De neergang is doodnormaal

Het Westen gaat naar de bliksem en de Aziaten nemen de wereld over, luidt de voorspelling. Maar neergang is relatief, gaat langzaam en komt vaak voor.Door Peter Giesen..

Europa dreigt een openluchtmuseum te worden, waar verwende Europeanen te midden van hun historische schatten moeten toezien hoe anderen, de dynamische Aziaten voorop, de wereld domineren, schrijft de Britse historicus Walter Laqueur in zijn laatste boek The Final Days of Europe.

De opkomst en neergang van beschavingen is een steeds terugkerend thema. Boeken over de val van het Romeinse Rijk zijn onverminderd populair. Ze appelleren aan de angst van de welvarende westerling, die zo veel te verliezen heeft en nog maar zo weinig te winnen.

De Utrechtse sociaal-economisch historicus prof. dr. Bas van Bavel doet met een Vici-subsidie van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) onderzoek naar opkomst en verval van economisch toonaangevende gebieden. In zijn project maakt hij een vergelijking tussen Irak in de vroege Middeleeuwen, de Noord-Italiaanse steden in de late Middeleeuwen en de Nederlanden in de 16de en 17de eeuw. Deze regio’s maakten een ongekende bloei door, alvorens zij in relatief verval raakten en overvleugeld werden door hun concurrenten.

Van Bavel is echter geen doemdenker met een voorkeur voor spengleriaanse ondergangsretoriek. Als nuchter sociaal-economisch historicus is hij vooral op zoek naar structurele verklaringen, gebaseerd op zo hard mogelijke cijfers over nationaal inkomen en reële lonen in vervlogen tijden. Bovendien is zijn boodschap tamelijk geruststellend. De neergang is helemaal niet zo erg.

‘Het verval gaat doorgaans heel langzaam’, zegt hij. ‘Bovendien is het vaak relatief. Andere gebieden worden rijker. Absoluut verval komt in de geschiedenis weinig voor. Daarom merken burgers er niet zo veel van wanneer hun regio zijn dominante positie verliest.’

Om een tamelijk recent voorbeeld te geven: in de 19de eeuw domineerde Europa de wereld. Toch werd de gemiddelde Europeaan pas rijk na 1945 toen de Oude Wereld het stokje allang had doorgegeven aan de Verenigde Staten. Van Bavel: ‘Het hangt er vaak ook vanaf hoe je het bekijkt. De VS zijn rijker dan Europa, maar de inkomensverdeling is schever en de Amerikanen hebben minder vrije tijd. Wie is er dan beter af?’

Hongerdood

Hongerdood
In de pre-industriële periode konden eeuwen voorbij gaan zonder economische groei van enige betekenis. Verhoogde productiviteit in de landbouw werd veelal teniet gedaan door bevolkingsgroei, waardoor veel burgers voortdurend op het randje van de hongerdood leefden.

Hongerdood
Soms waren er gebieden die deze rauwe, armoedige wereld ontstegen. In de 9de eeuw was Irak de rijkste regio van westelijk Eurazië, aldus Van Bavel. Met een half miljoen inwoners was Bagdad groter dan welke Europese stad dan ook. Kunst en wetenschap bloeiden, waardoor Bagdad beschouwd kon worden als de intellectuele hoofdstad van de wereld. Na de 10de eeuw werd het gebied echter getroffen door stagnatie en verval.

Hongerdood
De rijkste steden ter wereld waren daarna te vinden in Noord-Italië: Florence, Venetië, Genua. Vanaf de 16de eeuw verschoof het economisch machtscentrum naar Noordwest-Europa, in het bijzonder de Nederlanden. In 1600 was het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in Holland bijna twee keer zo hoog als in Frankrijk, Duitsland en Engeland. Daarna ging de economische estafette gewoon door. Engeland nam het stokje over, daarna de Verenigde Staten en in de toekomst wellicht Azië.

Hongerdood
Veel historici willen vooral een verhaal vertellen, maar Van Bavel streeft een ambitieuzer doel na. Angstaanjagende details en verbluffende succesverhalen interesseren hem niet zo. Door het verleden te bestuderen hoopt hij meer inzicht te krijgen in de mechanismen achter economische groei en krimp. ‘Uiteindelijk wil ik een theoretisch model formuleren, dat ook empirisch toetsbaar is op landen die later voorop liepen, zoals Engeland en de VS. Zo’n model moet ook voorspellende waarde hebben, zodat het relevant is voor het heden.’

Hongerdood
Van Bavel begint bij de vraag waarom sommige gebieden zo’n opmerkelijke bloei bereikten. In navolging van de Amerikaanse econoom Douglass North gelooft hij dat economische groei sterk afhankelijk is van instituties, het geheel van instellingen, afspraken en culturele gewoonten die bepalen of een economie optimaal functioneert of niet. Volgens de hypothese van Van Bavel is de kans op optimale instituties het grootst als er een machtsevenwicht bestaat tussen de verschillende maatschappelijke groeperingen. Wanneer één partij een overwicht verwerft, zet zij de instituties naar haar hand. Zij houdt institutionele veranderingen tegen, waardoor een economie haar flexibiliteit verliest en niet meer is toegesneden op nieuwe ontwikkelingen.

Afromen

Afromen
‘In Irak ontstond een militaire elite, in Italië versterkte het stedelijke patriciaat zijn positie ten koste van het omringende platteland’, zegt Van Bavel. Zo werd het evenwicht verstoord. De elite hield zich steeds minder bezig met productieve activiteiten en steeds meer met het afromen van de inkomsten van de bevolking. Daardoor werd het voor gewone burgers steeds minder lonend om te ondernemen.

Afromen
In de Nederlanden begon de welvaart met het inperken met de macht van de adel. ‘Gebrek aan rechtszekerheid is doorgaans de grootste rem op ondernemerschap. Tot de 12de eeuw speelde de adel een belangrijke rol in Nederlanden. Zij kon een betrekkelijk willekeurige macht uitoefenen. In de Middeleeuwen werden de rechten van de adel steeds nauwkeuriger omschreven, omdat kooplieden en dorpsgemeenschappen zichzelf wilden beschermen tegen willekeur’, zegt Van Bavel.

Afromen
Zo werd in de Nederlanden een evenwicht bereikt tussen alle partijen: kooplieden, ondernemers, stad, platteland, de adel en de staat. ‘De staat was niet het instrument van één sociale groep. Belastinginkomsten werden op een productieve manier gebruikt’, zegt Van Bavel.

Afromen
Maar ook de Nederlanden ontkwamen niet aan stagnatie en neergang. Al in de Gouden Eeuw vlakte de economische groei af. Belangengroepen kregen te veel macht en stonden vernieuwing in de weg.

Afromen
Van Bavel: ‘In Holland kregen de gilden in de 16de en 17de eeuw steeds meer macht. Aanvankelijk speelden ze een positieve rol. Ze boden een zekere bescherming, waardoor nijverheidslieden durfden te ondernemen. Ook waren ze belangrijk voor het doorgeven van kennis.

Afromen
‘Maar op een gegeven moment wordt zo’n systeem rigide. Naarmate de economie zich verder ontwikkelde, ontstond de behoefte aan schaalvergroting. De gilden probeerden die schaalvergroting tegen te houden.’

Afromen
Ook de Hollandse kooplieden verwierven een dominante positie. Mede daardoor drongen nieuwe economische groepen, zoals industriëlen, nauwelijks tot de elite van de Republiek door. ‘De kooplieden staken hun kapitaal ook niet in de Nederlandse industrie. Ze investeerden liever in handel, in stausgoederen of in opkomende industrieën elders in Europa. Daar viel meer rendement te halen. Dat was een rationele keuze, zoals bedrijven nu in China investeren.’

Verzorgingsstaat

Verzorgingsstaat
Op het eerste gezicht lijkt Van Bavels hypothese naadloos te passen in het huidige neoliberale discours. Na de Tweede Wereldoorlog werd een institutioneel evenwicht bereikt, waardoor Europa een ongekende welvaart bereikte. Maar als uitvloeisel van de verzorgingsstaat raakten de werknemers verwend. Ondanks de druk van Azië willen zij hun verworven rechten niet opgeven.

Verzorgingsstaat
‘Zo moet je het zeker niet zien. Ik wil niet te veel zeggen over het heden, want daar heb ik geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Maar je moet mijn hypothese niet beschouwen als een pleidooi voor flexibiliteit zonder meer’, zegt Van Bavel.

Verzorgingsstaat
Cruciaal in zijn hypothese is het machtsevenwicht tussen de verschillende partijen, waardoor aanpassingen in de economie het algemeen belang dienen. Bij een verstoord evenwicht dienen zulke aanpassingen het particulier belang, bijvoorbeeld dat van het bedrijfsleven of de werknemers.

Verzorgingsstaat
‘En gezien de ontwikkelingen van de laatste decennia in Noordwest-Europa en de Verenigde Staten zou ik in eerste instantie niet denken dat de werknemers te veel macht hebben gekregen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.