In Sint Hubert in De Peel stuurt een boer zijn koeien ook 's winters de wei in.
In Sint Hubert in De Peel stuurt een boer zijn koeien ook 's winters de wei in. © Marcel van den Bergh

De nieuwe aanwijzingen van omvangrijke mestfraude maakten minister Carola Schouten 'echt boos'

Minister Carola Schouten van Landbouw riep de sector maandag op het matje. Op grote schaal wordt gefraudeerd met mest. Willens en wetens wordt de boel 'besodemieterd'.

Schouten was not amused toen de NRC dit weekend meldde dat bijna tweederde van de 56 belangrijkste vervoerders, handelaren, verwerkers en bemiddelaars van dierlijke mest in Oost-Brabant en Noord-Limburg veroordeeld, beboet of verdacht is wegens fraude. Ze wist dat de mestsector 'niet brandschoon is'. Maar de nieuwe aanwijzingen van omvangrijke mestfraude maakten haar 'echt boos'.

Zo boos dat ze de sector maandagavond op het matje riep op haar ministerie. 'De huidige moraal lijkt totaal verziekt', zei Schouten na afloop. Ze heeft de veehouders, mesttransporteurs en andere partijen tot half december de tijd gegeven om met een plan van aanpak te komen.

De Brabantse boerenvoorman Hans Huijbers (ZLTO) zei dit weekeinde in een eerste reactie afstand te nemen van 'fraudeurs die willens en wetens de boel besodemieteren'. Maar ook hij kan niet verrast zijn geweest door de mestfraude. Want in 2014 maakten vertegenwoordigers van de boerensector al de schatting dat 30 tot 40 procent van de mest 'in het zwarte circuit' terechtkomt, oftewel: illegaal wordt verhandeld of gedumpt.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kwam dit voorjaar met een evaluatierapport over het mestbeleid waarin voor Oost-Brabant en Noord-Limburg - ruwweg de Peel en omgeving - ongeveer 30 procent 'overschrijding van de wettelijke ruimte' werd geconstateerd, een eufemisme voor fraude. En begin juni verscheen het politierapport Nationaal Dreigingsbeeld 2017, waarin mestfraude wordt geschaard tussen andere vormen van georganiseerde misdaad.

Nederland kent al jaren een mestoverschot, dat sinds 2015 nog is vergroot door de afschaffing van het melkquotum

Nederland kent al jaren een mestoverschot, dat sinds 2015 nog is vergroot door de afschaffing van het melkquotum. Want er is te weinig grond waarop mest kan worden uitgereden zonder milieuregels te overtreden. Mest is voor boeren een duur afvalproduct geworden. Om de hoge kosten te drukken, is het (zeker voor boeren die toch al moeite hebben het hoofd boven water te houden) verleidelijk om te frauderen.

'Volgens de NVWA vindt er fraude plaats met het ophalen, transporteren, afleveren, bemonsteren, wegen en verantwoorden van mest', aldus het politierapport. 'Voor een varkensbedrijf kan het frauderen met mest een kostenbesparing opleveren die oploopt tot meerdere tonnen per jaar. De totale kosten voor mestafzet in Nederland worden voor 2015 geraamd op 500 miljoen euro.'

In het onderzoeksrapport van de politie wordt tevens opgemerkt dat het lastig is om mestfraude op te sporen: 'Er is sprake van uitgesteld heterdaad: de administratieve verantwoording van mestafzet vindt pas na een afgesloten jaar plaats, als de mest al lang is afgevoerd of uitgereden. Bij controle van mesttransporten is controle van de boeken vaak niet voldoende. Op papier klopt het meestal.'

De afvoer van een vrachtwagen met mest kost de boer nu zo'n 1.000 euro

Diepgaander onderzoek is nodig: 'Verschillende data (monsterbemetingen, rittenlijsten, tachograaf- en gps-gegevens) moeten gecombineerd worden om fictieve en daadwerkelijke meststromen inzichtelijk te krijgen. Dergelijke onderzoeken zijn gecompliceerd en tijdrovend.'

Sinds 2014 heeft justitie drie omvangrijke onderzoeken naar mestfraude uitgevoerd. Er werd onder meer gefraudeerd met mestmonsters. Mest werd fictief verplaatst of opgeslagen en daarna zwart afgezet, of op het eigen bedrijf illegaal uitgereden. Er was fraude met 'plaatsingsruimte': veehouders laten meer grond registreren dan ze feitelijk bezitten. Bovendien maken veel mest-intermediairs - Nederland telt er ruim duizend - gebruik van ingewikkelde bedrijfsstructuren en katvangers om de eigenaar van de bedrijven en meststromen te verhullen.

Hoe kan mestfraude worden bestreden?

Betere controles

Van de ruim 900 duizend mesttransporten per jaar wordt slechts een fractie (1.200) actief gecontroleerd door de NVWA. Dat is veel te weinig. In de Peelregio kennen veel mesttransporteurs de wagens waarin de NVWA-inspecteurs rondrijden. Ze waarschuwen elkaar via de app als ze in de regio een inspectieauto zien.

Een probleem vormt ook de 'gestapelde wetgeving'. Verschillende (milieu)wetten zijn van toepassing. Controle en handhaving zijn uitbesteed aan verschillende toezichthouders, waaronder de NVWA, RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), omgevingsdiensten, politie en waterschappen. Die werken niet altijd even goed samen.

Toch betwijfelt Hans van Grinsven van het Planbureau voor de Leefomgeving of meer controles soelaas zullen bieden: 'Je kunt er wel tien inspecteurs bijzetten, maar ook die extra controleurs zullen nooit al die transporten effectief kunnen controleren.' Hij ziet meer heil in 'een fundamentele oplossing', waarbij er minder aanbod van mest is en de afzetkosten dalen. De afvoer van een vrachtwagen met mest kost de boer nu zo'n 1.000 euro.

Mestverwerking

Mest moet niet worden gezien als afval, maar juist als grondstof voor andere sectoren

Brabant stimuleert de verwerking van mest op bedrijventerreinen. In zulke 'mestfabrieken' wordt dierlijke mest verwerkt tot droge mestkorrels die kunnen concurreren met kunstmest. Daarnaast zijn er mestvergisters die biogas (methaan) produceren uit mest - maar de hoeveelheid mest blijft daardoor hetzelfde. Beide vormen van verwerking zijn omstreden. Vanuit de bevolking en ook vanuit gemeentehuizen is steeds meer verzet tegen de vestiging van mestfabrieken. Zo proberen boeren al bijna tien jaar een mestfabriek te bouwen voor de verwerking van 500 duizend ton mest per jaar. Maar de Mineralen Afzet Coöperatie Elsendorp (MACE) wordt overal geweigerd: eerst in Elsendorp, daarna in andere dorpen en recentelijk in Oss.

Beleidsmakers zien in de toekomst ook andere vormen van 'mestverwaarding' als oplossing: mest moet niet worden gezien als afval, maar juist als grondstof voor andere sectoren. Want in mest zitten stoffen die ook kunnen worden gebruikt voor het maken van chemische producten of zelfs medicijnen. Maar zulke projecten staan nog in de kinderschoenen en worden vooral beschouwd als 'toekomstmuziek'.

Minder dieren

Milieu- en bewonersgroepen en sommige politieke partijen zien maar één oplossing: minder dieren. 'Het verwerken van mest in fabrieken is symptoombestrijding en houdt de vee-industrie in stand', aldus de Partij voor de Dieren. Volgens de PvdD slurpen de mestfabrieken bovendien onaanvaardbaar veel subsidie op: 'Voor de komende twaalf jaar staat in Brabant meer dan een half miljard euro aan subsidies voor mestverwerking uit.'

Zij pleiten voor een inkrimping van de veestapel in met name Noord-Brabant. Dat vermindert niet alleen milieu- en gezondheidsproblemen, maar is ook een oplossing voor de mestproblematiek. In 2015 werd in de provincie ruim 15 miljoen ton (15.055 miljoen kilo) mest geproduceerd, waarvan 38,5 procent op de Brabantse akkers mocht worden uitgereden. De rest (9,25 miljoen ton, het mestoverschot) moest elders worden uitgereden, verwerkt of geëxporteerd - of verdween in het illegale circuit.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat in de provincie Noord-Brabant in 2015 15 miljoen kilo mest was geproduceerd in 2015. Dat moet 15 miljoen ton zijn, of, exacter: 15.055 miljoen kilo. Ook de later genoemde 9,25 miljoen kilo moest ton zijn.