De mist trekt op in Wallonië

Aan het boekendorp Redu (driehonderd inwoners) kun je zien dat betere tijden in aantocht zijn voor Franstalig België. Want alleen al die 25 boekwinkels hebben een hele sleep horecazaken naar het dorp getrokken, waardoor de dorpsschool kon blijven bestaan....

Een mistige maartochtend. Een miezerig regentje dwarrelt over Redu, een gehucht middenin de Ardennen. In de straten van het dorpje hangt de prikkelend geur van houtkachels. Niets wijst erop dat deze vlek anders is dan de honderden andere gehuchten in de heuvels van oost-België. Uitgestorven straten, natuurstenen huizen, een kerkpleintje en een paar, eigenlijk verbazend weinig, kroegen.

Maar wie wat verder loopt, stuit op verrassingen. Een bordje: 'De boekenwurm' - alleen in het Nederlands, zonder Franse vertaling. Even verderop: Livres et passion, boeken en passie. Nog weer wat verder: Librairie scriptoria.

Redu is het boekendorp van België, zoals Wales zijn Hay-on-Wye heeft en de Achterhoek zijn Bredevoort. Driehonderd inwoners telt het en 25 boekenwinkels. Dat is er één per twaalf Redunaren. We mogen rustig stellen, verzekert Hugo Gijsels ons, dat de boeken Redu van een wisse ondergang hebben gered.

Gijsels komt al jaren in Redu. Kort geleden verwezenlijkte de oud-journalist van Humo, adviseur van het Belgische anti-racisme-comité en schrijver van enkele geruchtmakende boeken over de Gladio-affaire en het Vlaams Blok, zijn ultieme droom: een boekenwinkel in Redu. Artikel 31 heet het, naar de paragraaf uit het Verdrag van de Rechten van de Mens die gaat over de vrijheid van meningsuiting.

'Praktisch iedereen profiteert van de boeken', zegt Gijsels. 'Er is veel werk in de horeca, florissante handel in hout, onderhoudspersoneel vindt volop werk hier. En dank zij al die activiteit is het schooltje in de gemeente behouden gebleven. Anders was het al lang gesloten. Nu hebben ze zelfs geld om de kinderen op schoolreis naar Zwitserland te sturen.'

Geld ook om een nieuwe weg aan te leggen naar het dorp toe. Hoewel daar misschien de andere moderniseringen ook aan hebben bijgedragen. Een paar kilometer verderop, verscholen tussen de heuvels, ligt een ultramodern satellietpark van de Europese ruimtevaartorganisatie esa. Daar houden enkele tientallen mensen zich bezig met het volgen van de satellieten die honderden of duizenden kilometers boven het Belgische landschap zweven.

In Redu bevindt zich high-tech vlak naast de traditionele ambachtelijkheid van de boekverkopers. Maar samen hebben ze het dorp tot bloei gebracht. Het bruist van de activiteit. 'Met Pasen organiseren we boekenbal', vertelt Gijsen. 'Tien- tot twintigduizend mensen verwachten we zeker. Aan de rand van het dorp krijgen ze een boekje, dat is hun paspoort. En in de boekwinkels zitten de schrijvers, die maken er een gedicht in, een cartoon of een pamflet. We krijgen hier delegaties uit Singapore en Japan op bezoek, die willen horen hoe we het hebben gedaan.'

'Redu is geen uitzondering', zegt Denise van Dam. De Vlaamse sociologe werkt op de Universiteit van Namen, waar ze onderzoek doet naar de verhoudingen tussen Vlamingen en Walen. Ze verdedigt met verve een stelling die de laatste jaren onder economen en ondernemers in België steeds vaker te horen valt: de toekomst van het land ligt niet in Vlaanderen, maar in Wallonië.

'Vlaanderen is nu nog het rijkste gebied', zegt Van Dam, 'maar dat kan in tien of in twintig jaar volledig anders zijn. Wallonië heeft de ruimte nog om te ondernemen, en ze kunnen er bovendien leren van de fouten die in Vlaanderen zijn gemaakt.'

Dat klinkt wat vreemd. Wie een dagje de moeite neemt om door de Borinage en La Louvière te rijden, de oude mijngebieden bij Bergen en Charleroi, zal daar niet direct de indruk krijgen van een Waalse new wave. Het industriële verval is er tastbaar, de ruïnes zijn er troosteloos en de jeugd is er weggetrokken op zoek naar betere oorden. En ook wie de cijfers in ogenschouw neemt, kan moeilijk anders dan moedeloos worden.

De werkloosheid is er gemiddeld veel hoger (in de oude industriegebieden zit 30 procent van de beroepsbevolking zonder baan), de levensstandaard is veel lager dan in Vlaanderen. Het scheelt maar liefst 29 procent, meldt het Cepess, de studiedienst van de christelijke politieke partijen cvp en psc. En het verschil neemt toe, want in 1970 bedroeg het verschil in levensstandaard nog slechts 12 procent.

De verklaringen voor de Waalse achterstand zijn bekend: de regio was een voorloper in de industriële revolutie in Europa, wegens zijn centrale ligging en de aanwezigheid van kolen. Veel staalbedrijven vestigden zich in de omgeving van Luik en Charleroi. De eerste spoorweg op het vasteland van Europa liep door Franstalig België. Die industriële voorsprong trok weer andere bedrijven aan: glas, textiel, cement.

Na de oorlog werd de voorsprong zienderogen kleiner, en werd in de jaren zes tig helemaal ingelopen. De zware industrie verdween immers steeds meer uit Europa, dus ook uit Wallonië. De laatste jaren ging de Waalse sanering helemaal snel. De teloorgang van eens beroemde namen als Cockerill Sambre en Forges de Clabecq ligt iedereen nog vers in het geheugen.

Waarom dan toch optimisme? Jean-Charles Jacquemin, econoom bij de universiteit van Namen, ziet vooral een omslag in de mentaliteit bij ondernemers en politiek. 'De politieke wil om eindelijk iets te doen aan de achteruitgang neemt heel snel toe.' Niet onbelangrijk, gegeven het feit dat het voornaamste probleem van de Walen lange tijd de politieke stagnatie is geweest. De socialisten waren alleen aan de macht, gesteund door de traditionele vakbonden die hun bases hadden in de oude industriële centra. Maar de hele Belgische politiek is in beweging gekomen, de Waalse niet uitgezonderd.

In sommige regio's heeft de omslag al een tijd geleden plaatsgevonden, bijvoorbeeld in de provincie Luxemburg: 'Daar is het werkloosheidspercentage bijna onmeetbaar klein', zegt Jacquemin. 'Maar ook in de moeilijke gebieden komen nieuwe kernen van economische activiteit op. Neem het gebied rond de luchthaven van Bierset bij Charleroi. Daar zijn de bedrijfsterreinen niet aan te slepen, er is te weinig ruimte voor alle ondernemingen die zich er willen vestigen. Een rechtstreeks gevolg van het nieuwe beleid.'

Ook het Franstalige financiële dagblad L'Echo ziet een nieuw elan: 'Van Wavre tot Liège, van Namur tot Mons, van Charleroi tot Arlon, bestaat een belangrijk ontwikkelingspotentieel. En de verandering in houding die wordt waargenomen in de verklaringen van werkgevers, vakbonden en politici zouden snel moeten leiden tot een meer serene toekomst voor de regio.'

En: 'Sommige delen ontwikkelen zich goed, zelfs zeer goed, de Waalse exporten nemen toe, de werkloosheid neigt naar een daling, in Wallonië wordt tegenwoordig zelfs minder gestaakt dan in Vlaanderen.'

Binnen vijf jaar, zo denken de Waalse werkgevers, halen de Walen het Europese gemiddelde. En dat is vooral te danken aan het midden- en kleinbedrijf, bijvoorbeeld in de high-tech. Denise van Dam haalt een paar voorbeelden aan: in Rochefort staat een bedrijf dat wereldwijd zonnepanelen verkoopt. Splinternieuw en zeer succesvol. In Louvain-la-Neuve en in Luik, bij de universiteiten, zijn high-tech parken verrezen. Het zijn de Silicon Valleys van Franstalig België, die zich stuk voor stuk spiegelen aan het zeer succesvolle industriepark bij het Vlaamse Ieper, thuisbasis van het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie.

De mist is opgetrokken bij Redu, een waterig zonnetje schijnt over de satellietschotels. De weg naar de E 411, de autobaan tussen Brussel en Luxem burg, glimt van nieuwigheid. Aan de andere kant van de snelweg ligt nog zo'n high-tech verschijning: een pretpark dat helemaal in het teken staat van de ruimtevaart. Het Euro Space Center heet de bezoeker 'welcome in a new dimension'. Buiten staan modellen van het Europese ruimtetuig Hermes en de Franse jachtvlieger Mirage.

De nieuwe dimensie van Wallonië is de kleinschaligheid, denkt ook Hugo Gijsels in navolging van de Waalse werkgevers. 'Dat is een kracht. Ieder een kent elkaar, je bent aangewezen op elkaar, alles zit op loopafstand.'

Dat betekent ook dat het in Wallonië een stuk beter gaat dan de officiële cijfers doen geloven. 'We hebben hier een lappendeken-economie. Toen ik begon met deze boekwinkel, heb ik van iedereen hulp gehad. We hadden een bouwvakker over de vloer die een kachel moest plaatsen. De man deed dat tussen de bedrijven door en wilde geen geld hebben, maar boeken. Als hier groepen jagers komen, dan worden die begeleid door jongens uit het dorp die precies weten waar het wild zit. Dat zijn geen officiële banen, maar die jongens verdienen er wel wat geld mee.'

Daarom kan Redu ook model zijn voor de rest van Wallonië. Neem de landbouwsector: de grote aanjager, zegt Van Dam. 'Die is hier lang niet zo grootschalig als in Vlaanderen. Maar daarvan maken veel Waalse boeren juist hun kracht. Die zoeken het in boerderijtoerisme, in het verbouwen van ecologische producten, in de marketing van quality labels. Steeds meer boeren verenigen zich in cooperaties, maar dat blijft kleinschalig, om zo hun kwaliteitslabel te exploiteren.'

Dat sluit prachtig aan op de Waalse traditie van netwerken. De Walen op het platteland hebben het nooit van de overheid moeten hebben. Die zat te ver weg en hield zich uitsluitend bezig met de industriële ontwikkeling. 'Klein schaligheid, het aangewezen zijn op buren en familie, zit de Walen in het bloed', zegt Gijsels.

De netwerken, vult econoom Jacquemin aan, lopen door alles heen. 'Die hele kleine bedrijfjes hebben hun voedingsbodem in hun eigen omgeving. Ze werken samen met wetenschappers uit de buurt, ze stimuleren elkaar, ze proberen samen hun logistieke moeilijkheden en hun exportproblemen op te lossen. Ze doen het nu zelf, zonder hulp van buitenaf.'

De Waalse mogelijkheden worden geschapen door de Vlaamse belemmeringen. 'Vlaanderen is volgebouwd', zegt Van Dam. 'Er kan simpelweg niks meer bij. Dat maakt het ondernemen heel erg moeilijk. Veel Vlaamse ondernemers kijken met grote ogen naar Wallonië.'

Dat schept ook gevaren. Volgens de Naamse sociologe 'appreciëren de Vlamingen de ontwikkelingen in Wallonië soms meer dan de Walen'. Dat betekent dat de Nederlandstaligen, Vlamingen én Nederlanders, de ruimte exploiteren. 'O ja, ook de Neder lan ders. Er komen steeds meer Neder landse campings, hotels en restaurants in de Ardennen', meent Van Dam.

Er heeft zich zelfs een Nederlandse lerares in Redu gevestigd: Miep van Duin is de trotse eigenaresse van de Boekenwurm, vroeger een verkrot pand, nu een prachtige winkel. In juni geeft ze haar baan in het onderwijs op, en werkt ze uitsluitend in haar zaak. 'Ik ben aangetrokken door de sfeer. Het is hier meer mediterraan dan Scandinavisch, zogezegd', vertelt Van Duin.

De komst van al die buitenstaanders is geen probleem, denkt Gijsels. 'Zolang iedereen ervan profiteert...'

Dat zegt ook een boer die met de hooivork in de hand langs de weg loopt. Achter hem glanzen de witte satellietschermen in het zonlicht, terwijl hij met een tandeloze mond in bijna onverstaanbaar Frans de loftrompet steekt over de fantastische ontwikkelingen in 'zijn' Redu. 'We hebben nu een nieuwe supermarkt. Fantastisch. Die zou er nooit gekomen zijn. En al die nieuwe mensen? Heel aardig allemaal. Aardiger dan de mensen van Libin, hier tien kilometer verderop. Die hebben het altijd zo hoog in de bol.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden