De pinautomaat is 50 geworden. Een beknopte geschiedenis van de flappentap

Het is 27 juni 1967 als Engelsman Reg Varney afstapt op het gloednieuwe apparaat in de muur van de Barclays-bank in Enfield, Noord-Londen. Gekleed in een gebreid vest en met een geblokte golfpet op werpt hij de aanwezige pers een vrolijke grijns toe. 'Barclaycash', staat er in grote letters op de automaat voor hem.

Beeld anp

Varney voert een cheque in, toetst vier cijfers in en haalt vervolgens, onder het goedkeurende oog van twee glimlachende dames, tien briefjes van 1 pond uit de machine. Reg Varney, een plaatselijke acteur uitgenodigd om publiciteitsredenen, is daarmee de eerste persoon ooit die een geldautomaat heeft gebruikt.

Deze week, 50 jaar later, heeft diezelfde automaat een gouden bekleding gekregen om zijn verjaardag te vieren. John Shepherd-Barron (1925-2010), uitvinder van de geldautomaat, kreeg het idee voor de geldautomaat in 1965 in bad. Hij werd daarbij geïnspireerd door snoepautomaten, waar mensen geld in konden gooien om chocoladerepen te kopen. De Schot bedacht ook de pincode. Oorspronkelijk had Shepherd-Barron een nummer van zes cijfers in gedachten, maar zijn vrouw Caroline zei dat ze maar vier cijfers kon onthouden.

Gebruikers van de eerste geldautomaat ter wereld konden niet meer pinnen dan 10 pond, een bedrag dat alleen kon worden uitgekeerd in briefjes van 1. Ook de pinpas kwam wat later: net als Varney gebruikten mensen tot de jaren zeventig speciale cheques van de bank om geld uit de muur te trekken. De papieren cheques bevatten een kleine hoeveelheid van het radioactieve koolstof-14. De eerste geldautomaten konden deze stof detecteren en, door de cheque te koppelen aan een pincode, biljetten uitkeren.

De Britse acteur Reg Varney (rechts) was de eerste persoon ooit die een geldautomaat heeft gebruikt. Beeld anp

3 miljoen pinmachines wereldwijd

Shepherd-Barron heeft de vijftigste verjaardag van zijn uitvinding niet mee kunnen maken, maar is er wel in geslaagd om overal ter wereld zijn sporen na te laten. Volgens het Statistic Brain Research Institute zijn er inmiddels 3 miljoen pinmachines wereldwijd. Zelfs in het Noord- en Zuidpoolgebied zijn geldautomaten te vinden: de noordelijkste automaat ter wereld ligt in Longyearbyen op het Noorse eiland Spitsbergen, de zuidelijkste bevindt zich in onderzoeksstation McMurdo op Antarctica.

De eerste Nederlandse geldautomaat werd in 1976 geïnstalleerd bij de toenmalige Gemeentegiro Amsterdam, maar de eerste pinautomaat zoals we die nu kennen deed later zijn intrede. Deze werd op 22 april 1982 door de Rabobankvestiging Pey en Mariahoop in Limburg geplaatst. Door de populariteit van betalen met pin is het aantal geldautomaten in Nederland inmiddels gedaald. 10 jaar geleden waren er volgens de Rabobank nog 9 duizend automaten, een IMF-onderzoek uit 2015 stelt dat aantal vast op ruim 7 duizend.

In het laatste decennium is de geldautomaat ook populair geworden bij criminelen. Vooral in de periode 2011-2013 zijn de machines doelwit van plofkrakers geweest, die zich met behulp van een explosief of een andere vorm van geweld toegang verschaften tot de kostbare inhoud. In die periode werden in Nederland ruim honderd plofkraken per jaar gepleegd. Na een scherpe daling in 2013 is het aantal plofkraken sinds 2014 weer gestegen: afgelopen jaar waren het er 79.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden