De openheid van de kledingindustrie is vaak schijn

De aandacht voor misstanden in de kledingindustrie lijkt vruchten af te werken. Grote merken erkennen de problemen en beloven beterschap. Maar achter de schermen gaan zaken als uitbuiting gewoon door.

Een vrouw toont foto's van haar dochter die is omgekomen bij de ramp met het Rana Plaza-complex in Bangladesh en haar kleindochter.Beeld Reuters

Hebben de kledingmerken dan toch het licht gezien? H&M, C&A en Primark worden beschuldigd van samenwerking met Indiase spinnerijen waar meisjes worden uitgebuit. Nog niet zo lang geleden zou op zo'n onthulling zijn gereageerd met stilzwijgen, een ontkenning, mogelijk zelfs met het afkraken van de onderzoekers die de misstand onthulden.


Anno 2014 tonen kledingbedrijven zich juist verheugd over de negatieve publiciteit. Ze zien het als een kans, ze gaan hun leven beteren. De onderzoekers die wanpraktijken aan het licht brengen, krijgen tegenwoordig een bedankje.


'We waarderen jullie inbreng en inzichten', schrijft C&A aan de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), de non-gouvernementele organisatie (ngo) die dinsdag aantoonde dat het Duitse modewarenhuis andermaal kleding laat maken bij schimmige leveranciers. 'Het bedrijf is blij met het rapport en de daarin gedane oproep tot actie,' complimenteert Primark.


'Dit is zeker een verandering', zegt Martje Theuws van SOMO. Ze doet al jaren onderzoek naar fabrieken waar onder erbarmelijke omstandigheden kleding wordt geproduceerd voor de westerse markt. Ze zag hoe kledingmerken hun attitude bijstelden. 'Kijk maar naar bijvoorbeeld de houding van C&A: vroeger reageerden ze vaak afwijzend. Dat is niet meer zo. Primark houdt ons tegenwoordig altijd op de hoogte van wat ze doen.'

Revolutie

De revolutie is voelbaar tot op de werkvloer van de Aziatische naaiateliers. Kledingfabriek KPR Mill in Zuid-India, die in 2010 in opspraak raakte wegens uitbuiting en vrijheidsberoving van minderjarige werkneemsters, werkt nu nauw samen met ngo's. Die moeten de jonge naaisters bewust maken van hun rechten.


'De verhoudingen tussen ons en de bedrijven zijn genormaliseerd', zegt Niki Janssen, coördinator van de Schone Kleren Campagne. 'Kledingmerken respecteren onze rol. Vroeger werd er over en weer nauwelijks gepraat, tegenwoordig komen ze hier koffie drinken.'


Zoals elke revolutie begint ook die in de kledingindustrie met bloedvergieten. Twee opeenvolgende rampen in kledingfabrieken in Bangla-desh - 112 doden bij een brand in de Tazreenfabriek in 2012, 1.129 doden bij de instorting van het Rana Plaza-complex een jaar later - zetten het debat op scherp. De internationale schijnwerpers zjin sindsdien gericht op de slechtgebouwde kledingfabrieken in de Bengalese hoofdstad Dhaka en daarmee op de hele textielsector.


'Wat wij zeggen, heeft sindsdien meer betekenis gekregen voor consumenten, politici, maar ook voor kledingmerken', zegt Janssen van de Schone Kleren Campagne.

Aandacht

Sinds de tragedie in het Rana Plaza krijgen misstanden in de kledingindustrie ineens volop aandacht van de overheid. 'Dit is duidelijk een prioriteit van minister Ploumen', zegt Wilma Roos van vakbond FNV Mondiaal, die zich inzet voor kledingarbeiders in ontwikkelingslanden. Weigert warenhuis Wibra een akkoord te tekenen over veiliger fabrieken in Bangladesh? Dan geeft de minister Wibra er openlijk van langs. Met naam en toenaam.


Dat laatste is belangrijk, 'zegt Janssen. Want stille diplomatie haalt hier niets uit. 'Naming-and-shaming werkt. Zolang je het hebt over 'de kledingindustrie', voelt niemand zich verantwoordelijk. Maar als bedrijven met naam en toenaam worden aangesproken, reageren ze wel.'


Hoe wezenlijk is deze verandering? Terwijl kledingmerken zich publiekelijk verantwoorden voor hun gedrag in Bangladesh en India, zijn ze alweer op zoek naar een volgend lagelonenland. Birma heeft goede kaarten: in de voormalige dictatuur zijn geen vakbonden actief en er is nauwelijks wetgeving die de rechten van arbeiders beschermt. Maar ook Afrika wordt genoemd.

Race naar de bodem

Nu Bangladesh onder het internationale vergrootglas ligt, is het Zweedse H&M bezig te investeren in Ethiopië. In dit straatarme land zijn de lonen circa de helft van die in China. 'Ik ben benieuwd welk land deze nieuwe race naar de bodem gaat winnen', zegt Janssen.


De nieuwe transparantie van de kledingindustrie is bovendien vaak schijn, weet Wilma Roos van FNV Mondiaal. 'Veel bedrijven in Nederland zijn niet zo transparant.' Bij welke fabrieken ze inkopen, met welke spinnerijen ze samenwerken - het is een angstvallig bewaard geheim.


Op het kantoor van SOMO merken ze dat veel bedrijven er het zwijgen toe doen zodra ze in verband worden gebracht met misstanden. 'Kleine spelers, maar ook grote internationale merken, wij horen er niets van', zegt Theuws. 'Dat baart ons zorgen.' Het afleggen van publieke verantwoording is slechts weggelegd voor een handvol spelers aan de top van de markt.


Terwijl kledingmerken bij de Schone Kleren Campagne op de koffie gaan, ziet men diep in de productieketen deze organisaties nog steeds het liefste monddood. Gevraagd om een reactie op de laatste onthullingen van SOMO, liet de directeur van een van de in opspraak geraakte spinnerijen aan de Volkskrant weten: 'We hebben gehoord dat de Indiase overheid toewerkt naar een manier om deze ngo's in de gaten te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden