De taal van het protest

Nog enigszins boven de aarde zwevend vanwege de grote opkomst bij de vakbondsmanifestatie in Amsterdam zei Doekle Terpstra maandagavond in Twee Vandaag: 'Het kabinet slaat de deur op een vierkante manier dicht.'..

DE CNV-voorzitter keek erbij met een gezicht dat duidelijk maakte dat hij geen seconde van plan was deze vierkant dichtgeslagen deur over zijn kant te laten gaan, noch hem voor zoete koek te slikken. Dat hij samen met minister De Geus binnen afzienbare tijd weer door die deur zou kunnen, leek - zeker gezien de manier waarop die was dichtgeslagen - al helemaal uitgesloten.

Even later was Terpstra te beluisteren in het NOS Journaal: 'Wij zijn bereid een prijs te betalen, maar het kabinet zal ook een prijs moeten betalen.' Het was jammer dat hij niet zijn toevlucht nam tot 'water bij de wijn doen', want dat was zo veel passender geweest in de omstandigheden.

Ook had hij nog wel even mogen aanstippen dat de vakbeweging niet van zins is zich de kaas van het brood te laten eten, achter het net te vissen of het deksel op de neus te krijgen, laat staan op de blaren te gaan zitten, want ze had een schot voor de boeg gegeven en dat was een mooie opsteker. Maar dat komt allemaal nog wel langs, de komende weken.

Door de jaren heen, dat wil zeggen: ongeveer de vijfentwintig jaar dat nu wordt geprobeerd ongewenste uitgroei van de verzorgingsstaat terug te snoeien, gebruikt wie zich verzet tegen kabinetsplannen een tamelijk constant vocabulaire. Die taal van het protest is een mengeling van volkse woordkeus, in onbruik geraakte uitdrukkingen, dramatiserende adjectieven, vakbondsclichés en retorische overdrijvingen, die ten gehore wordt gebracht tegen een achtergrond van oorlogsdreiging en die in geschreven vorm (spandoeken, buttons, petjes, T-shirts) wordt verondersteld aan kracht en invloed te winnen indien op rijm gesteld.

'We zijn geknakt maar niet gebroken. Ze krijgen ons niet klein. De bel voor de volgende ronde is al gegaan. Het kabinet is nog niet van ons af. Het einde van de acties is het begin van een nieuwe strijd, die nog lang niet voorbij is. Het gaat om een gevecht tegen de regentenstijl van dit kabinet.'

Het zijn de woorden van toenmalig FNV-voorzitter Wim Kok in 1983, tijdens een manifestatie van de Amsterdamse afdeling van de ambtenarenbond AbvaKabo. Ze hadden afgelopen zaterdag letterlijk weer zo gebruikt kunnen worden, en ze hadden de demonstranten even nieuw, even strijdlustig en even bezielend in de oren geklonken als ruim twintig jaar geleden.

Elk van de zinnen van een goede toespraak tijdens een massale uiting van ongenoegen is geschreven met het oog op maximaal effectbejag. Elke zin is gecomponeerd om na voltooiing de demonstranten de gelegenheid te geven tot joelen, boegeroep, applaus of luidkeels betuigde instemming. Zo'n zin moet dus niet te lang zijn. Hij moet in zijn beknoptheid als het ware de kernachtige benadering en de afkeer van nuance weerspiegelen die ook de kenmerken van het spandoek zijn.

'We worden genaaid' is een spandoek dat jaren goede diensten kan bewijzen, 'Wij zijn woedend' en 'Ik pik het niet' eveneens. Die laatste tekst droeg Wim Kok al op een bordje op zijn revers tijdens een protestvergadering van de FNV in 1980 tegen een voorgenomen loonmaatregel. 'Afrekenen met inleveren' luidde een spandoek dat in 1988 werd meegevoerd op een FNV-manifestatie op het Museumplein in Amsterdam 'tegen het afbraakbeleid van Lubbers'.

'Tegen graaien aan de top. En het volk? De Strop!', dat zaterdag omhoog werd gehouden, kunnen de kleinkinderen van de betogers later nog mooi gebruiken als ze er zuinig op zijn.

De woordvoerders van de vakcentrale waren zestien jaar geleden wel iets beter op dreef dan afgelopen zaterdag.

Karin Adelmund, vice-voorzitter, toen: 'We zijn hier met zijn allen niet voor eenmalig vuurwerk.'

Voorzitter Johan Stekelenburg: 'We laten ons niet langer belazeren.' Ook sprak hij over 'de orkaan Ruud die de laatste dagen Nederland heeft geteisterd'.

Adelmund: 'Dit beleid duwt mensen over de rand van de boot. De achterblijvers in de boot hebben het ruim en de rest kan verzuipen.'

Stekelenburg: 'Nog even en je moet geld meebrengen om aan het werk te mogen.'

En 'Werkgevers moeten rekenen op de onverzettelijke houding van de vakbeweging als de politiek ons laat barsten.'

En: 'Wanneer de politiek jullie winsten spekt, zullen wij ons deel opeisen.'

En: 'We laten ons niet langer bedonderen. We laten ons niet meer met een kluitje in het riet sturen. Boter bij de vis.'

'Belazeren en verzuipen' zijn opzettelijk gekozen ruwe bewoordingen. Deze woordkeus maakt de vijand duidelijk dat met de spreker niet te spotten valt, want dan loopt hij kans een klap voor zijn kanis te krijgen. Over kluitjes in het riet en boter bij de vis hoor je zelden meer. Ze zijn tot het exclusieve vakbondsjargon gaan behoren. Jarenlang kunnen ze ongebruikt in een archiefkast op een bondskantoor rusten, totdat zich weer 'een hete herfst' aandient, of in het ergste geval maar meteen de meteorologische zeldzaamheid van 'een hete winter', zoals vakbondsman H. Teeuwen in 1983 voorspelde.

Er is wel iets veranderd in de honderd jaar sinds Troelstra's 'Gansch het raderwerk staat stil als uw machtige arm het wil.' Of sinds het Ontwaakt, verworpenen der aarde voor het laatst uit vastbesloten kelen klonk. Maar ook weer niet zo veel. FNV-leider Lodewijk de Waal, schalde zaterdag over het Museumplein: 'Willen we ieder voor zich, zoals het kabinet wil?' Het antwoord kwam voor niemand uit de lucht vallen. Het liet ook niet lang op zich wachten.

Wellicht mede uit vrees dat deze gestaalde vakbondsretoriek de hedendaagse jeugd wat ouderwets zou voorkomen, had de organisatie bedacht dat het aardig zou zijn wat eigentijdse protestliederen ten gehore te laten brengen. Dit is het tweede couplet van het AbvaKabolied Wij zijn woedend, bij elkaar gerommeld door Sjaak Bral:

Ze willen onze rechten slopen praten doen ze niet, nee ze geven een dwangbevel financieel in de knel geen herstel alleen hun eigen lonen ja die stijgen nog wel Refrein: Wij zijn wij zijn woedend Wij zijn wij zijn woedend

Nu kun je van De Internationale veel zeggen, maar daar is indertijd toch iets langer dan een halfuur over nagedacht.

Om de jeugd blijvend aan de vakbeweging te binden, werd er ook nog wat gerapt.

Het refrein van Bal je vuist:

Ooooh mensen kijk eens waar ze mee bezig zijn Heb ik hun echt gekozen, staan zij daar echt voor mij We worden weer genaaid door het politieke beleid Kom en wees er bij, bal je vuist, trek ten strijd

Verzetspoëzie is van alle tijden, blijkt maar weer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden