De nieuwe Italiaanse schoen komt uit Portugal

Zelfs de luxe designermerken Prada en Gucci zijn overstag. Waar Italië altijd hét kwaliteitsschoenenland bij uitstek was, doet Portugal daar steeds minder voor onder.

De schoenenfabriek van Eureka Shoes in Vizela, Noord-Portugal. Beeld Samuel Aranda

Er was een tijd waarin Portugese schoenen net moesten doen of ze Italiaans waren. Ze stapten rond met een naam als Gino Bianchi. Maar die schaamte is voorbij. Gino Bianchi wordt nu in dezelfde fabriek gemaakt als Armando Silva. Zo heet de eigenaar. Portugeser kan bijna niet.

De Portugese schoen is een groot succes. Ook al ging het land de laatste jaren door een diepe economische crisis, de schoenenindustrie bleef onverstoorbaar groeien. Nog nooit werden er zoveel schoenen geproduceerd als nu. Het geheim: dit zijn schoenen van Italiaanse kwaliteit, maar met Portugese prijzen. Dat scheelt toch gauw twintig euro.

'We doen niet voor de Italianen onder', zegt Filipe Sousa van Eureka Shoes. De directeur van het bedrijf met een omzet van tientallen miljoenen draagt witte sneakers met blauwe en rode randjes, van zijn eigen merk. Het bewijs is dat ook Prada en Gucci hun schoenen in Portugal laten produceren. Sousa: 'Er zijn niet zo veel trucs bij het maken van schoenen. Het enige wat verschilt is dat de klant bij Italië nog steeds denkt aan luxe.'

Met trots laat Sousa zijn fabriek in Vizela (Noord-Portugal) zien, waar dagelijks meer dan tweeduizend schoenen worden gemaakt. Deze middag wordt er gewerkt aan een mosgroene schoen van Isabel Marant. Vrouwen zitten in geruite schorten achter naaimachines. Mannen zetten de schoenen in elkaar aan een lange productielijn. Het ziet er behoorlijk 19de-eeuws uit, maar hier wordt gewerkt met ideeën uit de 21ste eeuw.

Beeld Samuel Aranda

'Finishing touch'

De trucs zijn het goede leer en de 'finishing touch', legt Sousa uit. Een schoen doorloopt hier tijdens zijn wordingsproces veel meer stapjes dan in landen met lage lonen. Aan een aparte lopende band vinden de afwerking en de controle plaats. Lijmresten worden weggehaald, de veters gaan erin, en de schoenen krijgen een spray.

Zijn vader begon de schoenenfabriek in de jaren tachtig, een periode dat meer Portugezen dat deden. Veel Noord-Europese landen verplaatsten destijds hun productie naar het zuiden. 'Ik was 9', herinnert Filipe Sousa zich. 'Mijn moeder deed het naaiwerk. In de vakanties ging ik met mijn vader mee naar Lissabon om de schoenen te slijten. Tien paar hier, tien paar daar.' Al na een of twee jaar besloot de vader van Sousa een fabriek te laten bouwen. Hij kreeg een grote opdracht van het schoenenmerk TBS om bootschoenen te maken. Daarna volgden meer afnemers.

Maar toen vervolgens steeds meer inkopers uitweken naar China, zo rond de eeuwwisseling, moesten de Portugese schoenenfabrieken zichzelf opnieuw uitvinden. Anders dan in Spanje of Italië konden zij niet terugvallen op de binnenlandse vraag. De Portugese markt is maar klein. Daarom richtten ze zich, geholpen door Europese subsidies voor regionale ontwikkeling, op kwaliteitsschoenen voor Noord-Europa.

Beeld Samuel Aranda

Flexibeler dan de Chinezen

Ze schaften nieuwe machines aan, zoals een waterstraalsnijmachine. Daarmee werd het gemakkelijk kleine orders te verwerken. De machine wordt ingesteld en het leer wordt in de juiste vorm gesneden. Het maakt de Portugezen veel flexibeler dan de Chinezen: ze zitten dichtbij de afzetmarkten van Noord-Europa en kunnen snel inspelen op de veranderende vraag.

Andere bedrijven vielen om toen een belangrijke afnemer ineens naar China vertrok, maar Alberto Sousa overleefde. 'Mijn vader wilde nooit afhankelijk zijn van één klant', zegt Filipe Sousa. 'Hij werkte altijd voor wel twintig verschillende partijen.'

Zelf hanteert hij hetzelfde credo. Hoe onafhankelijker, hoe beter. 'Door een maf idee van mij zijn we in 2009 ons eigen merk begonnen, met eigen winkels.' Het is een teken van een nieuw Portugees zelfbewustzijn: waarom voor anderen produceren als je twee tot drie keer zo veel kunt verdienen met een eigen merk?

Beeld Samuel Aranda

'Amesterdão'

Lang niet alle schoenenbedrijven kunnen zich die luxe veroorloven. Zeker niet aan het begin van de crisis. De Portugese banken gaven toen nauwelijks kredieten. De Sousa's investeerden eigen kapitaal. Nu verkopen ze 20 procent van de schoenen die ze produceren online en in hun eigen winkels.

Vanuit het magazijn in Vizela worden de schoenen verzonden naar landen in de hele wereld - onder andere naar 'Amesterdão' (Amsterdam), zoals op een van de dozen staat. De belangstelling uit Nederland bleek zo groot dat onlangs de eerste Nederlandse winkel werd geopend, in Amstelveen. Door een Portugees van de tweede generatie. Zo gaat dat met bijna alle winkels in het buitenland: een Portugees ter plekke toont interesse in Eureka Shoes en begint een zaak.

Filipe Sousa vernoemde zijn merken naar zijn eigen familie. Er is Mr. Sousa: klassiek, ontwikkeld, degelijk. Daarnaast Filipe Sousa: vernieuwend, beetje brutaal. En meest recent verscheen Miss Julia, vernoemd naar zijn nichtje: voor vrouwen, lettend op de details, simpel.

Ook dat is een verschil tussen een schoen uit China en een schoen uit Portugal: de ene wordt gemaakt door arbeiders, de andere door families. Van de directiekamer tot op de werkvloer tref je in Portugese schoenenfabrieken verwanten aan. 'In de fabriek werken soms drie generaties van dezelfde familie', vertelt Filipe Sousa. 'Aan de keukentafel praten ze over het werk, de ervaring wordt doorgegeven.'

Het geheim van de Portugese schoen ís voor een deel die ervaring. 'De mannen met vijfentwintig of dertig jaar ervaring voeren de moeilijkste handelingen uit', zegt Sousa. Het is niet voor niets dat hij zijn werknemers meer dan het gemiddelde Portugese salaris betaalt. En het treft dat hij ook nog de eigenaar is van vier discotheken - voor een sensationeel personeelsfeest op z'n tijd.

Nederlandse groei

De Portugese schoen weet de weg naar Nederland goed te vinden. In 2010-2016 steeg de totale Nederlandse exportwaarde volgens brancheorganisatie APICCAPS met 83 miljoen euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden