De spaanders komen bij het gehakt

Er mogen windmolens in zee worden geplaatst. Niemand weet hoeveel en welke vogels daardoor zullen worden vermalen...

Worden grote aantallen vogels vermalen tussen de rotorbladen van de windmolens? De vraag is actueel nu de Raad van State vorige week heeft beslist dat het veelbesproken windpark, negen kilometer uit de kust van Egmond, gebouwd mag worden.

Die vraag valt nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden, zegt onderzoeker drs. Sjoerd Dirksen van Bureau Waardenburg - het natuuradviesbureau dat het aantal botsingen tussen vogels en dit near shore windpark gaat inventariseren. 'Zo lang het park er niet staat, valt dat ook niet te tellen. Een schatting op basis van radarwaarnemingen komt op minimaal veertienhonderd dode vogels en in het ergste geval tienduizend per jaar.'

'Tot nu toe beschikken slechts twee windparken over apparatuur om vogels te volgen, Horns Rev en Nysted, beide in zee bij Denemarken. Na één jaar is er een tussenstand opgemaakt en heel voorzichtig werd in september op een symposium geconcludeerd dat de vogels overdag op grote afstand van het windpark blijven. 's Nachts is de afstand wat kleiner omdat de vogels de windturbines dan minder goed zien. Een aantal vliegt tussen de turbines', zegt Dirksen.

Geen drama's dus. Maar dit beeld is niet compleet omdat niet is gemeten hoeveel vogels die dóór het park zijn gevlogen, tegen de rotorbladen kletterden en dood in zee zijn gestort.

De Denen richten zich dan ook niet op de geknakte vogels. Wel kunnen ze met warmtebeeldcamera's goed het vogelgedrag vastleggen: ontwijken ze de gevaartes of komen ze er juist op af. 'Die dure camera's nemen bij een sneeuwstorm nog een gans op vierhonderd meter waar', zegt ir. Edwin Wiggelinkhuizen van Energieonderzoek Centrum in Petten (ECN).

Tennisballen Het ECN ontwikkelt apparatuur waarmee wél botsingen geregistreerd kunnen worden, aangeduid als 'windturbinebird'. Bij dit systeem worden vier contactmicrofoons en een videocamera in een test-turbine geplaatst. Eerst is bij een proefopstelling getest of de contactmicrofoons botsingen konden detecteren door met tennisballen op de turbine en de rotor van de testmolen te schieten. Dat werkte.

Om ook te registreren welk soort vogel zich te pletter vliegt, zijn videocamera's beproefd. Als de microfoons een botsing horen, wordt het videobeeld naar een computer op de wal gestuurd. Ornithologen bepalen dan om welke vogel het gaat.

In de volgende fase is veldervaring opgedaan met een klein prototype van de windturbinebird. 'De apparatuur bleef in die testfase in werking. Er werden echter geen vogelslachtoffers geregistreerd, wat niet wil zeggen dat de test om die reden zinloos was. Wellicht vlogen er geen vogels tegen de windturbinebird.'

Eind deze maand gaat Wiggelinkhuizen een groot prototype in het testpark in de Wieringermeer onderzoeken. Op vijf turbines wordt het achtergrondgeluid gekarakteriseerd. Dit moet gebeuren om geen valse botsingen te registreren. Al het achtergrondgeluid rondom turbines en lawaai van de turbine zelf worden eruit gezeefd. Zo blijft het geluid van de vogelbotsing over.

Kees Camphuysen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, die als vrijwilliger al sinds de jaren zestig dood aangespoelde vogels langs de kust telt, vindt het zinvol om daarnaast met waarnemingen door mensenogen te werken. Zijn overzicht over vogelstrandingen wordt ook gevoed met waarnemingen door een netwerk van vrijwilligers.

Halve vleugels Camphuysen suggereert zijn gegevens over aangespoelde vogels bij Egmond te gaan vergelijken met het aantal dode aangespoelde vogels nadat het windpark in werking is. 'Komen er dan vogels voor met halve vleugels of zie je een heel ander soortenspectrum in andere seizoenen dan we nu gewend zijn, dan heb je echt iets in handen.'

Hij vindt veel vogelonderzoek dat wordt gedaan als een windpark, een olieplatform of een zendmast in zee wordt gebouwd, te kleinschalig en daarom weggegooid geld. Is het zinvol om voor elke activiteit in de Noordzee een gebied ter grootte van een postzegel te onderzoeken?

'De Noordzee is 670 duizend vierkante kilometer groot. Het zegt weinig als je vogels binnen een gebied van veertig bij zestig kilometer één of twee keer telt. Het gaat erom hoe in dit ecosysteem de natuurlijke variëteit zich ontwikkelt. Waarom zitten dieren op een bepaalde plek en waarom vertrekken ze daar', aldus Camphuysen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden