DE STRIJD TUSSEN STAAT EN MARKT

De afgelopen twintig jaar heeft zich een omwenteling voltrokken in het denken over politiek en economie. De ideeën van John Maynard Keynes, die van mening was dat overheden door middel van een actieve conjunctuurpolitiek economische crises konden voorkomen, hebben plaatsgemaakt voor de ideeën van Friedrich von Hayek, die juist de...

We zijn - na de ineenstorting van het reëel bestaande socialisme' in Oost-Europa en de stagnatie van de verzorgingsstaten in West-Europa - weer terug bij de markt. De overheden zijn nog steeds prominent aanwezig, maar niemand denkt meer dat regeringen hun land uit het slop kunnen halen door de bestedingen op te voeren. Regeringen kunnen geen banen scheppen. Wél kunnen zij banen vernietigen, door hoge belastingen en sociale premies en het smoren van particulier initiatief in een woud van regelingen.

Deze paradigmawisseling - een terugkeer naar de economische orthodoxie - wordt beschreven in The commending heights, van Daniel Yergin en Joseph Stanislaw. Vooral mensen die het woord 'markt' niet meer kunnen horen moeten dit boek lezen. De auteurs onderschrijven het axioma van Keynes, dat in de economie ideeën belangrijker zijn dan men doorgaans denkt, en beginnen hun betoog in 1945, toen juist het kapitalisme in diskrediet verkeerde. Die historische invalshoek geeft dit boek een ongewone overtuigingskracht.

Bij alle kritiek waaraan - inefficiënte en bureaucratische - overheden tegenwoordig bloot staan, moeten we niet vergeten hoe succesvol de 'planmatige' aanpak aanvankelijk was. De economische ellende van de jaren dertig werd geweten aan de beurskrach van 1929. Zelfs in Amerika was het kapitalisme na de New Deal van president Roosevelt niet meer heilig, en de Sovjet-Unie maakte indruk door hoge groeicijfers.

Het naoorlogse herstel van West-Europa vond plaats onder keynesiaans gesternte. Dat theoretici als Von Hayek tot de lunatic fringe behoorden, was niet zo gek. Nog in 1971 verklaarde de Amerikaanse president Nixon - een conservatieve Republikein - dat we nu allemaal keynesianen waren, dus hij ook. Veel vertrouwen dat de overheid sociale misstanden kon wegnemen, had hij overigens niet. In besloten kring sprak Nixon over throwing dollars to problems.

Misschien waren al deze overheidsexperimenten nodig om de fundamentele betekenis van markten te herontdekken. Inmiddels zijn we allemaal 'liberaal'. Dat betekent niet dat overheden niks te doen hebben. Zonder goed functionerende rechtsstaat is geen behoorlijk bestuur mogelijk en kan het kapitalisme - dat belang heeft bij zoveel mogelijk vrije burgers - zich onvoldoende ontwikkelen.

Het beleid dat overheden voeren is nog wel degelijk van belang. Maar zij krijgen nu het advies hun staatsfinanciën op orde te brengen en (arbeids)markten beter te laten werken. Tot op zekere hoogte is dit een kwestie van ideologie. Margaret Thatcher, onder wie de omslag in Groot-Brittannië begon, kan moeilijk pragmatisch worden genoemd. Zij was overtuigd van haar gelijk, ook in de periode (1979-1982) dat de Britse economie als gevolg van haar keiharde saneringsbeleid alleen maar kromp. Zonder ideologische impuls was deze omslag niet mogelijk geweest. Ook president Reagan was ervan overtuigd dat de overheid geen oplossing was, maar een probleem. Toch was hij vooral opportunistisch. Door tegelijk belastingen te verlagen en defensie-uitgaven te verhogen, zondigde Reagan zwaar tegen de nieuwe monetaire leer en 'bewees' hij zijn eigen theorie.

In West-Europa bleef men aan overheidssturing vasthouden. Daar stuitte het Anglo-Amerikaanse model op scepsis, ook omdat het Rijnlandse model aanvankelijk betere sociaal-economische resultaten liet zien. Dan is de keuze niet moeilijk. Daarbij leek Japan, dat door ambtenaren van het MITI werd gerund, het bewijs dat overheden wel degelijk intelligent' kunnen opereren. Sinds het uitbreken van de financiële crisis in Azië weten we beter - al zijn ook grote internationale banken (de kapitaalexperts bij uitstek) slechte leningen aangegaan.

Staan overheden nu machteloos tegenover mondiale markten? Dat is overdreven. Overheden zijn er van oudsher goed in om in tijden van crisis en oorlog massa's te mobiliseren en de economie naar hun hand te zetten. Dat vermogen moet nooit worden onderschat. Maar dit is machtsconcentratie, géén welvaartsontplooiing. Zo'n krachtsinspanning is slechts langdurig vol te houden als creatieve individuen daaraan uit vrije wil meewerken.

Het staat niet vast wat de ideale overheidsomvang is. Die is waarschijnlijk cultureel bepaald. Hier geldt het gezegde van de Chinese leider Deng Xiaoping: 'het geeft niet of de kat zwart is of grijs, als hij maar muizen vangt.' Ik wil daaraan toevoegen dat het zowel voor de kat als de muizen beter is als de kat niet te veel muizen vreet. Historisch gezien produceert een kleine overheid minder - economische én intellectuele - regressie dan een grote.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden