De smartphone is bijna in zijn eentje verantwoordelijk voor het economisch herstel na de crisis

De Kwestie

Sociaal is er geen grotere gruwel dan in een gezelschap te verkeren van mensen die allemaal op hun smartphone zitten te turen. Er blijkt zelfs een woord voor deze vorm van negeren te bestaan: phubben. Maar economisch is het zonder meer de grootste verworvenheid van deze eeuw.

Het apparaat dat een nieuwe verslavingsepidemie heeft gecreëerd, de sociale etiquetten omver heeft gekegeld en de privacy aan Mark Zuckerberg heeft uitgeleverd, heeft ook ook bijna in zijn eentje het economisch herstel na de crisis van 2007/2008 bewerkstelligd. Zonder smartphone zouden vele landen nog altijd in een enorme dip zitten.

In de World Economic Outlook die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vorige week presenteerde, wordt uitgemeten wat de slimme telefoon de economie heeft opgeleverd sinds Steve Jobs die in het crisisjaar 2007 lanceerde. Vorig jaar werden er alleen al 1,5 miljard stuks van verkocht. Dit betekent dat één van elke vijf wereldburgers in 2017 een nieuwe slimme telefoon aanschafte.

De opbrengt van mobiele technologie en diensten was goed voor 3.600 miljard dollar – bijna 5 procent van het wereld-bbp. Op dit moment hangt 20 procent van de mondiale groei alleen af van de smartphoneproductie.

In veel Aziatische landen is dat veel hoger. Van de economische groei van Zuid-Korea in 2017 was 33,3 procent te danken aan smartphones, in Taiwan was dat zelfs 40 procent. Smartphones en onderdelen zijn voor landen in Zuidoost-Azië, de nieuwe motor van de wereldeconomie, de veruit belangrijkste exportproducten. Het is goed voor 17,4 procent van de export van Maleisië, 17,1 procent van Taiwan en 5,7 procent van die van China. Het economisch herstel van Ierland – waar Apple vanwege fiscale redenen zijn intellectuele eigendomsrechten heeft ondergebracht – is voor een kwart te danken aan smartphone-gerelateerde activiteiten. Zonder smartphone had de Keltische tijger nog in dezelfde revalidatieruimte verbleven als de Griekse ezel.

De smartphone is voor de wereldeconomie even belangrijk geweest als het wiel, staal en de benzinemotor. Niet doortastende politici en centrale bankiers, maar de vinding van Jobs heeft na de kredietcrisis de gevreesde Grote Depressie voorkomen. Dankzij de smartphone zijn nieuwe giganten gekomen als ­Apple, Google, Facebook, Amazon en Samsung, die een even grote marktwaarde hebben als het bbp van een land als Nederland.

Alleen dreigt er nu een kink in de kabel te komen. De smartphonemarkt raakt verzadigd, nieuwe mobiele wearables – zoals slimme horloges en brillen – slaan niet echt aan en de maatschappelijke weerstand tegen de Big Tech neemt snel toe.

Het IMF neemt de smartphone-indicator al zo serieus dat het in zijn toekomstige economische prognoses rekening houdt dat een haperende smartphonemarkt tot economische terugslag kan leiden. Economisch is het wenselijk heel asociaal te blijven phubben.