wat betekent dat? Dat betekent dat de consument een mooi verhaal wil, en voor de rest kiest voor het goedkoopste.'

Terug in zijn kantoortje is de bittere toon nog niet verdwenen. Zelfs het VVD-Tweede-Kamerlid dat laatst bij hem op bezoek kwam 'om zich te oriënteren', had er beschamend weinig van begrepen. 'Hij wist niet eens dat dit een groen-labelstal was en had geen benul van ammoniakdepositie. Toen hij alles gezien had, liet die beste man uit zijn mond vallen: ''Heren, lig hier niet te knoeien met varkens, ga alsjeblieft ergens de grens over waar de regels soepeler zijn.'' Dat was zijn advies. Waarom zeg je dat morgen niet in de krant, vroeg ik. Omdat het geen politiek draagvlak heeft om dat zo te formuleren, zei hij.

'Maar ik vraag je: wat gebeurt er als ik hier over twee jaar een bedrijf heb dat zijn mest netjes verwerkt, dat zijn lucht keurig zuivert en dat alle dieren welzijnstechnisch in orde heeft? Krijg ik dan alle medewerking van buiten? Krijgt Straathof dan de Nobelprijs voor het Milieu? Of schoppen ze me op een andere manier onderuit?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.